header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt mei 2015

Dit schooljaar mei 2015

Regering verhoogt pensioenleeftijd opnieuw

In het vorig nummer van Brandpunt kon u lezen het resultaat lezen van de onderhandelingen rond het afschaffen van de diplomabonificatie voor het recht op de opening van het rustpensioen voor ambtenaren en personeelsleden van het onderwijs. Ondertussen keurde het parlement deze maatregel goed. De stemming over deze maatregel, die in de praktijk tot een verhoging van de pensioenleeftijd leidt van iedereen die een diploma hoger onderwijs heeft behaald, was bij wijze van spreken nog niet helemaal afgelopen of de regering nam alweer een beslissing waarbij zij de pensioenleeftijd voor iedereen nog maar eens verhoogt.
De maatregelen die de regering heeft genomen op de ministerraad moeten nog onderhandeld worden op Comité A (het hoogste onderhandelingsorgaan in België voor pensioenen voor het overheidspersoneel) en moeten daarna nog goedgekeurd worden door het federale parlement. Maar we weten allemaal dat er in het parlement op dat ogenblik alleen nog een spelletje volgt van oppositie tegen meerderheid en dat de meerderheid gewoon goedkeurt wat de regering dicteert.

Door deze beslissing van de regering zijn de voorbeelden van het langer werken in de praktijk zoals ze verschenen zijn in het vorig nummer van Brandpunt minstens in een aantal gevallen al achterhaald en dus niet meer richtinggevend.

Rechtzetting
We willen ons hier ook eerst en vooral verontschuldigen voor de storende fout met de diplomabonificatie in de voorbeelden van de bachelor in het vorig nummer van Brandpunt. Vermits de studieduur voor de regent in die tijd twee jaar bedroeg, bedraagt de diplomabonificatie bijgevolg ook twee jaar (en geen drie jaar zoals verrekend in het voorbeeld van de regent). De systematiek van de afbouw van de diplomabonificatie blijft uiteraard wel overeind, namelijk een vermindering van 4 maanden per jaar vanaf 2016.

Zwaar getroffen
De maatregel die de federale regering nu heeft getroffen, geeft uitvoering aan het regeerakkoord, maar zorgt er nogmaals voor dat de effectieve datum waarop iemand met pensioen kan opnieuw wordt opgetrokken. Deze maatregel wordt ook gecumuleerd met de afschaffing van de diplomabonificatie waardoor het overheidspersoneel in het algemeen, maar het onderwijspersoneel in het bijzonder, zwaar getroffen wordt.

De regering heeft beslist om de leeftijd waarop iemand met vervroegd pensioen kan, te verhogen vanaf 2017 tot 62 jaar en 6 maanden, waarbij je een loopbaan moet kunnen bewijzen van 41 loopbaanjaren. Vanaf 2018 kan je pas op pensioen als je 63 jaar bent met een loopbaan van 41 loopbaanjaren. Vanaf 2019 kan je op pensioen wanneer je 63 jaar bent op voorwaarde dat je dan een loopbaan kan bewijzen van 42 loopbaanjaren.

Je kan ook vroeger met pensioen, op voorwaarde dat je valt onder de uitzonderingen met een ‘lange loopbaan’ (alsof een loopbaan van 41 of 42 jaar geen lange loopbaan is).

Om een en ander te verduidelijken verwerken we de beslissing van de regering in onderstaande tabel. De eerste tabel geeft de regeling weer zoals deze was na de pensioenmaatregelen van de regering Di Rupo. De tweede geeft de regeling weer zoals beslist door de regering Michel. De wijzigingen werden voor alle duidelijkheid in de tweede tabel in kleur aangegeven.

Situatie na de pensioenhervormingen eind 2011.

Jaar

Minimumleeftijd

Loopbaanvoorwaarde

Uitzondering lange loopbanen

2012

60 jaar

5 jaar

 

2013

60 jaar en 6 maanden

38 jaar

60 jaar indien loopbaan van 40 jaar

2014

61 jaar

39 jaar

60 jaar indien loopbaan van 40 jaar

2015

61 jaar en 6 maanden

40 jaar

60 jaar indien loopbaan van 41 jaar

Vanaf 2016

62 jaar

40 jaar

60 jaar indien loopbaan van 42 jaar

61 jaar indien loopbaan van 41 jaar 

Voor wie alleen onderwijsdiensten in de loopbaan heeft (met uitzondering van CLB en vastbenoemd meester-, vak- en dienstpersoneel) geldt volgende tabel.

Loopbaanbreuk 1/55

Jaar

Minimumleeftijd

Coëfficiënt

Loopbaan

Minimum leeftijd

Coëfficiënt

Lange loopbaan

2012

60 jaar

 

5 jaar

 

 

 

2013

60 jaar en 6 maanden

1,0910

34,83 jaar

60 jaar

1,0908

36,67 jaar

2014

61 jaar

1,0909

35,75 jaar

60 jaar

1,0908

36,67 jaar

2015

61 jaar en 6 maanden

1,0908

36,67 jaar

 

1,0910

37,58 jaar

2016

62 jaar

1,0908

36,67 jaar

60 jaar

1,0909

38,50 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0910

37,58 jaar

2017

62 jaar

1,0644

37,58 jaar

60 jaar

1,0654

39,42 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0649

38,50 jaar

2018

62 jaar

1,0390

38,50 jaar

60 jaar

1,0500

40,00 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0401

39,42 jaar

Door de beslissing van de regering Michel zullen de leeftijd en diensttijd er in de toekomst als volgt uitzien:

Jaar

Minimumleeftijd

Loopbaanvoorwaarde

Uitzondering lange loopbanen

2012

60 jaar

5 jaar

 

2013

60 jaar en 6 maanden

38 jaar

60 jaar indien loopbaan van 40 jaar

2014

61 jaar

39 jaar

60 jaar indien loopbaan van 40 jaar

2015

61 jaar en 6 maanden

40 jaar

60 jaar indien loopbaan van 41 jaar

 2016

62 jaar

40 jaar

60 jaar indien loopbaan van 42 jaar

61 jaar indien loopbaan van 41 jaar

2017

62 jaar en 6 maanden

41 jaar

60 jaar indien loopbaan van 43 jaar

61 jaar indien loopbaan van 42 jaar

2018

63 jaar

41 jaar

60 jaar indien loopbaan van 43 jaar

61 jaar indien loopbaan van 42 jaar

Vanaf 2019

63 jaar

42 jaar

60 jaar indien loopbaan van 44 jaar

61 jaar indien loopbaan van 43 jaar

Voor wie alleen onderwijsdiensten in zijn loopbaan heeft (met uitzondering van CLB en vastbenoemd meester-, vak- en dienstpersoneel) geldt volgende tabel.

Loopbaanbreuk 1/55

Jaar

Minimumleeftijd

Coëfficiënt

Loopbaan

Minimum leeftijd

Coëfficiënt

Lange loopbaan

2012

60 jaar

 

5 jaar

 

 

 

2013

60 jaar en 6 maanden

1,0910

34,83 jaar

60 jaar

1,0908

36,67 jaar

2014

61 jaar

1,0909

35,75 jaar

60 jaar

1,0908

36,67 jaar

2015

61 jaar en 6 maanden

1,0908

36,67 jaar

 

1,0910

37,58 jaar

2016

62 jaar

1,0908

36,67 jaar

60 jaar

1,0909

38,50 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0910

37,58 jaar

2017

62 jaar en 6 maanden

1,0644

38,52 jaar

60 jaar

1,0654

40,36 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0649

39,44 jaar

2018

63 jaar

1,0390

39,46 jaar

60 jaar

1,0500

40,95 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0401

40,38 jaar

2019

63 jaar

1,0390

39,46 jaar

60 jaar

1,0500

41,90 jaar

 

 

 

 

61 jaar

1,0401

41,34 jaar

Voor de omrekening van het nodige aantal loopbaanjaren in 60sten naar 55sten hebben we gebruik gemaakt van de coëfficiënten zoals ze op vandaag bestaan. Of de regering deze lijn volledig zal doortrekken, moeten we nog even afwachten.

Als je de nieuwe tabellen bekijkt samen met de geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie (zie daarvoor de tabel in het vorig nummer van Brandpunt), kan je niet anders dan vaststellen dat voor de overgrote meerderheid van het onderwijspersoneel deze beslissing betekent dat zij een aantal jaren lager zullen moeten werken. Voor pensioenen die ingaan vanaf 2018 of 2019 kan dat oplopen tot vier jaar of meer!

Overgangsmaatregelen
In het voorontwerp van pensioenwet staan gelukkig ook nu al enkele overgangsmaatregelen ingeschreven. Zo zal ook in de toekomst een personeelslid dat op een bepaald ogenblik aan de voorwaarden voldoet om vervroegd met pensioen te gaan dit ook nog op een latere datum kunnen zonder daarvoor aan de voorwaarden van die latere datum te moeten voldoen. Langer werken dan strikt noodzakelijk is, wordt niet gestraft.

Ook werd ingeschreven dat de personen die tijdens hetzelfde jaar geboren zijn op dezelfde manier behandeld worden. De pensioenen die ingaan op 1 januari van nu tot 2019 zullen vallen onder de toepassing van de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden van het voorgaande jaar.

Ook heeft de regering een passage ingeschreven voor wie aan de vooravond van zijn pensioen staat. Hier gaat de regering echter minder ver dan wat ingeschreven is in de wet die de afbouw en afschaffing van de diplomabonificatie regelt. Overgangsmaatregelen ingeschreven in een vorige wet waarvan de inkt nog niet helemaal droog is, niet overnemen zou getuigen van een absolute minachting van alle personeelsleden die al een tijdje uitkeken naar hun verdiend pensioen. We hopen ten stelligste dat de onderhandelaars die namens de regering in Comité A onderhandelen de nodige aandacht en onderhandelingsmarge zullen hebben om een reeks maatregelen bij te sturen. Naar onderhandeling komen zonder onderhandelingsmarge heeft immers geen zin. Onderhandelingen worden dan een schouwtoneel en een farce!

Nog geen wet
Voor alle duidelijkheid willen we nogmaals benadrukken dat bovenstaande maatregelen nog geen wet zijn, dat er nog over onderhandeld moet worden en dat het parlement deze maatregelen, aangepast na de onderhandelingen met de sociale partners, daarna ook nog moet goedkeuren. Het spreekt voor zich dat we als vakbond deze beslissing proberen bij te sturen. Het is duidelijk dat er meer en langere overgangsmaatregelen moeten komen! Van zodra het resultaat van de onderhandelingen over deze nieuwe aanpassingen bekend zal u deze kunnen lezen op onze website en in Brandpunt. 

Peter Gregorius

 

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.