header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt juli 2011

Dit schooljaar juli 2011

Grote ambities met een te klein budget

In uitvoering van het regeerakkoord werkt minister Smet op dit ogenblik aan een nieuw personeelsomkaderingssysteem voor het basisonderwijs. Twee grote doelstellingen staan voorop. Vooreerst de gelijke behandeling van het kleuteronderwijs en het lager onderwijs waardoor er kleinere kleuterklassen zullen zijn. Als de middelen goed worden gebruikt … Ten tweede de integratie van de GOK-middelen[1] in dat omkaderingssysteem.

Deze operatie is niet alleen van groot belang voor het basisonderwijs en dan vooral voor het kleuteronderwijs, maar ook voor het secundair onderwijs. De hier toegepaste werkwijze is immers wellicht een voorafspiegeling van het nieuwe omkaderingsmechanisme dat ook voor het secundair onderwijs zal ontwikkeld worden.

 

Te grote klassen

Onlangs kwam de omkadering van het kleuteronderwijs in het nieuws toen de pers, op aangeven van de Werkgroep Kleuterscholen, de aandacht vestigde op een kleuterklas met meer dan 50 kleuters. Hiermee wilde de werkgroep aantonen dat het volledig fout zat met de manier waarop kleuterscholen omkaderd werden. Maar de werkgroep én de journalisten verloren uit het oog dat schoolbesturen erg grote autonomie hebben in de manier waarop zij omgaan met de middelen die zij voor hun personeelsomkadering krijgen. Als personeelsleden met grote klassen geconfronteerd worden, moet eerst gekeken worden hoe de betrokken school de toegekende lestijden benut. Scholen kiezen bijvoorbeeld zelf hoe ze leerlingen groeperen. In het kleuter- en lager onderwijs bestaan officieel geen jaarklassen. Toch blijven scholen zich zo organiseren. Wijzigingen in de context (wanneer bijvoorbeeld meer kleuters participeren aan het kleuteronderwijs) zetten scholen er blijkbaar niet vanzelf toe aan na te denken over hun groeperingspraktijk. Zij hebben nochtans de ruimte om alternatieven uit te werken die tegemoet komen aan de noden van de leerlingen én die rekening houden met de werkomstandigheden van de personeelsleden. Wanneer sommige klassen te veel leerlingen tellen, kan men daarvoor niet altijd automatisch beschuldigend met de vinger naar Brussel wijzen.

 

Verantwoordelijkheid

Maar zo eenvoudig is het nu ook weer niet. De overheid vraagt immers veel van de scholen en de middelen die ze daarvoor veil heeft, zijn hiermee niet evenredig. Onder het mom van lokale autonomie schuift de Vlaamse Regering al jaren haar verantwoordelijkheid én haar gebrek aan middelen door naar de schoolbesturen. In beleidstaal heet het dan dat het lokale niveau het beste niveau is om beslissingen te nemen. Dat is dikwijls ook zo, maar als dat er in de praktijk op neerkomt dat het lokale niveau enkel de armoede mag verdelen, dan zit het fout: dan wentelt de Vlaamse Regering haar verantwoordelijkheid af.

 

Geen bedrog

In Vlaanderen mogen scholen al twintig jaar lang maar een bepaald percentage van de lesuren waar zij recht op hebben, aanwenden. Dat aanwendingspercentage[2] zou voor het basisonderwijs nu op 100 % gebracht worden. Dat is goed nieuws... als alle scholen daardoor werkelijk een grotere omkadering zouden krijgen. Maar zal dat zo zijn? Minister Smet wil dubbel zoveel lestijden besteden aan het gelijkekansenonderwijs dan nu het geval is. Om deze ambitie waar te maken, heeft hij een te klein budget. Daarom stelt hij voor om van alle scholen lestijden af te nemen (3,04 %) en die daarna opnieuw te verdelen onder de scholen met kinderen met specifieke leerlingenkenmerken[3].

 

COC is het er absoluut mee eens dat scholen met zulke leerlingen een grotere omkadering krijgen, maar dat mag niet ten koste gaan van de omkadering van andere scholen. Als minister Smet het aanwendingspercentage op 100 % wil brengen, de kleuterscholen dezelfde omkadering wil geven als de lagere scholen en meer middelen wil aanwenden voor het gelijkekansenonderwijs, dan kan hij dat alleen maar realiseren als hij van de Vlaamse Regering hiervoor een voldoende groot bijkomend budget krijgt. Krijgt hij dat niet, dan moet hij zijn ambities bijstellen. Voor COC is het onaanvaardbaar dat scholen vanaf 1 september 2012 een omkadering zouden krijgen die kleiner is dan hun huidige omkadering omdat hun leerlingenpopulatie toevallig geen of weinig kinderen bevat met specifieke leerlingenkenmerken.

Jos Van Der Hoeven

 

 


[1] Middelen voor het gelijkekansenonderwijs

[2] 99,375 % voor het kleuteronderwijs en 98,425 % voor het lager onderwijs

[3] Dat zijn kinderen met een laaggeschoolde moeder, waarvan de thuistaal niet het Nederlands is en die recht hebben op een schooltoelage



 
Onze website maakt gebruik van cookies.