header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt mei 2005

Dit schooljaar mei 2005

Onduidelijkheid troef!

Het schooljaar 2005-2006 nadert met rasse schreden, maar de voorbereiding ervan staat nog in haar kinderschoenen. De maand april werd vooral gekenmerkt door vergaderingen die op het laatste nippertje werden afgeblazen en agenda’s die nog maar nauwelijks met elkaar in overeenstemming konden worden gebracht. Wat staat er ons nog te wachten en wanneer zullen de scholen de nodige onderrichtingen krijgen?

Vooreerst is er Onderwijsdecreet XV. Op 25 maart keurde de Vlaamse regering het voorontwerp goed. Omdat het nog maar een voorontwerp is, moet met de bepalingen ervan uiterst voorzichtig worden omgesprongen. De voorstellen van de Vlaamse regering moeten immers nog besproken worden met de vakbonden en de inrichtende machten en daarna moet het ontwerp nog door het parlement behandeld worden.
Het voorontwerp van decreet bevat verschillende maatregelen de op 1 september van kracht moeten worden, maar er zijn ook nog andere zaken die tegen 1 september moeten geregeld worden. We denken hier vooral, maar niet alleen, aan enkele bepalingen van de zevende Vlaamse onderwijs-cao zoals het vervangingscontingent voor korte vervangingen en de vereenvoudiging van de regelgeving terbeschikkingstelling en reaffectatie. Ook de besprekingen daarover zijn nog bezig.
Dit alles betekent dat wat hieronder wordt vermeld, niet als een absolute zekerheid mag worden aangezien. Wat vandaag is, hoeft morgen niet meer zo te zijn en wat vandaag niet is, kan morgen misschien wel zijn.

Voorontwerp Onderwijsdecreet XV

Minister Vandenbroucke zegt dat hij met dit voorontwerp drie doelstellingen wenst te bereiken. Hij wil bepaalde punten uit zijn beleidsnota realiseren, een aantal afspraken die volgen uit CAO VII decretaal verankeren en een aantal verbeteringen aanbrengen aan bestaande decreten. Over het algemeen verdedigbaar, al zullen voor wat de vervangingspool betreft de betrokken personeelsleden de mening van de minister wel niet delen.

Voor het basisonderwijs stelt minister Vandenbroucke twee soorten maatregelen voor:

  • voorstellen die het verloop van het komende schooljaar vereenvoudigen (eenheid inzake teldatum, samenwerking binnen een ICT-samenwerkingsplatform, verlenging subsidie aan de basisscholen uit de Vlaamse rand- en taalgemeenten);
  • de uitvoering van de grondwettelijke verplichtingen inzake vrije keuze in het buitengewoon onderwijs.

Voor het secundair onderwijs zijn er vier voorstellen die in het oog springen:

  • decretale verankering van de afspraken in CAO VII omtrent de plage-uren (vanaf 1 september 2005 kunnen plage-uren alleen nog als er hiervoor organisatorische redenen zijn en na onderhandeling bij de aanvang van het schooljaar in de bevoegde organen);
  • scholen voor buitengewoon secundair onderwijs kunnen vanaf het schooljaar 2005-2006 vrijwillig in de scholengemeenschappen van het gewoon secundair onderwijs treden;
  • naar analogie van het gemeenschapsonderwiojs wordt in het gesubsidieerd secundair onderwijs de verplichting ingevoerd om het personeelslid dat belast is met het mandaat van coördinerend directeur school- en klasvrij te maken (de scholengemeenschap moet hiervoor 120 punten aanwenden uit haar forfaitaire puntenenveloppe);
  • grote scholengemeenschappen krijgen een grotere ondersteuning.

Voor het volwassenenonderwijs wordt een aantal definities aangepast om de vlotte start van de modularisering vanaf 1 september 2005 te ondersteunen.

Voor het hoger onderwijs wordt een aantal afspraken uit CAO I (bescherming tijdelijken, mobiliteit, medezeggenschap) opgenomen in de regelgeving.

In de decreten rechtspositie wordt een andere afspraak uit CAO VII opgenomen, met name dat de opdrachten van personeelsleden die deeltijds werken moeten geclusterd worden. Deeltijds werken, moet ook in de praktijk deeltijds werken zijn.

Voor het deeltijds kunstonderwijs wordt voorzien dat tijdelijke personeelsleden hun rechten behouden als filialen autonoom worden en/of overgedragen worden aan een andere inrichtende macht.

Het belangrijkste hoofdstuk uit Onderwijsdecreet XV dat betrekking heeft op de personeelsleden, is dat over de vervangingspool. Omwille van budgettaire redenen wordt de omvang van de vervangingspool beperkt tot knelpuntzones en knelpuntvakken. De inzetbaarheidsgraad van de poolleden zal ook worden verhoogd. Het is niet onmiddellijk duidelijk hoe groot de omvang van de pool nog zal zijn in vergelijking met de toestand vandaag. Op basis van de teksten die nu voorliggen zou het wel eens kunnen dat de pool herleid wordt tot 20 % van wat hij nu is.

Vervangingscontingent

Op dit ogenblik kunnen personeelsleden die afwezig zijn voor minder dan 10 werkdagen wel worden vervangen, maar de vervangers worden niet door de overheid bezoldigd. Soms worden er ook geen vervangers aangesteld en krijgen de leerlingen studie of worden zij in grotere klassen samengezet.
Daarom werd in CAO VII voorzien dat een aantal scholen regionale proeftuinen kunnen vormen waarin het mogelijk zal zijn om personeelsleden die minder dan 10 werkdagen afwezig zijn ,te vervangen. Aan deze proeftuinen zullen middelen worden toegekend onder de vorm van omkadering. Op welke manier vervangingen zullen gebeuren, wordt vastgelegd in een convenant dat op het niveau van de proeftuinen wordt afgesloten tussen de vakbonden en de inrichtende machten.
Vooraleer het zover is, moet de Vlaamse regering nog een besluit uitvaardigen dat een en ander zal concretiseren. Welke scholen kunnen deel uitmaken van een pool? Op welke onderwijsniveaus is deze nieuwe regelgeving van toepassing? Hoe groot moet een proeftuin zijn? De besprekingen hieromtrent zijn begonnen, maar nog niet afgerond. Wel staat al vast dat de proeftuinen alleen maar zullen opgericht worden in het basis- en secundair onderwijs en dat vervangingen alleen maar zullen kunnen voor personeelsleden die een effectieve lesopdracht hebben.

Reglementering terbeschikkingstelling en reaffectatie

Aangezien er een manifest onevenwicht bestaat tussen enerzijds het aantal reaffectaties en wedertewerkstellingen dat plaatsvindt op het niveau van de school, de inrichtende macht, de scholengroep, de scholengemeenschap en de daaropvolgende reaffectatiecommissies en anderzijds de verplichtingen die een inrichtende macht heeft om deze reaffectaties en wedertewerkstellingen mogelijk te maken, werd er in CAO VII afgesproken om de bestaande procedures te bespreken zodat de administratieve planlast voor de scholen beperkt wordt. Voor alle scholen zal worden nagegaan of de reaffectatie- en wedertewerkstellingsbewegingen niet kunnen stopgezet worden na de werking van de eerste reaffectatiecommissie.

Daarnaast vergt de definitieve invoering van de scholengemeenschappen in het basisonderwijs m.i.v. 1 september 2005 ook nog een aantal technische ingrepen in de regelgeving. Ook deze besprekingen zijn nog bezig.

Syndicale bescherming

In CAO VII onderschreef de Vlaamse Regering het belang van de lokale onderhandelingscomités. Die werken echter allesbehalve perfect. Daarom zou er een werkgroep worden opgericht bestaande uit de overheid en de vakorganisaties. Die werkgroep zou, binnen de huidige syndicale structuren en regelgeving voor einde mei 2005 en met het oog op de invoering van eventuele maatregelen vanaf 1 september 2005, duurzame en structurele oplossingen moeten aanreiken. Doel: het optimaliseren van de bescherming van de personeelsafgevaardigden, het beslechten van klachten van personeelsafgevaardigden die hiermee verband houden en het toepassen van de in de regelgeving voorziene faciliteiten en informatieverstrekking. Deze werkgroep is opgericht en kwam inmiddels eenmaal samen. Een tweede vergadering is gepland begin mei. Om de deadlines van 31 mei en 1 september te halen, is er nog wat heel wat werk aan de winkel.

Planlast

In verband met planlast zegt de cao dat de overheid enkele maatregelen zou nemen om de planlast van de personeelsleden te verminderen. Zo zou ze voor 1 september 2005 onderzoeken voor welke elementen uit de omzendbrieven m.b.t. de planlastvermindering, omzetting in regelgeving verantwoord is. Ze zou ook een communicatiestrategie uitwerken die gericht is op het verduidelijken van de verplichtingen van de personeelsleden t.a.v. de overheid, de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten. De onderwijsinspectie zou werk maken van de uitvoering van de bepaling in haar deontologische code om bij de uitvoering van de doorlichtingen de belasting van scholen en leerkrachten tot een minimum te beperken. Er zou een werkgroep opgericht worden die concrete maatregelen inzake planlastvermindering zou uitwerken tegen 1 september 2005.
Op dit ogenblik werd in dit verband alleen nog maar 2 mei als eerste vergaderdatum vastgelegd.

Resolutie Vlaams Parlement

Op 28 mei 2003 keurde het Vlaams parlement een voorstel van resolutie van Jos De Meyer goed. Deze resolutie stelde dat:
- ontwerpen van decreten inzake onderwijs in het Vlaams parlement voor 1 mei ingediend moesten zijn als de inwerkingtreding ervan gepland is op 1 september van hetzelfde jaar;
- ontwerpen van decreten inzake onderwijs die in het Vlaams parlement nà 1 mei ingediend worden, zeker niet in werking mogen treden bij het begin van het volgend schooljaar;
- geen omzendbrieven aan de scholen meer mogen meegedeeld worden waarvoor de wettelijke basis ontbreekt;
- alle besluiten en omzendbrieven met bepalingen die in werking treden op 1 september, ten laatste op 25 juni aan de scholen dienden meegedeeld te worden.

De bedoeling van deze resolutie was duidelijk. Scholen moeten tijdig geïnformeerd worden zodat zij de nodige schikkingen kunnen treffen opdat het volgende schooljaar onder de beste omstandigheden zou kunnen starten … Goede bedoelingen zijn één ding, de praktijk is een ander ding.

Jos Van Der Hoeven



 
Onze website maakt gebruik van cookies.