header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2017

Dit schooljaar januari 2017

Ondersteuningsmodel: Vlaamse Regering pikt op wat leeft in onderwijsveld

De aangekondigde conceptnota over een nieuw ondersteuningsmodel voor het gewoon onderwijs bleef uit als kerstgeschenk. De Vlaamse Regering hield het onderwijsveld in spanning over wat het nieuwe jaar zou brengen voor de verdere uitrol van het M-decreet. Pas na Driekoningen openbaarde de minister van Onderwijs hoe de structurele waarborg en de hervorming van het geïntegreerd onderwijs (GON) er zullen uitzien vanaf 1 september 2017 en vroeg ze hierover een advies aan de Vlaamse Onderwijsraad (VLOR).

Mede op aandringen van COC bekent de Vlaamse Regering kleur over een aantal principiële keuzes. De consultatie van onze achterban heeft de Vlaamse Regering de ogen geopend dat er in het onderwijsveld geen draagvlak bestaat voor de plicht tot inclusie zoals het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap vraagt. De Vlaamse Regering benadrukt dat ze het belang van het kind centraal wil stellen. Dat betekent dat er een recht op inclusie geldt maar geen plicht. Voor sommige kinderen zal onderwijs in een gespecialiseerde setting het recht op onderwijs het best dienen. Daarmee is het pleidooi van COC voor het voortbestaan van het buitengewoon onderwijs als fysieke lesplaats niet in dovemansoren gevallen. Enerzijds kiest de Vlaamse Regering ervoor om de inclusiegedachte te versterken door de ondersteuning in het gewoon onderwijs beter te regelen en te waarborgen. Anderzijds wil zij de kwaliteit van het onderwijs voor niet-inclusieleerlingen niet in het gedrang laten komen en wil zij die kwaliteit zelfs versterken.

Een tweede belangrijke principiële keuze is de koppeling van verschillende financieringsstromen aan het zorgcontinuüm. Tegen 1 september 2017 zullen de geldstromen GON-ION, GON ASS, GON-afwijkingsuren, de waarborgmiddelen en de middelen voor competentiebegeleiders samengevoegd worden. Deze budgetten kunnen pas in de fasen uitbreiding van zorg en zorg op maat aangewend worden. Het gaat om grosso modo 1750 personeelsleden die in het basis- en secundair onderwijs voor het nieuwe ondersteuningsmodel kunnen ingezet worden.

Op basis van de krijtlijnen die in de nota beschreven staan, proberen we hieronder in een notendop een antwoord te geven op de belangrijkste vragen.

Hoe zal het nieuwe ondersteuningsmodel vanaf volgend schooljaar georganiseerd worden?
Vlaanderen zal verdeeld worden in regionaal afgebakende werkingsgebieden. Via netoverschrijdende samenwerkingsverbanden zullen er regionale ondersteuningsequipes ontstaan met een zekere schaalgrootte om voldoende expertise-breedte te garanderen.

Het organisatiemodel is vrij, maar de overheid legt een aantal voorwaarden op. De samenwerkingsverbanden worden opgericht door scholen voor buitengewoon onderwijs samen met het CLB en de pedagogische begeleidingsdiensten. Aan zo’n samenwerkingsverband kunnen één of meer ondersteuningsteams verankerd worden. Ondersteuners worden dus ingebed in een professionele groep. Een school voor buitengewoon onderwijs (of een samenwerkingsverband van BuO-scholen) die zich wil aandienen, moet over voldoende multidisciplinaire expertise-breedte beschikken voor verschillende typen doelgroepen waarbij netoverstijgend werken een must is. Daarnaast kunnen nog andere voorwaarden gevraagd worden op vlak van meer algemene, coachende expertise. Omdat het nieuwe ondersteuningsmodel al op 1 september 2017 in voege zal treden, moet het werkgeverschap (voorlopig) volgens de geldende regelgeving kunnen opgenomen worden. De entiteit waarbij het ondersteuningsteam administratief verankerd is, coördineert het team.

Zal ‘ondersteuner’ een aantrekkelijk beroep zijn?
Personeelsleden buitengewoon onderwijs die door leerlingendaling hun job verliezen, krijgen voorrang om ondersteuner te worden. Voor onder meer de huidige GON/ION-begeleiders en de tijdelijke waarborgondersteuners worden er overgangsmaatregelen uitgewerkt. In de ideale context gaan de meest ervaren leerkrachten hun collega’s ondersteunen.

Alle ondersteuners in een ondersteuningsteam zullen volgens dezelfde prestatieregeling werken. In de opdracht is ruimte voor overleg, professionalisering en verplaatsing tijdens de werkuren. De afbakening in ondersteuningsregio’s moet ervoor zorgen dat ondersteuners minder afstand afleggen.

COC zal mee aan tafel zitten om het competentieprofiel van ondersteuners te bepalen. In een technische werkgroep werken we de personeelsgerelateerde kwesties verder uit.

Verder bouwend op de integratietoelagen en de waarborg werkingsmiddelen zal er een nieuw systeem gecreëerd worden om de werkingskosten van de personeelsleden te dekken.

Wat zal de ondersteuning inhouden?
Een ondersteuningsteam kan slechts ingezet worden na het doorlopen van een kwaliteitsvol handelingsgericht traject naar aanleiding van een (leerlinggebonden) vraag van een schoolteam. Het zwaartepunt van de ondersteuning verschuift van het werken met leerlingen naar het versterken van leraren en lerarenteams in hun pedagogisch-didactisch handelen. Deze vernieuwde focus van de ondersteuning moet ervoor zorgen dat leraren(teams) met zo veel mogelijk leerlingen binnen een gemeenschappelijk curriculum kunnen werken.

Hoe wordt de ondersteuning financieel geregeld?
Voor de ondersteuningsenveloppe vanaf 1 september 2017 worden de geldstromen GON-ION, GON ASS, GON-afwijkingsuren, de waarborgmiddelen en de middelen voor competentiebegeleiders samengevoegd.

Eerst wordt de enveloppe middelen verdeeld per werkingsgebied. Eén van de parameters om een deel van het beschikbare budget in omkadering te ontvangen, is het aantal geïdentificeerde leerlingen over de scholen heen in een regionaal afgebakend gebied. Daarmee kan een werkingsgebied één of meer ondersteuningsteams vormen. De middelen worden vóór de start van het schooljaar al verdeeld over de ondersteuningsteams die ondersteuningsvragen kunnen beantwoorden ongeacht het moment in het lopende schooljaar. Ze zijn dus niet meer afhankelijk van een teldag.

Alle scholen uit het geografisch afgebakend gebied van het ondersteuningsteam hebben principieel trekkingsrecht op het ondersteuningsteam. Binnen het eigen werkingsgebied werkt het ondersteuningsteam namelijk net- en niveauoverschrijdend. Alle ondersteuningsteams samen verzekeren een Vlaanderenbreed aanbod.

De overheid laat de leerlinggebonden toewijzing van middelen dus niet los (cf. parameters). Toch geeft ze aan het samenwerkingsverband de autonomie om het pakket aan middelen te verdelen. Vanuit ‘Brussel’ wordt niet langer bepaald hoeveel uren een kind ondersteuning krijgt. Hiervoor zal een zorgzwaarte instrument zoals het ICF-kader gehanteerd worden.

De eerste reacties die COC ontvangt op deze nota van de minister van Onderwijs zijn voorzichtig positief, maar op personeelsvlak rijzen er veel vragen. De nota legt dan ook slechts de grondbeginselen van het ondersteuningsmodel vast. Via het adviserend werk binnen de VLOR en via het sociaal overleg zal COC actief mee vorm geven aan dit nieuw ondersteuningsmodel.

Mayke Poesen-Vandeputte



 
Onze website maakt gebruik van cookies.