header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt januari 2010

Dit schooljaar januari 2010

Pedagogiek

Het verstand komt met de jaren

Hersenonderzoek en onderwijs, het zegt u misschien weinig. Toch is het sinds enkele jaren een 'booming business'. Er is al heel wat hersenonderzoek verricht en onderzoekers trachten nu de vertaling te maken van de hersenwetenschap naar de onderwijspraktijk. In dit artikel vind je een aantal bevindingen die je wellicht niet zo vreemd in de oren zullen klinken.

Hoe hersenen zich ontwikkelen

Hersenen ontwikkelen zich als een piramide. Bij de geboorte ligt er al een basis van het bouwwerk vast (de vitale lichaamsfuncties) en daar komen telkens lagen bovenop. Met de hogere lagen kan men de onderliggende lagen controleren en impulsiviteit onder controle houden. De top van de piramide vormt zich pas in de vroege volwassenheid.
Hersenen zijn tot je 25ste levensjaar nog volop in ontwikkeling. Tussen je 10de en 25ste jaar spreekt men van een 'puberbrein'. Kenmerkend hiervoor is dat verbindingen nog niet goed gelegd en wat kronkelig zijn. Dat maakt het voor jongeren bijvoorbeeld erg lastig om zich op één ding te concentreren of om een helikopterperspectief te hanteren.
Bepaalde hersengebieden rijpen dus later dan andere. Zo doet een optelsom die het tiental overstijgt (25+7) beroep op andere hersenstructuren die pas later rijpen dan een optelsom binnen eenzelfde tiental (25+4). In taal komt het begrip van abstracte termen ook pas later in de ontwikkeling. Er zijn zelfs hersendelen die zich pas goed gaan ontwikkelen in de late adolescentie, vanaf 16 jaar ongeveer.

Het emotiecentrum van de hersenen (de amygdala) is wel ontwikkeld, maar de frontaalkwab waar de ratio zit, nog niet. Daardoor zal men vaker emotioneel dan rationeel reageren. Pubers kunnen hun emoties minder onder controle houden en hebben meer moeite om zich in te leven in emoties van anderen.

Bovendien bestaan er ook individuele verschillen tussen mensen. Sommige personen rijpen vroeger dan andere. Jongens zijn doorgaans later rijp dan meisjes. De volgorde waarin de hersenen rijpen, lijkt wel steeds dezelfde, maar de periode die jongeren in een fase doorbrengen is verschillend. En dat staat los van intelligentie.

Ons onderwijs 'brain based'?

Er zijn een aantal bevindingen die je als onderwijsmens waarschijnlijk zelf al aanvoelde, en die nu door het wetenschappelijk onderzoek alleen maar geëxpliciteerd werden. In die zin ervaren velen dit niet echt als 'iets nieuws'. De vraag is natuurlijk wat we ermee doen …

Als je weet dat er individuele verschillen in de hersenontwikkeling zijn, kan je je afvragen of het nog zinvol is te werken met leeftijdsgroepen. Is het vanuit die optiek niet logischer te werken met functiegroepen, die wellicht in leeftijd verschillen, maar op eenzelfde niveau functioneren ten aanzien van een bepaalde vaardigheid? Als we kijken naar de individuele verschillen, is het misschien ook niet logisch om alle leerlingen op hetzelfde moment een studiekeuze te laten maken. Voor sommigen komt dit wellicht veel te vroeg.

Ook de manier waarop je keuzes maakt, heeft te maken met de rijpheid van je brein. Adolescenten kiezen impulsiever, in feite 'beslissen' ze, hakken ze een knoop door. Volwassenen kunnen een keuze maken waarbij ze op verantwoorde wijze alle mogelijke consequenties overwegen. Hersenonderzoek toont aan dat volwassenen daarbij gebruik maken van andere hersengebieden. Je kan van jongeren niet verwachten dat ze rekening houden met hun eigen capaciteiten, met langetermijnconsequenties en met de wensen of emoties van anderen. Dat beginnen ze op hun 14de pas te leren en is pas rond hun 22ste levensjaar gerijpt. Daarvoor nemen ze beslissingen en maken ze keuzes op een relatief laag complexiteitsniveau. De invloed van de peer groep is hierbij niet te onderschatten. Omdat jongeren nog niet volwaardig kunnen kiezen, is het van het grootste belang dat ze begeleid worden bij het maken van de keuzes en bij het leren overzien van de gevolgen. Het is juist in die levensfase dat jongeren zware en verregaande keuzes moeten maken over hun toekomst.

Ook bij de huidige tendensen tot zelfstandig leren kunnen we ons tegen de achtergrond van het neurowetenschappelijk onderzoek terecht vragen stellen. Kunnen jongeren deze vrijheid aan? Zijn hun hersenen klaar voor het zelfstandig plannen, leren en werken? Het antwoord van de neurowetenschappen is duidelijk: nee, een puberbrein is daar niet klaar voor. De hersenfuncties die nodig zijn bij planning en controle zijn nog volop in ontwikkeling. Jongeren hebben nog heel wat begeleiding, structuur en dialoog nodig. Geef adolescenten daarom geen open opdracht, maar leg hen de verschillende consequenties voor. Stel vragen als "wat zou er gebeuren als …", geef sprekende voorbeelden, beschrijf langetermijnconsequenties in concrete taal. De leraar is als motivator en inspirator erg belangrijk.
De bevindingen van de hersenwetenschappen kunnen erg inspirerend zijn voor de onderwijspraktijk en kunnen zelfs aanleiding geven tot reflectie op het bestaande onderwijssysteem.

Riet Nackom

Bronnen
De Graaf, Ciska (2009). Puberbrein struikelblok voor zelfstandig leren. In: Schooljournaal, nr. 35, blz. 16-17. Christelijk Nationaal Vakverbond.
Jolles, Jelle. (lezing 20 april 2006). Over brein en leren in relatie tot onderwijsontwikkeling. www.jellejolles.nl of www.hersenenenleren.nl.
Jolles, Jelle (maart 2007). Neurocognitieve ontwikkeling en adolescentie: enkele implicaties voor het onderwijs. In: Onderwijsinnovatie, nr. 1, blz. 30-32. Open Universiteit Nederland.
Ros, Bea (december 2006). Neuropsycholoog Jelle Jolles: 'Stem onderwijs af op ontwikkeling brein'. In: Didaktief, nr. 10, blz. 6-8.

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.