header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt april 2005

Dit schooljaar april 2005

CAO I voor het hoger onderwijs

Eersteling geen grote cao, maar toch met kwaliteiten

Vernieuwing slaat niet alleen toe in het medialandschap waar TV1 het voortaan doet zonder ‘TV’. Ook het landschap hoger onderwijs kent zijn periodieke vernieuwingen. Na CAO VI voor de hogescholen verwachtte je zoals in het leerplichtonderwijs een VII. Deze wiskundige logica werd nu niet gevolgd. Het hoger onderwijs kreeg een ‘Eén’ met kwaliteiten, maar een grote cao kan je het ook niet noemen.

Het hoger onderwijs als geheel van hogescholen en universiteiten heeft geen traditie met eigen collectieve onderhandelingen. Tot nu vielen de hogescholen onder de collectieve overeenkomsten voor het hele onderwijs. De universiteiten volgden automatisch de ‘cao's’ van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap. In 2004 werd een afzonderlijk onderhandelingscomité voorzien waar binnenkort het eerste sectoraal akkoord hoger onderwijs ondertekend kan worden.
Minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke legde de cao-tekst op vrijdag 11 maart voor aan de Vlaamse Regering. Die ging akkoord met de inhoud en de strekking van het ontwerp. Van zodra de vakbonden en de overheid de tekst ondertekenen, is de eerste cao voor het hoger onderwijs een feit. Eerst diende nog op 22 maart het formele advies ingewonnen te worden van de delegatie ‘Besturen’ in het Vlaams Onderhandelingscomité voor het Hoger Onderwijs (VOC). De universiteiten en hogescholen werden tijdens de onderhandelingen tussen de overheid en de vakbonden op de hoogte gehouden en het kabinet Onderwijs hield in ruime mate rekening met bezwaren vanuit de hoek van de besturen.

Een ‘kleine’ cao

De één is geen grote cao geworden in de betekenis van duur. De onderhandelaars hadden de budgettaire stormwind tegen. COC vindt het jammer dat de onderwijsminister geen oren had naar onze terechte vraag tot gelijke behandeling van de hogeschoolpersoneelsleden met die van de andere onderwijssectoren wat betreft de overgangsmaatregelen voor de uitstapregeling einde loopbaan. De minister schoof dit dossier koppig door naar een algemene discussie over de einde loopbaan.
Toch heeft deze cao kwaliteiten in huis. De overeenkomst biedt een aantal duidelijke uitgangspunten waarop in de volgende jaren duidelijk kan verdergewerkt worden: erkenning probleem werkdruk, ondersteuning medezeggenschap, reguleringsimpactanalyse, sectoraal vormingsfonds, betere rechtsbescherming voor tijdelijke personeelsleden, personeelseffectenrapporten, betere regeling voor mobiliteit binnen het hoger onderwijs en van/naar andere onderwijssectoren.
In het ontwerp van cao staat dat het personeel van het hoger onderwijs de kans moet krijgen om zich permanent bij te scholen. De overheid zal daarom een sectoraal vormingsfonds oprichten waarin de overheid en de instellingen voor het jaar 2006 elk maximaal 1.070.000 euro zullen inbrengen.
Het ontwerp besteedt ook veel aandacht aan de werkdruk voor het personeel. De tekst bepaalt dat de geplande aanpassing van de regelgeving en de vereenvoudiging van formulieren moeten leiden tot een vermindering van de werkdruk. Ook de aangekondigde financiële injectie voor de hogescholen moet de werkdruk verlagen. Er wordt afgesproken dat de precieze timing en omvang van de injectie voor einde mei 2005 bekend moeten zijn. De instellingen moeten een personeelseffectenrapport opstellen voor alle bestuursdaden die een effect hebben op de personeelsformatie.
Er zal ook onderzocht worden hoe er meer vrouwen kunnen doorstromen naar de hoogste wetenschappelijke posities. Ook de algemene ondervertegenwoordiging van allochtonen en kansarmen bij het wetenschappelijk personeel zal aangepakt worden. Voor tijdelijke personeelsleden zal een werkgroep voorstellen uitwerken voor een betere bescherming, met daarbij ook aandacht voor outplacement.
Diverse aspecten werden in tijdschema gebracht maar vereisen verdere onderhandeling: gelijkschakeling van het vakantiegeld voor de hogescholen en het verhogen van de salarisschalen ATP universiteiten. Dit moment komt er binnenkort wanneer de Vlaamse regering haar meerjarenbegroting rond krijgt. Uiteraard met van onze kant meer dan een duidelijke wenk dat ons brood beleg behoeft.
Een aantal oude afspraken in verband met de verlofregeling en mobiliteit van en naar hoger onderwijs is nog niet uitgevoerd. Om te zorgen dat de regeling voor vaderschapsverlof in alle universiteiten gelijk is, zal de overheid een bijkomende vergoeding aan de vrije universiteiten geven.
Ook zijn in enkele passages de werkwijze of uitwerking niet in detail opgenomen. In 2005 worden voorstellen geformuleerd betreffende de harmonisering van de verlofstelsels van de universiteiten en hogescholen, de aanstellingen van onbepaalde duur, outplacement, en personeelsmobiliteit. In 2006 worden voorstellen geformuleerd betreffende de verdere harmonisering van de rechtspositieregelingen van de universiteiten en hogescholen.
De onderwijsvakbonden hebben vertrouwen in het gegeven woord van onderwijsminister Frank Vandenbroucke dat alle onderdelen van de overeenkomst ook correct zullen uitgevoerd worden.

PROGRAMMA-OVERZICHT CAO I HOGER ONDERWIJS

Werkdruk
Het terugdringen van de werkdruk in het hoger onderwijs was een van de speerpunten in het eisencahier. De Vlaamse overheid erkent dat de financiële injectie voor de hogescholen die in het Vlaamse regeerakkoord is voorzien, dient aangewend te worden om de werkdruk significant aan te pakken. Voor eind mei 2005 zal die een beslissing nemen over de precieze timing en omvang. Daarnaast neemt de overheid ook enkele kleinere maatregelen om de planlast voor de personeelsleden te beperken.

Medezeggenschap
De overheid stelt dat ook zij de medezeggenschap ernstig neemt. De afspraken over het faciliteren van vakbondsopdrachten moeten weliswaar gemaakt worden op het lokale niveau, maar de overheid is van oordeel dat – gezien de specificiteit van de hogeronderwijsopdracht - de faciliteiten in het kader van de onderhandelingsorganen betrekking hebben op:

  • het lesvrij roosteren van de leden van de onderhandelingscomités op de vaste vergadermomenten;
  • het verlenen van een bepaald percentage in de jaaropdracht van de leden van de onderhandelingscomités en van de woordvoerder(s);
  • het verlenen van vergaderfaciliteiten voor de vertegenwoordigers;
  • het beschikbaar stellen van een kantoorruimte voor de woordvoerder(s).
    In het hogescholendecreet zal het principe worden ingeschreven dat de instellingen een kwaliteitsvolle organisatie van de medezeggenschap moeten ‘faciliteren’ met verwijzing naar de voormelde elementen in de memorie van toelichting vanaf 1 oktober 2005.

De overheid zal de commissarissen van de Vlaamse regering bij de universiteiten en de hogescholen een ad hoc-opdracht geven, waarbij de huidige stand van zaken met betrekking tot de medezeggenschap in de verschillende instellingen in kaart wordt gebracht en geëvalueerd. Bovendien zullen de instellingen hierover in het jaarverslag verantwoording afleggen. De commissarissen van de Vlaamse regering bij de hogescholen en de universiteiten zullen de paragraaf over de medezeggenschap voorzien van commentaar, waardoor de medezeggenschap in de instellingen het voorwerp wordt van permanente monitoring. Op basis hiervan zal op 1 oktober 2006 een evaluatie van de medezeggenschap worden doorgevoerd.
Vanaf 1 oktober 2005 neemt de overheid ter ondersteuning van de medezeggenschap binnen de associaties zes voltijdse eenheden ten laste en stelt hiervoor maximum 300.000 euro ter beschikking. De Vlaamse regering engageert zich ook om de nodige inspanningen te leveren om ook de deelname aan de internationale activiteiten van niet-vrijgestelde vakbondsafgevaardigden mogelijk te maken.

Nieuwe taken
Indien de Vlaamse regering nieuwe taken oplegt aan de instellingen hoger onderwijs of hun personeelsleden, dan zal de overheid vanaf 1 januari 2005 een reguleringsimpactanalyse opstellen, waarbij op transparante manier met een rapport aan de Vlaamse regering onder meer het effect op taakbelasting en werkdruk in kaart worden gebracht. Deze ‘RIA’ zal minstens jaarlijks samen met de vakorganisaties worden geëvalueerd.
Bij iedere nieuwe opdracht vanwege de overheid zal er bovendien een tegensprekelijk debat worden gevoerd of nieuwe middelen noodzakelijk zijn.

Recht op bezoldigde vorming
De overheid zal een sectoraal vormingsfonds voor het personeel hoger onderwijs oprichten. Het zal sectoraal paritair beheerd worden door de instellingen hoger onderwijs en de vakorganisaties. De overheid voorziet een subsidie die even hoog is als de inbreng van de instellingen hoger onderwijs op basis van het principe ‘1 euro voor 1 euro’, voor 2006 maximaal 1.070.000 euro.

Betere rechtsbescherming voor tijdelijken
De overheid gaat akkoord om de aanstellingen van tijdelijke personeelsleden, met uitzondering van de aanstellingen tot assistent in hogescholen en universiteiten, te laten onderzoeken in de werkgroep harmonisering rechtspositieregelingen met het oog op een betere rechtsbescherming.
De aanstelling van personeelsleden van groep 1 (lectoren, praktijklectoren) gebeurt in principe voor onbepaalde duur, tenzij grondig gemotiveerd door het hogeschoolbestuur. De werkgroep zal voorstellen voor eventuele uitbreiding naar groep 3 onderzoeken. Deze werkgroep zal eveneens een voorstel over outplacement formuleren.

Personeelseffectenrapport
De instellingen zullen een personeelseffectenrapport opstellen voor alle bestuursdaden die een effect hebben op de personeelsformatie. We gaan ervan uit dat alle besturen al een dergelijke analyse maken vooraleer zij overgaan tot het nemen van belangrijke beslissingen. Bijkomende planlast zou dus beperkt of onbestaande moeten zijn. We vinden het wel een belangrijk instrument voor onder meer de besprekingen binnen de onderhandelingscomités.
Een genderneutraal personeelsbeleid en evenredige arbeidsparticipatie
De overheid zal nagaan op welke manier de vertegenwoordiging van vrouwen in de hoogste wetenschappelijke posities kan verbeterd worden. Bovendien zullen er, in de mate van het mogelijke, ook maatregelen worden uitgewerkt om personeelsleden die tijdens hun loopbaan gehandicapt worden, toe te laten hun loopbaan in het onderwijs verder te zetten. Samen met de instellingen zullen er voorstellen uitgewerkt worden met een ondersteunende strategie en concrete acties.
Daarnaast zal er ook nagegaan worden hoe allochtonen en kansarmen na hun studies beter kunnen doorstromen naar wetenschappelijke posities.

Thematische verloven
De overheid werkt een regeling uit voor de thematische verloven academisch personeel universiteiten in het raam van de loopbaanonderbreking.

Optrekken salarisschalen ATP universiteiten - niveaus C en D
De onderhandelingen voor een lineaire verhoging van 1% voor de salarisschalen van de niveaus C en D (graden 1 tot en met 4) van de universiteiten, zullen worden beëindigd voor eind mei 2005. Deze weddenschalen liggen onder het niveau van die van de hogescholen. Deze maatregel kan gezien worden als een terechte eerste stap in het gelijktrekken van de salarissen.

De gelijkschakeling van het vakantiegeld met dat van de Vlaamse ambtenaren
De onderhandelingen m.b.t. de fasering inzake de verhoging van het vakantiegeld zullen, zoals ook voorzien voor het leerplichtonderwijs, worden beëindigd voor einde mei 2005.

Harmonisatie rechtspositie en verlofproblematiek
De overheid onderschrijft het belang van een harmonisering van de regeling van de rechtspositie van de universiteiten en hogescholen. Er zal daartoe een werkgroep, bestaande uit de overheid, de instellingen hoger onderwijs en de vakorganisaties, worden opgericht om die harmonisering te bestuderen.
Tegen 1 september 2005 worden de verlofstelsels moederschapsbescherming, vaderschapsverlof en uitzonderlijk verlof samenwonenden geïmplementeerd.
Voor het vaderschapsverlof geldt dat het omstandigheidsverlof naar aanleiding van de geboorte van een kind van 4 naar 10 werkdagen wordt uitgebreid. Voor benoemde en tijdelijke personeelsleden worden deze 10 werkdagen bezoldigd. Voor de statutaire leden van het ATP en het AP van de privaatrechtelijke universiteiten wordt er in een bedrag van 35.000 euro voorzien.
Het principe dat bij het nemen van een verlof of een afwezigheid minstens de helft van een voltijdse betrekking moet worden gepresteerd, wordt verlaten. Dit principe zal gelden voor verlof voor verminderde prestaties gewettigd door sociale en familiale redenen en de afwezigheid voor verminderde prestaties wegens persoonlijke aangelegenheid.

Mobiliteit
Voor de mobiliteit van het hoger onderwijs naar de andere onderwijsniveaus zal de overheid binnen de maand na de ondertekening van dit protocol een concreet voorstel doen, waarbij een eenvoudige standaardprocedure wordt vastgelegd. Aan het structuurdecreet wordt toegevoegd dat mobiliteit ook kan op verzoek van het personeelslid.
Voor mobiliteit van de andere onderwijsniveaus naar het hoger onderwijs wordt het geëigende instrument de ‘detachering' of het verlof wegens opdracht.

Engagement

Zoals bij elke cao is het de Vlaamse regering die zich verbindt tot een correcte en volledige uitvoering van deze cao. Van onze kant engageren wij ons om loyaal het akkoord in zijn geheel te respecteren.
Dit betekent niet dat wij aan handen en voeten gebonden zijn. Indien een aantal discussies, zoals over de financiële injectie voor de hogescholen, de verkeerde kant dreigen uit te gaan, zullen syndicale acties onvermijdelijk zijn.
Blijven strijden voor een rechtvaardige financiering voor het gehele hoger onderwijs, tegen de hoge werkdruk en voor een goed statuut voor het personeel, dat is het engagement van COC!

Rudy Van Renterghem



 
Onze website maakt gebruik van cookies.