header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2019

Dit schooljaar januari 2019

De tijd vliegt, geef ons vleugels

In dit artikel in de reeks rond het tijdsbestedingsonderzoek nemen we de werk-privébalans onder de loep en hoe leraren doorheen de jaren hun tijd besteden aan het schoolwerk. We leren hoe deeltijdsen toch nog meer werken dan ze eigenlijk zouden hoeven. We zoomen ook even in op de voldoening. Daarnaast tekenen we een aantal opvallende uitspraken op die onderzoeker professor Glorieux (VUB) deed in de hoorzitting[1] op 10 januari 2019 in de Commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement, en in een recente bijdrage in Klasse[2]. In ieder geval bevat het tijdsbestedingsonderzoek nu al genoeg materiaal om het loopbaandebat te reanimeren.

Thuis … waar je echt jezelf kan zijn ...
1/3 van de werktijd gebeurt thuis. Voor het basisonderwijs is dat 22%, voor het secundair onderwijs 35,1%. Het meeste. De onderzoekers constateerden dat gemiddeld genomen 30% van de leraren elke avond in de werkweek tussen 19u30 en 21u nog aan het werk is. De avond maakt hoe dan ook deel uit van de werkdag. Tijd om naar ‘Thuis’ te kijken is er niet…

Een versterkende factor vormt de digitale bereikbaarheid van de leraar. Online-schoolplatformen hebben zeker hun voordelen. Op die manier wordt vrije tijd vaak doorkruist door schoolwerk. De opmerking dat de leraar dit zelf in de hand heeft, klopt maar deels. De verwachting leeft – latent of expliciet – dat boodschappen in de mailbox alvast niet te lang ongelezen of onbeantwoord mogen blijven.

Gendergewijs blijken mannelijke leraren gemiddeld ongeveer 2 uur per week meer tijd te spenderen aan onderwijstaken. De cijfers geven aan dat vrouwen meer een verlofstelsel opnemen dan mannen, vaak ook om thuis voor de kinderen te zorgen. Het ‘klassieke’ rollenpatroon blijft overleven in Vlaanderen.  Man of vrouw, de werk-privébalans blijft voor de leraar altijd een uitdaging.

Zit de oplossing voor al dat thuiswerk dan in een jaaropdracht? Niet volgens professor Glorieux. Een 40-urige werkweek op de school zelf en misschien wat van de vakantietijd afsnoepen, dat zou op het eerste gezicht een mirakeloplossing kunnen bieden. Maar hier zijn heel wat vragen bij te stellen. Volgens de professor moet de leraar dan enorm inboeten aan autonomie. En laat dit nu de kern van de voldoening vormen. Het blijkt ook de balans tussen werk en privé niet op te kunnen lossen. Het is mooi dat mensen in mirakels geloven, maar mirakels zijn hersenspinsels.

Meer werken voor minder loon?
Als we even kijken naar de verlofstelsels valt ons in het onderzoek iets op: leraren die 4/5 tewerkgesteld zijn, werken verhoudingsgewijs meer. Ze staan wel 1/5 minder voor de klas, maar andere opdrachten buiten de kernopdrachten voorbereiden, lesgeven en verbeteren blijven gewoon doorlopen. Op die manier werken deeltijds werkende leraren eigenlijk meer voor minder loon. Het meest frappante hierbij is dat mensen voor een vermindering in hun opdracht kiezen, net om wat meer ruimte te krijgen voor zichzelf. We stellen vast dat ze voor die legitieme keuze dubbel gestraft worden en dat de verwachte ruimte en tijd zich snel vult met opdrachten.

Wie langer werkt, werkt langer!
‘Vastbenoemde leraren zijn niet meer gemotiveerd en werken minder.’ Deze gratuite uitspraak wordt vaak gedaan voor alle leraren die het willen horen. Er is inderdaad vastgesteld dat de vastbenoemde leraar (iets) minder werkt. Het scheelt wel heel weinig. Een verschil van gemiddeld 2 uur per week. Dit wordt ruimschoots verklaard door de ervaring en de professionaliteit van een leraar die al wat anciënniteit heeft opgebouwd. Knowhow die deze leraar, zoals blijkt uit het onderzoek, opnieuw investeert in de werking van de school. Na analyse merkt men zelfs dat de werktijd per dag toeneemt met de leeftijd: 50+’ers werken 2u24 meer dan gemiddeld. Professor Glorieux stelt vast dat er heel veel energie is bij de 50+’ers, maar stelt zich bezorgd de vraag of die energie overgenomen zal worden door de cohorte die volgt. Wij stellen vervolgens de vraag of iedereen het hoe dan ook zal volhouden tot 67…

Hoe jonger, hoe minder werken?
De lerarengroep tussen de 30 en 39 jaar, werkt 1u31 minder dan gemiddeld per week. Deze groep heeft traditioneel jongere kinderen en werkt aan de bouw of verbouwing van hun huis. Sommigen volgen zelfs nog vorming. Deze leraren werken dan misschien wat minder maar zijn al ervarener in het beroep. Komt daarbij dat het verschil al bij al niet zo groot is. De verhouding werk-gezin komt bij deze groep in een precaire toestand. Zij moeten als een circusartiest veel borden draaiende houden.

Voldoende is niet genoeg!
We schreven in het novemberartikel over de gemiddelde voldoening naar activiteiten. Maar als we alle activiteiten samennemen, scoort het basisonderwijs hoger op vlak van voldoening dan het secundair. Het buitengewoon basisonderwijs scoort het hoogst. Daar scoren alle werktaken samen hoog (een score van 6-7) voor wel 50%. In het secundair is de voldoening gemiddeld genomen minder. In ASO scoort de voldoening het laagst waar 41,8% van de verzamelde activiteiten een score van 6 of 7 krijgen. In (D)BSO is de voldoening ook hoog, met 48,5%.

De onderzoekers stellen vast dat, hoe jonger de leraar, hoe lager de voldoening is. Wat de oorzaak zou kunnen zijn, laten ze in het midden. Maar het zou voor het toekomende lerarentekort  wel interessant zijn om dit te onderzoeken en vervolgens actie te ondernemen.

Leerkrachten doen hoe dan ook hun job echt nog graag, zeker als ze les mogen geven. Vergaderingen en administratie doet de voldoening al heel wat afnemen. Een pleidooi dus om te focussen op de kernopdracht! Een pleidooi voor meer autonomie en vertrouwen.

De contactmomenten met leerlingen, maar vooral contact met collega’s op informele wijze geven de leraar een grote mate van voldoening, volgens de onderzoekers. Pauzes zijn bijvoorbeeld dan ook essentieel en mogen niet dienen om werk in te halen, te vergaderen … Die tijd moet bewaakt worden!

Hoorzitting
In de hoorzitting in de Commissie Onderwijs op 10 januari 2019 stelden professor Glorieux en zijn team de resultaten van het tijdsbestedingsonderzoek nog eens voor. Nieuwe inzichten waren daar niet echt bij. Los daarvan deed professor Glorieux toch een aantal uitspraken die we ook terugvinden in de krachtlijnen van COC.

Volgens de professor klagen mensen niet over de uren die ze moeten (of willen) presteren, maar wel over de waardering voor wat ze met hun tijd doen. Er wordt over professionalisering gesproken (evaluaties, fiches, formulieren, verslagen …), maar dit resulteert volgens de onderzoeker in een deprofessionalisering van het beroep. Leraren moeten vertrouwen en verantwoordelijkheid vragen en krijgen. De professor stelt dat autonomie cruciaal is voor de voldoening in de job van de leraar.

Dat het cijfermateriaal een schat van informatie bevat die nog verder kan ontgonnen worden, maakte de onderzoeksgroep duidelijk. Dit kan zeker zinvol zijn, maar mag de reanimatie van het loopbaandebat niet in de weg staan. De gegevens die we nu al hebben zijn glashelder: de leraar moet te veel werken, wordt daar niet altijd voor gewaardeerd en haalt dan niet de verwachte voldoening uit zijn of haar job. Dit onderzoek zal ook in andere dossiers dan het loopbaandebat terugkomen, denken we maar aan het lerarentekort, het pensioendossier ... Jullie kunnen het alvast van op de eerste rij blijven volgen. Neem er vooral je tijd voor, je hebt er recht op!

Filip Vandenberghe


[1] Hoorzitting in de commissie onderwijs van het Vlaams Parlement op 10/01/2019, te vinden via deze link: https://www.vlaamsparlement.be/commissies/commissievergaderingen/1290839

[2] Wat zit er achter de cijfers van het grote tijdsonderzoek, Tina Herbots, Klasse: https://www.klasse.be/155258/wat-zit-er-achter-de-cijfers-van-het-grote-tijdsonderzoek/



 
Onze website maakt gebruik van cookies.