header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2010

Dit schooljaar januari 2010

DKO

Hervorming deeltijds kunstonderwijs (DKO)
Realistische verwachtingen in functie van het beschikbare budget (deel 2)

In het vorige Brandpuntnummer drukten wij de hoop uit dat de veranderingen in het DKO gestoeld zullen zijn op een doordachte, realistische visie en dat ze het personeel ten goede komen. Dit artikel bouwt verder op deze hoop: een verandering die het personeel zelf niet draagt en tegen de zin van dat personeel wordt doorgevoerd, maakt geen kans op slagen.

Principes van een succesvolle stapsgewijze aanpak

Momenteel is ons Vlaamse DKO sterk gericht op artistieke kwaliteiten en boekt het daar uitstekende resultaten mee, zo schreven we vorige maand. Het systeem in Nederland is daarentegen veel meer gericht op brede participatie. De Nederlandse spreker Ap de Vries zette op 8 december 2008, bij de voorstelling van het rapport "Verdieping / Verbreding", het onderscheid zo scherp neer omdat ons DKO "zijn voordeel doet bij een heldere formulering van de nagestreefde doelen". COC wil dat in het stappenplan van de hervorming eerst de huidige sterke kanten van het Vlaamse DKO worden geconsolideerd. Wat het huidige personeel vanuit zijn huidige vooropleiding en competenties al vele jaren biedt aan kwaliteit, die éne vogel die we nu in de hand hebben, is een zekerheid die het buitenland ons benijdt en die we niet opgeven voor tien vogels in de lucht.
Het zijn de vooropleiding en de capaciteiten van de huidige personeelsgroep die bepalen wat het inhoudelijke en structurele potentieel aan verandering van de sector is. Elke nieuwe stap moet eerst nagaan of het personeel met dezelfde kwaliteit inzetbaar blijft. Anders gezegd: of zijn rechtspositie, welbevinden en draagkracht niet worden aangetast. En of daardoor de betrokken leerlingen niet slechter af zijn als voorheen.

Eerst bestaande kwaliteiten borgen en op die basis nieuwe kwaliteiten waarmaken. In het dossier leerzorg bleek tijdens de vorige legislatuur dat dergelijke ambitie met zogenaamde creatieve middelen alléén gewoonweg niet kan. Het kostenplaatje voor leerzorg, dat aanvankelijk op 15 miljoen euro werd begroot, bleek na de eerste reële becijferingen bijna 4 keer hoger te liggen. En zelfs dan bleken de realiseringsvoorwaarden nog geen verworven realiteit, zodat deze dure ambitie voorlopig moest worden opgeborgen.

De ambitie voor de geplande vernieuwing van het DKO is helemaal niet gering . COC vraagt met aandrang aan minister Smet van bij de geplande DKO-vernieuwing deze les uit het dossier leerzorg niet te vergeten: wanneer een ambitie die weliswaar mooi en wenselijk kan zijn, als vernieuwing nog niet haalbaar blijkt, is het beter wat bestaat en goed functioneert intact te laten.

COC-verwachtingen voor het nieuwe decreet DKO

Zoals we in het vorige Brandpuntnummer al schreven, stuurde COC haar verwachtingen al in december 2007  de wereld in. Wij vullen hier de inleiding, de algemene punten en de meest prangende knelpunten van ons standpunt  aan met nog enkele knelpunten en met de personeelsaspecten die ons bekommeren.

Nog enkele knelpunten

Structuur
COC is tevreden met de bestaande structuur, maar wil wel dat de instapleeftijd voor het muziekonderwijs verlaagd wordt. Voor de min-8-jarigen moet een aangepast traject uitgewerkt worden in de afdeling muziek/woord.

Er moet duidelijkheid zijn onder welke voorwaarden leerlingen wegens pedagogische redenen voor delen van opleidingen vrijgesteld kunnen worden. Vrijstellingen kunnen voor opleidingsonderdelen als de leerlingen de nodige competenties elders aantoonbaar en kwaliteitsvol kunnen verwerven.

Er moet werk gemaakt worden van een actualisering van de benaming van vakken.
Een voorbeeld: in de middelbare graad heb je (in de afdeling muziek) de optie 'samenspel/instrument' en de optie 'instrument/samenspel' (in de volksmond optie B en A). Structureel volg je in beide opties dezelfde vakken; inhoudelijk ligt het verschil vooral in het vak instrument. Zulke benamingen van vakken schept verwarring.

Subsidieerbare en financierbare leerlingen
Er is een probleem met de subsidieerbaarheid/financierbaarheid van leerlingen die verschillende opties/instrumenten volgen en ook verschillende keren inschrijvingsgeld betalen. COC vraagt dat leerlingen gesubsidieerd/gefinancierd worden in verhouding tot het aantal maal dat ze inschrijvingsgeld betalen. Bijkomend vragen we algemene criteria, die alle verificateurs eenduidig moeten gebruiken om de subsidieerbare/financierbare leerlingen te bepalen.

Werkingsmiddelen
Er is nu een te ingewikkeld bureaucratisch systeem met nodeloze tussenschotten tussen de begrotingsposten, wat haaks staat op een soepele aankooppolitiek. We willen een gedeelte van het inschrijvingsgeld in de school houden zodat de directies dit op schoolniveau kan aanwenden als werkingsmiddelen. Het is een directe manier om het beleidsvoerend vermogen van een school te verhogen.
DKO-secretariaten en -scholen hebben recht op een voldoende ruim budget voor hun werking, waaronder degelijke uitgebouwde ICT-infrastructuur.

Programmatieregelgeving
Nu de 15 km-grens is opgeheven, zal de sector bij het doorvoeren van de geplande vernieuwing  wellicht verder de kans krijgen om de nog steeds aanwezige 'blinde vlekken' op te vullen.
 
We zijn het echter niet eens met de interpretatie die de vorige minister gaf aan het begrip 'blinde vlek' wanneer hij een aanbod buiten het DKO niet beschouwt als een blinde vlek. Er is bij zo'n aanbod immers geen ondersteuning op het vlak van kwaliteitszorg (o.a. minimum leerplannen,  navorming personeel,  inspectie, ondersteuning door pedagogische begeleidingsdiensten, ...).

Aangekondigde samenwerkingsverbanden (SV)
COC is geen vragende partij voor SV. In het secundair en basisonderwijs is COC helemaal niet overtuigd van de voordelen van een SV voor de leerlingen en het personeel. Wat wij daar zien, is dat het leidinggevend kader uitgebreid wordt en de werkdruk voor het personeel verhoogd is.

Als de overheid toch zou beslissen om SV op te richten, dan wil COC duidelijke voorwaarden stellen. Elk SV van DKO-scholen moet op vrijwillige basis gebeuren. De bevoegdheid over het personeel moet bij de school blijven en niet naar het SV worden overgeheveld.
Indien dergelijke SV er komen op vrijwillige basis, dan kan dat voor COC alleen regionaal en tussen DKO-scholen. Zo'n SV kan scholen uit verschillende netten omvatten, maar het doel ervan kan nooit rationalisering zijn: leerlingen en personeel moeten er beter van worden.

In een SV moet een onderhandelingscomité op het niveau van het SV worden opgericht.

Civiel effect
Er moet onderzocht worden of het succesvol doorlopen van een DKO-opleiding kan leiden tot vrijstellingen in sommige opleidingen hoger onderwijs (bv. in de lerarenopleiding).
Sommige opleidingen die voldoen aan een beroepsprofiel moeten een duidelijk civiel effect krijgen.

Personeelsaspecten

TADD/ reaffectatievrij/ vaste benoeming
Sinds de interprovinciale reaffectatiecommissie in het gesubsidieerd onderwijs buiten werking werd gesteld, fungeert de Vlaamse reaffectatiecommissie als de eerste reaffectatieronde. Het reaffectatievrij zijn van TADD'ers binnen het gesubsidieerde DKO werd zo een lege doos. Bij mogelijke samenwerkingsverbanden pleiten wij voor een eerste reaffectatiecommissie op dat niveau.

De wachttijd voor vaste benoeming in het DKO is onaanvaardbaar hoog. Sommige personeelsleden tellen zelfs na 6-7 jaar nog onvoldoende dagen om vast benoemd te kunnen worden. De oorzaak hiervan ligt in het specifieke van de sector: de kleine, versnipperde opdrachten die er doorgaans gepresteerd worden. COC vraagt daarom een aangepaste regeling voor de benoemingsvoorwaarden.

Inzetbaarheid personeel
Het personeel binnen een eventueel samenwerkingsverband moet inzetbaar zijn "voor" het SV en niet "in" het SV.
Bij overheveling van een filiaal naar een andere instelling moet het personeel mee worden overgenomen. Een centrale sluitende regelgeving dient dit te verzekeren.

Vraag naar ondersteunende functies (pedagogisch coördinator, mentor, ICT-coördinator, veiligheidscoördinator, zorgcoördinator, ...)
De functie van pedagogisch coördinator wordt momenteel ingevuld via leraarsuren, omdat er geen specifieke omkadering voor voorzien is. De toegekende uren mentor en ICT zijn ontoereikend. De functie van preventieadviseur, die vanaf 20 werknemers door de wet welzijn wordt opgelegd, betekent een extra belasting voor het personeel.
Vanwege de toestroom van 'zorgkinderen' is een zorgcoördinator een noodzaak.
Wij pleiten voor al deze functies voor extra omkaderingsuren buiten het lestijdenpakket.

Sommige DKO-scholen in het gemeenschapsonderwijs hebben nog toezichters in functie.
Het ambt is uitdovend, zodat men deze personeelsleden niet meer vervangt. Ook in het gesubsidieerd officieel onderwijs hebben sommige gemeenten met eigen middelen toezichters aangesteld. Deze personeelsleden zijn onmisbaar om de goede gang van zaken te garanderen, vooral in filialen en wijkafdelingen. Een vervangend ambt is nodig, ongeacht het net.

Lonen
De directies van DKO zijn de enigen die nog geen loonsverhoging mochten ontvangen. Wij pleiten voor een gelijke behandeling met de andere onderwijssectoren.

Het fluctuerend loon van de leraar individuele vakken (in de afdeling muziek) is een probleem. Wie als leerkracht in een bepaald jaar heel wat hogere graden ziet afstuderen, valt het volgende schooljaar drastisch terug qua inkomen. Daarom vragen we dat een diploma dat in de hogere graad van het deeltijds kunstonderwijs recht geeft op salarisschaal 346, 347 of 501 ook deze verloning meebrengt voor prestaties in de middelbare graad.

Concordantie diploma's
De afspraak uit CAO VIII moet opgevolgd en gefinaliseerd worden, namelijk: "De gelijkschakeling van de tweedegraadsdiploma's en van sommige eerstegraadsdiploma's met een mastergraad."

Prestatieregeling administratief personeel
In het volwassenenonderwijs bedraagt de prestatieregeling van het administratief personeel 32 klokuren voor een voltijdse betrekking. Deze regeling houdt er rekening mee dat deze personeelsleden tijdens het weekend en 's avonds werken. In het DKO bedraagt de prestatienoemer 38u. Het administratief personeel van het DKO werkt ook tijdens weekends en 's avonds. Daarom vragen we ook in het DKO de prestatienoemer te verlagen tot 32u.

Overleg met vakbonden bij fundamentele onderwijshervorming
Analoog aan een bepaling in het decreet volwassenenonderwijs (art. 131) vragen we dat aan elke fundamentele onderwijshervorming in het DKO een apart overleg met de representatieve vakorganisaties kan voorafgaan. Dit op vraag van één van de afgevaardigden van die representatieve vakorganisaties.

Dirk De Zutter



 
Onze website maakt gebruik van cookies.