header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2016

Dit schooljaar januari 2016

De toekomst van de leerlingenbegeleiding: de krijtlijnen uitgezet

Op 11 december 2015 keurde de Vlaamse Regering op voorstel van minister Crevits de krijtlijnennota goed over de hervorming van de leerlingenbegeleiding in Vlaanderen.  Hierin beschrijft de minister van Onderwijs per thema de krijtlijnen waaraan de toekomstige leerlingenbegeleiding zal moeten voldoen. Deze eerste conceptnota is nog een ruwe schets, in april volgt conceptnota bis. Deze laatste nota zal minister Crevits gebruiken om een nieuw decreet op de leerlingenbegeleiding te maken. Dit nieuwe decreet zou moeten ingaan op 1 september 2018. 

Het dagelijks bestuur van het sectorcomité CLB van COC besprak al een eerste keer de krijtlijnennota. Met het nationaal sectorcomité CLB zullen we verder standpunten innemen bij de evolutie van de nota. De krijtlijnennota gaat uit van evolutie, geen revolutie. Op zich vinden we dit al een goed zaak. Het geeft aan dat de minister de leerlingenbegeleiding wil versterken, behouden wat goed is en enkele punten, die uit de audit als minder goed naar voren komen, verbeteren. Er wordt duidelijk aangegeven dat leerlingenbegeleiding op het kruispunt zit van de beleidsdomeinen onderwijs en welzijn. Dit zal ongetwijfeld een invloed hebben op de uitwerking van deze hervorming. Het kan niet de bedoeling zijn alleen de aspecten uit onderwijs aan te pakken als er duidelijke linken zijn met welzijn. Een geïntegreerde aanpak van de hervorming over de beleidsdomeinen heen zal dan ook op sommige aspecten nodig zijn. In de leerlingenbegeleiding gaat het natuurlijk vaak over zorg, een link met welzijn. Toch blijft de focus op de onderwijscontext. We zijn tevreden dat minister Crevits dit in haar nota duidelijk stelt. Dat geeft immers duidelijk aan dat er een grens is aan de verwachtingen van de zorg op scholen. Het blijft een ondersteuning in een pedagogische setting. Dit is een fundamenteel verschil met een therapeutische setting die onder welzijn valt. 

De krijtlijnen
De nota vertrekt onder meer vanuit de resultaten van de audit. Aan de hand van tien thema's legt de Vlaamse Regering de eerste krijtlijnen vast. Krijtlijnen, omdat uit de audit blijkt dat er geen ideaalmodel van leerlingenbegeleiding bestaat. Wel een goede indicatie hoe goede basisingrediënten kunnen leiden tot een goede leerlingenbegeleiding.

Krijtlijn 1: Zorgcontinuüm en handelingsgericht werken
Het zorgcontinuüm maakt het mogelijk om naarmate de nood aan begeleiding toeneemt, de leerling meer individueel te begeleiden. Opeenvolgend zijn er de fasen van brede preventieve basiszorg (fase 0), verhoogde zorg (fase 1) en uitbreiding van zorg (fase 2). De laatste fase (3) wordt dan, in lijn met het M-decreet, de fase van een individueel aangepast curriculum. De uitrol van het zorgcontinuüm is een gedeelde verantwoordelijkheid van school en CLB. Ook het handelingsgericht kader blijft behouden. Hierdoor wordt ondersteuning op niveau van de leerling, leerkracht, klas of school op een systematische manier geboden om planmatig en transparant te werk te gaan. Het doel blijft uiteindelijk het versterken van de leerling en zijn omgeving. 

Krijtlijn 2: Actoren binnen de leerlingenbegeleiding
Er worden vier actoren bekeken die behouden en versterkt zullen worden met als doel een meer effectieve en efficiënte leerlingenbegeleiding. De leerling en ouders, de school, het CLB en de PDB (pedagogische begeleidingsdienst). Leerlingen staan centraal en worden betrokken. Ook de ouders worden betrokken en staan achter het zorgbeleid van de school. Dit betekent voor de school dat ze via een participatief proces een duidelijke en gedragen zorgvisie ontwikkelt. Deze zorgvisie is een onderdeel van het pedagogische project van de school. Dit leidt uiteindelijk tot een zorgbeleid waarbij de school haar verantwoordelijkheid op gebied van basiszorg en verhoogde zorg opneemt. Nieuw is dat het voeren van zo’n zorgbeleid mogelijk zal gezien worden als een erkenningsvoorwaarde voor de school.De zorgverantwoordelijken in de school zullen ook kunnen rekenen op meer ondersteuning voor de ontwikkeling van competenties die nodig zijn om de leerlingenbegeleiding professioneel uit te oefenen. Voor de school zal er ook ingezet worden op een optimalere doorverwijzing via CLB en PBD naar schoolexterne partners. De centra voor leerlingenbegeleiding blijven multidisciplinair werken. De audit toont immers duidelijk de meerwaarde hiervan aan. De multidisciplinaire aanpak is ook nodig door de steeds complexer wordende problemen van leerlingen.In de krijtlijnennota wordt voor het CLB een nieuw begrip ingevoerd, namelijk basiswerking. Bedoeling is dat met een vastgelegde basiswerking een zekere vorm van uniformiteit van de centra wordt verzekerd. Centra kunnen buiten deze basiswerking al naargelang de noden een gespecialiseerde werking uitbouwen, zonder dat de basiswerking in het gedrang komt. Tot slot moet er voldoende aandacht zijn in het aanwervings- en professionaliseringsbeleid van de centra voor de specifieke onderwijscontext. De pedagogische begeleidingsdienst (PBD) ondersteunt scholen en CLB in hun ontwikkeling tot professionele en lerende organisaties. Hierbij gaat de PBD in dialoog met school en CLB, en heeft de PDB ook een makelaarsfunctie met kennis van het aanbod aan nascholingen en vormingen rond het zorgbeleid. 

Krijtlijn 3: Begeleidingsdomeinen en taken
De vier begeleidingsdomeinen (academische leerlingenbegeleiding, onderwijsloopbaanbegeleiding, geestelijke gezondheidszorg en preventieve gezondheidszorg) blijven behouden. De verantwoordelijkheid van elke actor wordt verduidelijkt en er is voor elk domein minstens een basisaanbod beschikbaar. Ook komt er een duidelijke rolverdeling.

Krijtlijn 4: Samenwerking en communicatie
De leerling staat centraal in de leerlingenbegeleiding. De onderwijsbehoeften van de leerling en de ondersteuningsbehoeften van ouders en leerlingen vormen het vertrekpunt voor de begeleiding. Een goede samenwerking en communicatie met de leerling, ouders en leerkrachten zijn dan ook cruciaal. De werking van de CLB moet daarom zichtbaar, vlot toegankelijk en laagdrempelig zijn voor alle leerlingen en ouders, met bijzondere aandacht voor maatschappelijk kwetsbare groepen. Er wordt overwogen om een uitbreiding van de permanentiemomenten te voorzien naar alle vakantieperiodes, en om momenten te voorzien voor en na de werkuren van de ouders.Ook wordt online aanwezigheid als middel gezien om bepaalde doelgroepen te bereiken. Voor de samenwerking tussen school en CLB dient het CLB voldoende dicht bij de school te staan om aansluiting te garanderen. Toch is ook de onafhankelijkheid ten opzicht van de school en hulpverlening belangrijk om vertrouwen te winnen, zeker voor maatschappelijk kwetsbare groepen.Er wordt een beleidscontract afgesloten tussen CLB en school. Een goede informatiedoorstroming van de afspraken in dit contract naar het schoolteam is belangrijk. PBD kunnen de scholen en CLB ondersteunen in de uitbouw van het zorgbeleid en stemmen deze ondersteuning af op het beleidscontract tussen school en CLB. 

Krijtlijn 5: De draaischijffunctie van het CLB en de samenwerking met de hulpverlening
Het CLB kan ook doorverwijzen naar hulpverlening die niet aan de school verbonden is. Hierbij coördineert het CLB deze hulpverlening (draaischijffunctie). De verantwoordelijkheden zullen decretaal beschreven worden. Informatiedoorstroming wordt geoptimaliseerd, maar alleen de informatie die noodzakelijk is conform het ambts- en beroepsgeheim. Er wordt ook afgebakend tot waar de rol van de CLB gaan. Zeker in het kader van de wachtlijsten bij vormen van gespecialiseerde hulpverlening is dit belangrijk. 

Krijtlijn 6: Verhouding vraag en aanbod: van samenwerking tot schaalvergroting
Globaal genomen zijn er voldoende personeelsleden voor leerlingenbegeleiding vergeleken met internationale aanbevelingen. Een efficiëntere organisatie is dan ook aangewezen. De interne leerlingenbegeleiding (in de school) biedt de basiszorg. Voor de externe leerlingenbegeleiding kunnen CLB samenwerken zodat ze zich kunnen specialiseren. De samenwerking tussen de CLB wordt structureler en netonafhankelijk. 

Krijtlijn 7: Verhouding preventieve en curatieve werking
Er moet meer ingezet worden op de preventieve werking. Als preventie of een groepsgerichte interventie niet volstaat, kan een meer gespecialiseerde hulpverlening aangeboden worden.  Op het vlak van preventieve gezondheidszorg ligt de focus op gezonde ontwikkeling van jongeren en tijdige detectie van ontwikkelingsproblemen. De invulling van het begeleidingsdomein preventieve gezondheidszorg zal geëvalueerd worden. 

Krijtlijn 8: Informatie-uitwisseling en deontologie
Uit de audit bleek een onduidelijkheid over wat het ambts- en beroepsgeheim precies inhoudt en in welke situaties het van toepassing is. Er zal een duidelijke definitie komen van het beroepsgeheim en een duidelijke communicatie rond deontologische kwesties. Dit kan bijvoorbeeld aan de hand van dilemmatrainingen. Een gemeenschappelijk zorgdossier wordt onderdeel van de draaischijf van het CLB. Decretale richtlijnen zullen duidelijk stellen welke informatie over doorverwezen leerlingen kan doorstromen naar de school en van de externe hulpverlening naar de CLB.

Krijtlijn 9: Kwaliteitszorg
Supervisie, intervisie en zelfevaluatie zijn te beperkt aanwezig in de leerlingenbegeleiding. Ondanks de aanwezigheid van kwaliteitshandboeken blijkt niet altijd dat de leerlingenbegeleiding op een wetenschappelijk onderbouwde manier ingevuld wordt om voldoende effectief te zijn. Ook over processen in de CLB wordt niet uniform over de sector heen gerapporteerd. Een sterkere verantwoording kan ook bijdragen tot een sterker imago van de sector bij een breder publiek.Er wordt verder gepleit voor de doorlichting van CLB en school samen. Zo kan de inspectie nagaan hoe scholen en CLB samenwerken op het vlak van leerlingenbegeleiding. 

Krijtlijn 10: Omkadering  
De hervorming van de leerlingenbegeleiding moet budgetneutraal zijn. Het omkaderingssysteem moet transparant en eenvoudig zijn. Incentives voor bijvoorbeeld schaalvergroting of samenwerking en de evolutie naar regelluwte kunnen bijdragen tot het verhogen van de kwaliteit, flexibiliteit, efficiëntie en effectiviteit. Bij vragen vanuit andere beleidsdomeinen kan er een verdeelsleutel uitgewerkt worden voor het dragen van de kosten.

Onze eerste indrukken 
We waarderen dat minister Crevits kiest voor een evolutie van de leerlingenbegeleiding en uitdrukkelijk stelt dat in een nieuw kader de actoren een rol kunnen blijven spelen. We zijn ook helemaal niet blind voor een verbetering in de organisatie van het huidige model en zien mogelijkheden voor een betere leerlingenbegeleiding met deze vernieuwde concepten. Toch stellen we ons ook een aantal vragen. Kan in een meer concurrentieel landschap (scholen zullen CLB vrijer kiezen) de mogelijkheid tot specialisatie geen hypotheek leggen op de basiswerking? Ons lijkt het dan ook noodzakelijk dat er duidelijke afspraken komen over een minimale besteding aan deze basiswerken. Ook stellen we ons vragen bij de aangehaalde vraag naar meer permanentie. Uit onze ervaringen op het terrein blijkt dat de huidige regeling best toereikend is. Meer nog, we stellen ons vragen bij een grotere permanentieperiode gezien er dan toch geen verdere werking mogelijk is. Alleen de vragen opnemen en ze dan ‘in wacht’ zetten, is geen vooruitgang. Het lijkt ons beter de personele middelen in te zetten in periodes waar de centra open zijn. Uit contacten die wij hebben met medewerkers in de centra leren we dat ook zij vragende partij zijn voor samenwerking tussen verschillende centra. Maar als we de conceptnota lezen, missen we de erkenning van de vele voorbeelden die er al zijn. Zo is bijvoorbeeld LARS, het administratief computersysteem dat voor de opvolging van de leerlingen gebruikt wordt, een prima voorbeeld van samenwerking, zelfs over de netten heen. We denken dat deze voorbeelden inspirerend kunnen werken. Vanuit de CLB-sector menen we zelfs een voorbeeld te zijn van netoverstijgende samenwerking.Tot slot erkennen we in sommige gevallen de nood aan schaalvergroting. Maar we willen benadrukken dat te grote centra niet het meest effectief zijn, en in het kader van schoolbetrokkenheid een afstand creëren. We denken dat te grote centra minder geneigd gaan zijn tot samenwerking en een minder aantrekkelijke werkomgeving zullen zijn voor de medewerkers. We pleiten dus voor een eerder beperkte schaalvergroting en vooral samenwerking tussen de centra. Vanuit COC zullen we dit standpunt de komende weken verder verfijnen. We zullen ook vanuit de sector CLB aspecten van de leerlingenbegeleiding aftoetsen met andere betrokken sectoren. 

Jan Soons

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.