header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2016

Dit schooljaar januari 2016

Wat is er veranderd op 1 januari 2016?

De pensioenhervorming komt vanaf dit jaar helemaal op kruissnelheid. De maatregelen die de Regering Di Rupo nam in 2013 lopen tot eind 2016. Maar de Regering Michel heeft de pensioenhervorming van Di Rupo ondertussen al verder uitgebouwd tot 1 februari 2030. En met de wet van 10 augustus 2015 ‘tot verhoging van de wettelijke leeftijd voor het rustpensioen en tot wijziging van de voorwaarden voor de toegang tot het vervroegd pensioen en de minimumleeftijd van het overlevingspensioen’ heeft de Regering Michel ook de afbouw van de diplomabonificatie toegevoegd. Een pijnlijke maatregel voor heel wat onderwijsmensen.

Algemene pensioenleeftijd blijft op 65 jaar tot 2025
Aan de algemene pensioenleeftijd is op 1 januari 2016 niets gewijzigd. Die blijft ook in 2016 nog altijd behouden op 65 jaar. Vanaf 1 februari 2025 wordt de pensioenleeftijd verhoogd tot 66 jaar. En op 1 februari 2030 zal die 67 jaar bedragen, ooit een ‘gezegende’ leeftijd genoemd.

Strengere voorwaarden voor ‘vervroegd pensioen’ op 1 januari 2016
Eén van de wijzigingen aan het pensioenstelsel van onderwijs waarmee we de volgende jaren geconfronteerd worden, heeft betrekking op het vervroegd pensioen. De voorwaarden om met vervroegd pensioen te kunnen gaan, worden tot 2019 jaarlijks strenger. Daarna blijft de mogelijkheid van een vervroegd pensioen onder dezelfde voorwaarden – voorlopig toch nog – bestaan tot 31 januari 2030. Wat de mogelijkheden voor een vervroegd pensioen na die datum zijn, maakt onderwerp uit van de besprekingen in het NPC, het Nationaal Pensioencomité, dat van de federale regering de opdracht gekregen heeft om tegen 2030 een nieuw pensioensysteem met ‘punten’ uit te werken. De belangen van COC worden in dat NPC behartigd door FCSOD, de Federatie van de Christelijke Syndicaten van de Openbare Diensten waar ook COC deel van uitmaakt. Via Brandpunt zullen we je op de hoogte houden van de ontwikkelingen.

Terug naar het vervroegd pensioen: er zijn twee voorwaarden waaraan voldaan moet worden om in aanmerking te komen voor een vervroegd pensioen: een bepaalde leeftijd en een bepaalde loopbaanduur. In de tabel hieronder zien we wat de concrete voorwaarden zijn en welke regering daarover beslist heeft.

Vervroegd pensioen

JAAR

LEEFTIJD

LOOPBAANDUUR

Regering Di Rupo

2016

62 jaar

40 jaar

Regering Michel

2017

62,5 jaar

41 jaar

2018

63 jaar

41 jaar

2019 tot en met 2030

63 jaar

42 jaar 

Voorbeeld 1: in april 2018 word je 63 jaar en je hebt op 1 mei 2018 een loopbaanduur van 41 jaar. Er is dan aan de twee voorwaarden voldaan. Je kan vanaf 1 mei 2018 met vervroegd pensioen gaan.

Voorbeeld 2: je wordt 60 jaar in augustus 2016 en hebt op 1 september 2016 een loopbaanduur van 40 jaar. Er is wel voldaan aan de voorwaarde ‘loopbaanduur’ maar niet aan de voorwaarde ‘leeftijd’. Je kan op 1 september 2016 niet met vervroegd pensioen gaan.

Behoud van recht op vervroegd pensioen
Vanaf het ogenblik dat je aan de twee voorwaarden voldoet om met vervroegd pensioen te gaan, behoud je dat recht. Je kan dus later nog altijd gebruik maken van de gunstigere voorwaarden, ook al gelden er op dat moment al strengere voorwaarden.

Voorbeeld: in oktober 2017 ben je 62,5 jaar oud en heb je een loopbaan van 41 jaar. Je kan dan met pensioen gaan op 1 november 2017, maar je doet dat liever op 1 januari 2018. De voorwaarden om in 2018 met pensioen te kunnen gaan, zijn dan echter 63 jaar ‘leeftijd’ en een ‘loopbaanduur’ van 41 jaar. Omdat je op 1 november 2017 al aan de voorwaarden voldeed, kan je toch met vervroegd pensioen gaan op 1 januari 2018.

Strengere voorwaarden voor ‘lange loopbaan’ op 1 januari 2016
Wie niet aan de algemene leeftijdsvoorwaarde voldoet om met vervroegd pensioen te gaan, valt misschien wel onder de uitzonderingsmaatregel ‘lange loopbaan’. Die houdt in dat je toch nog vroeger dan de algemene pensioendatum met pensioen kan gaan als je een ‘lange loopbaan’ hebt. Ook hier zijn er de twee voorwaarden ‘leeftijd’ en ‘loopbaanduur’ en deze voorwaarden worden eveneens tot 2019 jaarlijks strenger. Daarna blijft ook deze maatregel voorlopig nog bestaan tot 31 januari 2030. Er is telkens een scenario voor wie 60 jaar is en een scenario voor wie 61 jaar is. In de tabel hieronder vind je het overzicht.

Uitzondering lange loopbaan

JAAR

LEEFTIJD

LOOPBAANDUUR

Regering Di Rupo

2016

60 jaar

61 jaar

42 jaar

41 jaar

Regering Michel

2017

60 jaar

61 jaar

43 jaar

42 jaar

2018

60 jaar

61 jaar

43 jaar

42 jaar

2019 tot en met 2030

60 jaar

61 jaar

44 jaar

43 jaar 

Voorbeeld 1: In september 2016 ben je 60 jaar en heb je een loopbaan van 41 jaar. Je kan op 1 oktober 2016 niet met pensioen gaan omdat je niet tegelijkertijd aan beide voorwaarden voldoet.

Voorbeeld 2: Je bent 61 jaar geworden in oktober 2018 en hebt dan een carrière van 42 jaar opgebouwd. Je voldoet tegelijkertijd aan de beide voorwaarden die voorzien zijn voor wie een lange loopbaan heeft. Je kan dus ten vroegste op 1 november 2018 met vervroegd pensioen.

Berekening loopbaanduur
De berekening van de loopbaanduur is een redelijk complexe aangelegenheid omdat je niet altijd gedurende een jaar effectief moet gewerkt hebben opdat dat jaar als één jaar zou aanzien worden. Bovendien komt ook de studieduur of een gedeelte daarvan in een aantal gevallen in aanmerking om de loopbaanduur te bepalen (de zogenaamde diplomabonificatie). En om de berekeningen nog moeilijker te maken, moet je er ook rekening mee houden dat de regering Michel besliste om deze diplomabonificatie af te bouwen. Vanaf 1 januari 2016 bedraagt de vermindering van de diplomabonificatie 4 maanden per kalenderjaar voor een diploma met een studieduur van 2 jaar of minder. Voor een diploma met een studieduur van meer dan 2 jaar en minder dan 4 jaar, bedraagt de vermindering 5 maanden per kalenderjaar. En voor een diploma met een studieduur van 4 jaar of meer, bedraagt de vermindering 6 maanden per kalenderjaar.

COC-leden die willen weten wanneer ze ten vroegste met pensioen kunnen gaan, kunnen hiervoor terecht op de provinciale secretariaten. Je vindt de contactgegevens en openingsuren van alle secretariaten terug achteraan in elke editie van Brandpunt en op de COC-website onder het tabblad ‘Kunnen wij je helpen?’.

Berekening pensioenbedrag
De wijze waarop het pensioenbedrag berekend wordt, is tot op heden nog niet gewijzigd. In deze berekening wordt nog altijd rekening gehouden met een diplomabonificatie. De geleidelijke afschaffing van de diplomabonificatie voor de vastlegging van de loopbaanduur heeft dus geen effect op de berekening van het pensioenbedrag. Of dat zo zal blijven, is nog de vraag. Er is tot op heden nog geen beslissing gevallen over de afbouw van de diplomabonificatie voor de berekening van het pensioenbedrag. De regering heeft ook deze discussie verwezen naar het Nationaal Pensioencomité. Afbouw zou echter een effectief lager pensioenbedrag inhouden voor veel onderwijsmensen. Het standpunt van COC, zoals je dat in Brandpunt van november kon lezen, is dan ook duidelijk: ‘De onderwijspensioenen mogen niet geïsoleerd bekeken worden. Het aantrekken van bekwame, kwalitatief hoog opgeleide personeelsleden is alleen mogelijk als het loonpakket, de werkvoorwaarden én het pensioen aantrekkelijk zijn. Voor COC is dat een totaalpakket.’

Samenvatting
Op 1 januari 2016 is de algemene pensioenleeftijd nog altijd 65 jaar maar …

-     het recht op vervroegd pensioen wordt op 1 januari 2016 verhoogd tot de leeftijd van 62 jaar en een loopbaan van 40 jaar

-     het recht op de uitzondering lange loopbaan kan in 2016 pas ingeroepen worden bij een leeftijd van 60 jaar gecombineerd met een loopbaan van 42 jaar of bij een leeftijd van 61 jaar gecombineerd met een loopbaan van 41 jaar

-     op 1 januari 2016 is de afbouw van de diplomabonificatie voor de berekening van de pensioendatum ingezet.

Koen Wils



 
Onze website maakt gebruik van cookies.