header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt juli 2017

Dit schooljaar juli 2017

Nieuw ondersteuningsmodel is een hybride

Het geïntegreerd onderwijs (GON) bestaat niet meer. Het zal tijd vergen vooraleer dit doordringt tot het onderwijspersoneel, ouders en leerlingen. Op 16 juni 2017 verscheen de omzendbrief[1] over het nieuwe ondersteuningsmodel in het basis- en secundair onderwijs en in het hoger onderwijs. Vanaf 1 september spreken we dus niet langer over GON-begeleiders maar over ondersteuners.

De omkaderingsmiddelen die vandaag bestaan voor de bevroren GON en voor de waarborgregeling blijven behouden. Daaraan voegt de Vlaamse Regering 15,2 miljoen euro extra budget toe. De tabel toont wat dit concreet betekent op het vlak van tewerkstelling. Volgend schooljaar zullen er 2089 ondersteuners (voltijds equivalenten) aan de slag kunnen ter ondersteuning van het onderwijzend personeel en van het kind of de jongere die ondersteuning nodig heeft in het gewoon basisonderwijs of secundair onderwijs.

Het ondersteuningsmodel wordt op een verschillende manier uitgewerkt voor de leerlingen met een beperking die minder vaak voorkomt (bijvoorbeeld doof- of blindheid) enerzijds en voor de leerlingen met een stoornis die frequenter voorkomt (bijvoorbeeld autisme) anderzijds. Voor de laatstgenoemde groep - met name type basisaanbod, type 3 (emotionele stoornis of gedragsstoornis), type 7 (spraak- of taalstoornis) en type 9 (ASS) - moesten er tijdens de maand juni Vlaanderenbreed veelbesproken ondersteuningsnetwerken gevormd worden, maar voor de typen met een lage prevalentie - met name type 2 (verstandelijke beperking), type 4 (motorische beperking), type 6 (visuele beperking) en type 7 (auditieve beperking) - verandert er weinig ten opzichte van de huidige situatie.

Leerlinggebonden financiering blijft voor zichtbare handicaps
Scholen voor gewoon onderwijs met leerlingen met een (inschrijvings)verslag of gemotiveerd verslag voor type 2, type 4, type 6 of type 7 (auditieve beperking) kunnen beroep blijven doen op handicap-specifieke ondersteuning. Die ondersteuning wordt geboden door scholen voor buitengewoon onderwijs met expertise in type 2, type 4, type 6 of type 7 (auditieve beperking). Net zoals vandaag met GON of ION het geval is, zal er vanaf volgend schooljaar voor de ondersteuning van deze typen net- en niveau-overschrijdend samengewerkt worden. Voor deze types 2, 4, 6 en 7 (auditieve beperking) moeten er geen aparte ondersteuningsnetwerken gemeld worden aan de overheid. Aansluiten bij een netwerk voor de hoge prevalentietypen mag, maar is geen verplichting.

De omkadering voor de ondersteuning van typen 2, 4, 6 en 7 (auditieve beperking) wordt gegenereerd door de leerlingen in het gewoon onderwijs die voor deze beperkingen een (inschrijvings)verslag of gemotiveerd verslag hebben. Deze leerlinggebonden financiering landt rechtstreeks in de scholen voor buitengewoon onderwijs die de betreffende ondersteuningsvragen opnemen. De scholen voor buitengewoon onderwijs hebben hierover hun dienstbrief voor volgend schooljaar al ontvangen. De komende schooljaren zal het aantal ondersteuners mee-evolueren met het aantal leerlingen van de genoemde types in de scholen voor gewoon onderwijs. Bij wijze van ijkpunt werd er op 1 oktober 2016 een ‘foto’ gemaakt. Stijgt het aantal leerlingen, dan leidt dit tot een verhoudingsgewijze toename van de omkadering voor ondersteuning van leerlingen met een zichtbare handicap. De tabel toont hoe op het totaal van de omkadering in het nieuwe ondersteuningsmodel een voorafname gedaan wordt voor de typen met een lage prevalentie. Het gaat om circa 45% van het bevroren GON-budget.

Verandert er voor de typen met een lage prevalentie dan niets op 1 september? Toch wel: de opdracht van de toekomstige ondersteuner is uitdrukkelijk meer leraargericht dan die van de voormalige GON-begeleider. Alle ondersteuners zullen ook in hetzelfde tijdelijk statutair kader werken (zie Brandpunt nummer 9 van juni 2017). Scholen voor gewoon en buitengewoon onderwijs krijgen meer flexibiliteit om de duur, de intensiteit en de focus van de ondersteuning te bepalen in functie van de ondersteuningsnoden. De overheid bepaalt dus niet langer een vast aantal uren ondersteuning per week per leerling. Ook nieuw is dat ondersteuning doorheen het schooljaar kan opstarten.

Nieuw: lineaire financiering voor verborgen stoornissen
Omdat een nieuw model van ondersteuning invoeren onvermijdelijk verschuivingen voor het personeel veroorzaakt, last de overheid een overgangsperiode van drie schooljaren in. COC waakt erover dat die overgang geleidelijk gebeurt. Vanaf het schooljaar 2020-2021 zal een 70/30 verdelingsmechanisme gehanteerd worden. Dit houdt in dat elke school voor gewoon onderwijs een bruidsschat meebrengt in het ondersteuningsnetwerk waartoe ze behoort. Het genereren van middelen voor de ondersteuningsnetwerken gebeurt lineair: 70% op basis van het totaal aantal leerlingen in de school voor gewoon onderwijs en 30% op basis van de ‘historische GON’ van die school. Onder historische GON verstaan we het gemiddeld aantal GON-leerlingen van de afgelopen zes schooljaren in die school. De verdeling binnen een netwerk gebeurt afzonderlijk voor het basisonderwijs en het secundair onderwijs, maar de ondersteuners kunnen wel niveau-overschrijdend worden ingezet.

Omwille van de impact van dit nieuwe lineaire verdelingsmechanisme in vergelijking met het GON- en waarborgtijdperk zullen het (buitengewoon) basisonderwijs en het (buitengewoon) secundair onderwijs de komende drie schooljaren een transitie doormaken opdat verschuivingen zo maximaal mogelijk op een natuurlijke manier tot stand komen. Er zullen dan ook twee correcties toegepast worden: een garantiefonds om het verlies aan omkadering op het niveau van een onderwijsnet te compenseren en het geleidelijk ontdooien van de ‘bevroren GON’. Om geen tewerkstelling en bestaande ondersteuning verloren te laten gaan, wordt de GON-omkadering voor het schooljaar 2017-2018 een laatste keer bevroren. De scholen voor buitengewoon onderwijs hebben hun dienstbrief voor ondersteuners uit het GON/ION-budget al ontvangen. Zij hebben dus de garantie dat deze omkadering dezelfde is als tijdens het schooljaar 2016-2017. Vanaf het schooljaar 2018-2019 kantelt het GON-budget in à rato van één derde per schooljaar in het budget dat volgens de 70/30 regel verdeeld wordt. Tijdens de transitieperiode zullen commissies – paritair samengesteld uit onderwijsverstrekkers en -vakbonden – instaan voor een voorstel aan de Vlaamse Regering voor de toewijzing van omkadering aan de ondersteuningsnetwerken.

Een hybride ondersteuningsmodel
Met een leerlinggebonden financiering voor de ondersteuning van leerlingen met zichtbare beperkingen en een lineaire financiering voor de ondersteuning van leerlingen met verborgen stoornissen heeft de Vlaamse overheid een hybride ondersteuningsmodel geschapen. Type 2, type 4, type 6 en type 7 (auditieve beperking) krijgen een ‘open enveloppe’ binnen de gesloten enveloppe van middelen die beschikbaar zijn voor het ondersteuningsmodel. Al naargelang de voorafname voor de zichtbare beperkingen blijven er meer of minder middelen over om volgens de 70/30 regel te verdelen voor de verborgen stoornissen. Het hybride ondersteuningsmodel werkt dus als communicerende vaten. Positief is dat leerlingen met zware zorgnoden gegarandeerd ondersteuning krijgen. Maar welk signaal geeft de overheid aan onze samenleving als leerlingen met verborgen stoornissen én hun betrokken leraren het verhoudingsgewijs met de kruimels moeten stellen? COC heeft sinds het M-decreet benadrukt dat een nieuw ondersteuningsmodel een ernstige investering vraagt. Om de schrik voor wachtlijsten weg te nemen, stelt de omzendbrief dat elke ondersteuningsvraag die aan de voorwaarden voldoet, moet opgenomen worden door het ondersteuningsnetwerk (ook voor ondersteuningsvragen die worden gesteld in de loop van het schooljaar!). Vraag is echter of een gemiddelde van 0,44 VTE ondersteuner per school voor gewoon onderwijs toereikend zal zijn …

Mayke Poesen-Vandeputte

 

Omvang tewerkstelling (VTE) in nieuw ondersteuningsmodel volgens hoge en lage prevalentietypen (schooljaar 2017-2018)

Budget

aantal voltijdse betrekkingen

typen lage prevalentie

(2, 4, 6, 7 auditief)

typen hoge prevalentie

(BA, 3, 7 STOS, 9)

bevroren GON/ION

1348

607

741

waarborg M-decreet 2017-2018

511

 

511

extra budget Vlaamse Regering 31 maart 2017

300

 

230

GON hoger onderwijs

-70

 

 

TOTAAL BuBaO + BuSO

2089 ondersteuners

607

1482

competentiebegeleiders (PBD)

70

 

 

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.