header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt oktober 2015

Dit schooljaar oktober 2015

De stem van je collega’s zijn

In mei 2016 zijn er opnieuw sociale verkiezingen. Dan kiezen onderwijspersoneelsleden hun afgevaardigden voor het Comité voor Preventie en Bescherming op het werk (Comité PB) en de Ondernemingsraad (OR). De werknemersvertegenwoordigers worden verkozen voor een mandaat van vier jaar en worden voorgedragen door de vakbonden die aanwezig zijn in de school of het centrum. Brandpunt sprak met drie gemotiveerde CPBW’ers, één starter en twee ervaren rotten in het vak, over het belang van een CPBW.

Vic Bastiaens, bibliotheekmedewerker UCLL. Vakbondsafgevaardigde en lid van het CPBW. Binnen COC zetel ik in het provinciaal comité van Vlaams-Brabant, het nationaal sectorcomité van het hoger onderwijs, het nationaal comité en de commissie syndicale werking en motivatie.

Ferdinand Cobbaut, leraar natuurwetenschappen aan de Vrije Technische School in Sint-Niklaas, BSO en TSO. Vakbondsafgevaardigde, lid van het LOC, het CPBW, voorzitter van de schoolraad. Als kaderlid van COC ben ik lid van het provinciaal comité Oost-Vlaanderen, secretaris van het dagelijks bestuur van Oost-Vlaanderen, lid van nationaal sectorcomité secundair onderwijs, het nationaal comité en Kamer V. 

Begoña Avellaneda Goicuria, medewerker op het leerlingensecretariaat BUSO Zonnebos, Brasschaat. Net verkozen als vakbondsafgevaardigde, start als comitélid.Vic: ‘Ik werk in de Katholieke Hogeschool van Leuven sinds 1984: eerst in ‘algemene administratie’ en dan een twintigtal jaren in ‘personeelszaken’.

Vic: 'In 2008 ben ik begonnen in de bibliotheek als bibliotheekmedewerker. Op onze hogeschool ben ik syndicaal afgevaardigde en lid van het CPBW. In het begin was er een ondernemingsraad, met opsplitsing CPBW, maar dat stelde eigenlijk niet zo veel voor. Gaandeweg heb ik mij dat meer aangetrokken en samen met anderen geprobeerd een trekkersrol op te nemen. Zo is de CPBW-werking gegroeid. Na een fusie met Groep T en KH Limburg is de KH Leuven UCLL (University Colleges Leuven Limburg) geworden. Dat heeft ook gevolgen voor onze CPBW-werking, bijvoorbeeld welke technische bedrijfseenheden het bestuur gaat voorstellen. Een voordeel van de fusie is dat we een andere voorzitter, de algemeen beheerder, hebben gekregen. Als ik iets vaststel of vraag, komt hij daar de volgende keer op terug. De persoon van de voorzitter is heel belangrijk, zelfs cruciaal voor een CPBW. We hebben meer inbreng. De directie weet ook dat we onze bronnen raadplegen en ons goed informeren voor we bijvoorbeeld een item op de agenda willen plaatsen.’

Ferdinand: ‘Ik werk in een nijverheidstechnische school, met houtbewerking, lassen, bouw, constructie, mechanica, elektriciteit, de harde nijverheid. Dan is veiligheid extra belangrijk.’ Begoña: ‘Ik ben recent verkozen als vakbondsafgevaardigde en ben nog een groentje. Bij ons is er tot nu toe nog geen comité. De afgelopen jaren waren we heel druk bezig met een fusie en de opstart van een comité was niet de eerste zorg. Drie jaar geleden zijn we (Buso Remi Quadens) overgenomen door Zonnebos. Het hele fusieproces was erg intensief en moest heel snel gaan. Onze prioriteiten lagen vooral bij de personeelsleden die uit de boot zouden vallen. Nu alles in de plooi gevallen is, zijn we toe aan een comité.’

WELZIJN VAN WERKNEMERS

Waarom ben je lid geworden van het CPBW?
Vic: ‘Toen ik studeerde, heb ik mijn eindwerk gemaakt over de sociale strijd in Aalst (naar het boek van Louis Paul Boon). Het sociale heeft mij altijd geïnteresseerd. Ik ben onmiddellijk lid geworden van de vakbond en vrij vlug verkozen als vakbondsafgevaardigde en als lid voor het CPBW. In het begin behandelden we vooral plaatselijke problemen. Nu kan het CPBW echt op verschillende domeinen zijn belang aantonen, bijvoorbeeld rond de psychosociale wetgeving. Dat thema staat hoog op de agenda en daar kan je echt je tanden in zetten.’

Ferdinand: ‘Mijn overgrootouders hebben samen met Edward Anseele op de barricades gestaan. Dat waren arbeidersgezinnen die letterlijk gevochten hebben voor de rechten waar wij de vruchten van plukken. Als je merkt hoe werkgevers en overheid nu beknibbelen op verworvenheden en veiligheid, dan vind ik toch wel dat we mogen zeggen dat bepaalde rechten moeten blijven. Even op de rem gaan staan. Niet iedereen durft te spreken en te reageren tegen de werkgever. Ook voor hen moet iemand opkomen. Als je recht in je schoenen staat, de wet aan je kant hebt en je beleefd en correct communiceert, dan mag – moet – je je stem laten horen.Toen ik op mijn school begon te werken, ben ik vrij vlug in de participatieraad geraakt (de huidige schoolraad, het overleg- en adviesorgaan tussen ouders, leerlingen, leraars, directie en lokale gemeenschap). Zo kwam ik in contact met allerlei onderwerpen. Collega’s vonden dat ik er wel veel van wist, het goed kon uitleggen. Iedereen in de school wil zijn ei kwijt. De ene organiseert een veldloop, de andere een barbecue of is bezig met PR naar bedrijven… Dat is niet aan mij besteed, maar een taak vervullen in LOC, CPBW en andere overleg en adviesorganen, vind ik wel belangrijk.’

Begoña: ‘Ik groeide op in Spanje en ben naar België verhuisd toen ik vierentwintig jaar oud was. Ik ben geboren onder Franco en was acht jaar toen hij stierf. Op dat moment moest in Spanje nog alles opgebouwd worden: pensioenen, sociale zekerheid, vrijheden, arbeidsreglement. Kortom, een democratische staat. Mijn ouders waren vrij sociaal actief en ik vond het vanzelfsprekend om aan de hand van mijn ouders de straat op te gaan en mee te betogen. Er heerste een groot gevoel van solidariteit. Mensen waren heel sociaal en politiek bewust. Toen ik in België kwam wonen, hadden jullie dat traject al afgelegd, jullie moesten niets meer bereiken, enkel in stand houden, fungeren als opzichters.’

Wat beschouwen jullie als de hoofdtaak van het CPBW?
Ferdinand: ‘Blijven waken over veiligheid. De naam zegt het al: comité voor preventie en bescherming op het werk. Kijken naar het preventief beschermen van leerlingen en leraars bij het uitvoeren van hun job. Dat is zo allesomvattend: veiligheid van machines, werkomstandigheden, ergonomie. We moeten proberen mensen bewust te maken, dat ze zelfstandig met veiligheid kunnen omgaan. Naast het luik veiligheid is ook preventie belangrijk: psychosociaal, werkdruk, burn-out, overlast. Ooit heeft iemand mij gezegd: van zodra ik ook maar van iets stress krijg - onveiligheid, slechte ergonomie, een hinderende geur - is het een thema voor CPBW. Want het gaat om mijn welzijn en dat wordt geschaad.’

Vic: ‘Ik kom van het departement economisch hoger onderwijs. Voor mij betekent CPBW vooral inzetten op het sociale en het welzijn. Ik heb veel mensen over de vloer gehad die het soms niet meer zagen zitten, zich voelden alsof ze gefaald hebben, ook al is dat niet zo. Het algemeen welzijn is een heel belangrijke taak van het CPBW. De juridisering van het onderwijs speelt daar ook een grote rol in. Als je soms ziet wat voor klachten er komen…!’

Ferdinand: ‘Vroeger was leraar een beroep waar men naar op keek, maar nu is het respect voor de leraar veel minder. De situatie is aan het verbeteren, maar toch. Als je vroeger straf kreeg op school, kreeg je nog extra straf thuis. Nu komen de ouders naar school verhaal halen. Dat geeft stress. Leraars worstelen met de vraag hoe ze de leerlingen kunnen kneden zonder hun boekje buiten te gaan.’

Begoña: ‘Inderdaad, stressbeheersing binnen de school is ook een heel belangrijke taak van het CPBW. Als je niets aan die stress doet, creëer je een gespannen sfeer met al de gevolgen vandien: ziekteverzuim, vervangingen…’Vic: ‘Ook de commercialisering van het onderwijs speelt een heel belangrijke rol. Scholen zien studenten en leerlingen als klanten die een school shoppen en de klant moet altijd gelijk kunnen krijgen!’

Ferdinand: ‘De leraar krijgt soms de schuld van alles. Ik ga ervanuit dat een leraar een professional is, professioneel bezig is met zijn job en naar best vermogen probeert te werken. Het CPBW moet als één blok staan achter de leraar. Als je niet gesteund wordt, ben je een vogel voor de kat.’

HET VERSCHIL KUNNEN MAKEN

Zijn jullie tevreden over het verloop van het CPBW? Hoe is de sfeer en de samenwerking met directie? 
Vic: ‘In ons CPBW gaan we geen discussie uit de weg en doen we zelf ook voorstellen, bijvoorbeeld dankzij de aandachtspunten in de CPBW-artikels in Brandpunt of van de vormingsdagen. Die input wordt wel geapprecieerd. Als de directie er dan niet op ingaat, hebben we een stok achter de deur als er iets zou gebeuren. De rol van de voorzitter van het comité is heel belangrijk. Hij bepaalt of het alleen een vergadering met mededelingen wordt of dat we samen dingen aanpakken en veranderen. De laatste twintig jaar is de wetgeving enorm uitgebreid en ze blijft in beweging.’

Ferdinand: ‘Op mijn school is er elke eerste vrijdag van de maand een CPBW-vergadering in de voormiddag, dat is opgenomen in ons huishoudelijk reglement. In die vergadering zetelen de directeur als voorzitter, enkele technisch adviseurs en een preventieadviseur.Als werknemers in ons CPBW zijn we heel erg blij met de vorming en nuttige informatie vanuit COC, want die is heel erg op onderwijs gericht. Ook belangrijk is de jaarlijkse rondgang waarbij je in de ateliers gaat en aan je collega’s vraagt wat er verbeterd kan worden. Het zijn die mensen die weten wat er op hun werkplek fout loopt. De technisch adviseurs weten dat ook, maar zij zitten aan de kant van de werkgever. Op zo’n moment kunnen jouw collega’s openlijk spreken en als ze dan nadien zien dat jij daarover gesproken hebt tijdens een vergadering van het CPBW (de verslagen hangen uit), voelen ze zich gehoord. Als je hun problemen dan ook nog kan oplossen, is het helemaal goed.Op een CPBW moet je niet over persoonlijke problemen gaan praten. Het is heel gemakkelijk om een probleem in een casus aan te kaarten, dan staat er heel snel een naam in het verslag, en dat kan niet. Probeer algemeen naar welzijn en bescherming te kijken, dan is niet alleen degene die het probleem heeft er mee geholpen, maar ook de andere mensen.Het is ook heel belangrijk een jaaractieplan te hebben: dat is een item waar we dit jaar aan willen werken, heel duidelijk omschreven. Maak het nooit te groot, want dan haal je je doelstelling toch niet. Bespreek het dan ook in het CPBW en vraag aan de directie wat zij doen rond dit thema. Het is niet altijd aan de werknemers om te werken aan de veiligheid. Ook het globale preventieplan opvolgen is belangrijk. Het is een vijfjarenplan met de visie van het schoolbestuur: waar wil de directie naartoe met de school? Wat wij heel belangrijk vinden, is dat wij inzicht krijgen in allerlei verslagen (interne dienst, externe dienst, arbeidsinspectie, brandweer…). We krijgen die heel snel als er geen negatieve punten in staan, maar anders niet altijd, nochtans is men ertoe verplicht. Die verslagen moeten op het comité komen. De preventieadviseur moet maandelijks een verslag maken en dat brengen op CPBW, naargelang daar iets instaat, kunnen we meer uitleg vragen.’

Begoña: ‘In ons comité zal de directeur voorzitter zijn. Er zetelen ook enkele technisch adviseurs en ik vertegenwoordig samen met een collega van de andere vakbond het personeel. Hoe die samenwerking zal verlopen, is nog af te wachten. De technisch adviseurs zijn goede spreekbuizen tussen personeelsleden en directie, maar soms zitten ze klem. Ik ben er wel van overtuigd dat we met de juiste ingesteldheid het verschil kunnen maken.’

Hoe zien jullie de rol van de preventieadviseur?
Ferdinand: ‘De preventieadviseur is enorm belangrijk, omdat je van hem mag verwachten dat hij de regels kent. Hij is daarvoor opgeleid en kan informatie geven over machines en ergonomie. Dat is het grote probleem: een preventieadviseur is ook de luis in de pels. Hij wordt betaald door het schoolbestuur, maar hij moet hen ook constant zeggen wat er niet goed is. De job van preventieadviseur is heel belangrijk, zou onafhankelijk moeten zijn.De preventieadviseur benadert veiligheid als een professional. Wij weten niet alles van veiligheid. Zo’n preventieadviseur moet onafhankelijk zijn, maar wordt betaald via de puntenenveloppe. Dat is een heel groot probleem. Het is door de goodwill van het schoolbestuur en de leden van het CPBW dat hij er is. Het is enorm frustrerend dat de overheid verwacht dat hij er is, maar er geen geld voor voorziet. Iedereen is het erover eens dat veiligheid belangrijk is, maar vraag is altijd of er geld aan besteed mag worden. Als je een directie hebt die veiligheid belangrijk vindt en daar effectief geld aan wil spenderen, dan heb je geluk. Maar als je een directie hebt die vindt dat het belangrijker is dat de directeur in een mooi kantoor zit, dan sta je daar.’

Wat vind je positieve of negatieve aspecten van de CPBW-werking en op welke realisaties ben je fier?
Ferdinand: ‘Ik ben fier op elke realisatie – zowel groot als klein. Een voorbeeld: we hebben jarenlang gezegd dat de toiletten vuil en onhygiënisch waren. Ze zijn uiteindelijk afgebroken en nu staat er een volledig nieuwe unit, zelfs met douches voor het MVD-personeel. Fantastisch! We zijn op die nagel blijven kloppen, de aanpassingen zijn gebeurd en het CPBW heeft inzage gehad in de plannen.Als oude, onveilige machines uit dienst worden genomen en vervangen, dan zijn de collega’s ook tevreden. Maar zoiets kost altijd geld. Krijtborden zijn bij ons bijna volledig verdwenen, het zijn bijna allemaal stiftborden geworden. We hebben geurloze stiften gevraagd, dat is een heel kleine verwezenlijking, maar de personeelsleden zijn daar blij om. Onze huidige directeur weet dat zelfs niet, want degene die de bestellingen doet, koopt die automatisch aan. Het is een detail, maar wel belangrijk. Zulke kleine, praktische verwezenlijkingen maken onze collega’s blij en het werk aangenamer en beter.’

Vic: ‘De psychosociale wetgeving is een thema waarop je echt kan werken en doorbomen. De wet is gestemd in februari 2014 en vroeg een implementatie in het arbeidsreglement voor eind maart 2015. Op de vergadering van eind maart 2015 kregen wij een mooie tekst voorgeschoteld van de directie. Ze verschoot er enigszins van dat wij die tekst grondig wilden analyseren, maar onze vraag is goedgekeurd. We hebben ook de hulp ingeroepen van COC. Resultaat is dat er nu een werkgroep is opgericht die die tekst heel grondig gaat bekijken. Zo kan het CPBW ook wegen op het interne beleid.’

GOED EN VEILIG VOELEN

Wat willen jullie nog realiseren met CPBW?
Begoña: ‘Een klimaat creëren waar leerlingen en leraars zich goed voelen: een krachtige leeromgeving die mee is met de maatschappelijke normen en trends, door goede ingerichte klaslokalen, beschikbaarheid van multimedia…. Maar ook het aanreiken van voldoende ontspanningsmogelijkheden, zowel voor leerlingen als voor leraars door een goed uitgeruste speelplaats, een sportzaal met genoeg materiaal…’

Vic: ‘Materiële aanpassingen zijn vaak geen probleem, als het niet te veel geld kost. Maar het psychosociale aspect wordt wel alsmaar belangrijker. Daar moeten we zeker op blijven inzetten. Ik ben ook een voorstander van een goede samenwerking met de andere vakbonden.’ Ferdinand: ‘Mijn ultieme droom is dat leerlingen volkomen veilig les krijgen en leraars veilig les kunnen geven. Dat leerlingen en leraars graag naar school komen omdat ze zich er goed en veilig voelen, met zo weinig mogelijk stress.’

Hoe zou het CPBW moeten draaien? Heb je nog tips voor collega’s?
Ferdinand: ‘Luister naar al je collega’s, van het laagste tot het hoogste echelon. Zo vergaar je heel veel informatie. Iedereen heeft zijn mond vol over jobsatisfactie, maar doe er ook iets aan. Houd die emoties niet binnen het klaslokaal of de leraarskamer, maar breng ze naar buiten. Daar hebben we nood aan. We hebben jonge collega’s die soms niet voor zichzelf durven opkomen. Maar als ze goed zijn, zullen zij zeker hun job behouden, want er is nood aan leraars de komende jaren. Als je beleefd en respectvol zegt wat je te zeggen hebt, dan kan dat geen kwaad. Respect moet natuurlijk van beide kanten komen. Goed argumenteren, en kunnen aantonen dat wat je wilt veranderen belangrijk is voor een goed onderwijs, brengen je al heel ver bij onderhandelingen.  Ook solidariteit is heel belangrijk. Tegenwoordig redeneert men meer en meer individualistisch. Ik ga voor mezelf iets vragen bij de directeur en mijn situatie, mijn probleem is opgelost. Maar wat met de collega die het niet zo goed kan uitleggen? Die niet naar de directeur durft te stappen en met zijn probleem blijft zitten. Als CPBW’er kan je de stem zijn van je collega’s en problemen op een efficiënte manier aanpakken.’



 
Onze website maakt gebruik van cookies.