header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt maart 2009

Dit schooljaar maart 2009

Decretendiarree gestopt

6 maart 2009 was de laatste dag waarop men nog ontwerpen of voorstellen van decreet kon indienen in het Vlaams Parlement om nog kans te maken om daar gestemd te worden vooraleer dat parlement zichzelf meer dan een maand rust gunt in aanloop naar de verkiezingen van 7 juni. Minister Vandenbroucke verdiende wellicht de prijs van beste leerling van de klas. Hij diende er op één dag immers vier in: onderwijsdecreet XIX, het decreet betreffende de kwalificatiestructuur, het decreet betreffende de kwaliteit van onderwijs en het decreet betreffende het secundair na secundair onderwijs en het hoger beroepsonderwijs.

Had het alleen van minister Vandenbroucke afgehangen, dan zouden er liefst nog drie decreten bijgekomen zijn: het inkantelingsdecreet (de integratie van de academische opleidingen van de hogescholen in de universiteiten), een daarbij horend bijzonder decreet omdat sommige aspecten met een 2/3 meerderheid moeten geregeld worden en het decreet betreffende de leerzorg. Maar godzijdank voor het onderwijsveld is er in België toch nog zo iets wat lijkt op een parlementaire democratie wat verkiezingen noodzakelijk maakt zodat een immodiumkuur net niet nodig was.

Exit inkantelingsdecreet

Voor het decreet betreffende de inkanteling (officieel het "decreet houdende wijziging van het decreet van 4 april 2003 betreffende de herstructurering van het hoger onderwijs") had minister Vandenbroucke niet meer de tijd om het nog te agenderen op de Vlaamse Regering. Zo'n ontwerp zou dan immers moeten onderhandeld worden met werkgevers en werknemers en de deadline van 6 maart was hiervoor een onoverkomenlijke hinderpaal. Maar de minister weet als geen ander dat Rome kan bereikt worden via verschillende wegen. Daarom maakte zijn kabinet het door haar geschreven ontwerp van decreet over aan enkele sp.a-parlementsleden met het dringend verzoek handtekeningen te ronselen bij de parlementairen om op deze manier een voorstel van decreet te laten indienen. Zo'n voorstel moet immers niet onderhandeld worden met de sociale partners en spaart dus heel wat tijd uit. Toen bleek dat er noch in het onderwijsveld, noch in de Regering, noch in het Parlement een meerderheid voor dit voorstel te vinden was, trok het kabinet Vandenbroucke er zelf de stekker uit en ontlastte de sp.a-parlementsleden van hun opdracht. Exit inkantelingsdecreet! Exit bijzonder decreet!

Exit decreet Leerzorg

Dat er deze legislatuur geen decreet Leerzorg meer komt, was al duidelijk. Ook voor dit decreet bestaat er geen draagvlak, noch in het onderwijsveld, noch in het Vlaams Parlement, noch in de Vlaamse Regering. Dat het kostenplaatje van dit decreet inmiddels opgelopen was tot minstens 64 miljoen euro was daaraan niet geheel vreemd. We schrijven "minstens 64 miljoen euro" omdat in dat bedrag nog geen eurocent voorzien is voor o.a. treffelijke arbeidsvoorwaarden voor de personeelsleden uit het buitengewoon onderwijs die zouden worden uitgezonden naar het gewoon onderwijs, voor de noodzakelijke aanpassingen aan de accommodatie en leermiddelen, voor zorgmiddelen in het secundair onderwijs, … Maar dat doet niets af van de blijvende fundamentele vragen over de essentie van de zaak. Wie gelooft nu echt dat leerlingen met beperkingen beter geholpen zijn door de voorhanden zijnde middelen versnipperd te gebruiken in plaats van geconcentreerd? Hoe zullen de leerkrachten in de klas het uiteindelijk (uiteraard alleen) waar moeten maken? Zij hebben er in ieder geval geen behoefte aan dat er nog meer middelen besteed worden om mensen aan te werven die hen dan komen zeggen wat, waar, wanneer en hoe alles moet gebeuren en hen dan achterlaten met de problemen. Er moet concrete hulp zijn in de klas zodat ook voldoende tijd kan worden besteed aan de andere leerlingen. Trouwens, ook het discours van de competentieontwikkeling blijft bestaan. Middelen voorzien is één ding, maar hoe en wanneer wordt deze competentieontwikkeling op het veld waargemaakt?

Vlaams volksvertegenwoordiger Kathleen Helsen (CD&V) vroeg in het Vlaams Parlement naar nog meer onderzoek, maar kreeg van de onderwijsminister (wat wel meer gebeurt) de wind van voor. Hij wil vooral een einde maken aan een volgens hem te lang durende discussie en dus implementeren, wellicht ook om politieke redenen. Voor COC is het duidelijk dat Leerzorg een fundamentele hervorming inhoudt van het leerplichtonderwijs. Daarom moet er, vooraleer de Vlaamse Regering opnieuw een voorontwerp van decreet goedkeurt, eensgezindheid bestaan over alle aspecten ervan, ook de personeelsaangelegenheden. Maar gesprekken hierover zijn tijdsverlies als de Vlaamse Regering niet met voldoende geld over de brug wil en kan komen om dit decreet op het veld waar te maken. Ook moeten de implicaties hiervan duidelijk zijn voor andere onderwijsdossiers. Want wie zei ook weer dat elke euro maar eenmaal kan uitgegeven worden en er dus heel voorzichtig mee moet omgesprongen worden?

First things first!

Vlaams volksvertegenwoordiger Jos De Meyer (CD&V) stelde ondertussen weer zijn jaarlijks terugkerende vraag over de besluiten die nog moeten onderhandeld worden opdat het nieuwe schooljaar op een ordentelijke manier zou kunnen starten. Deze vraag is dit jaar des te prangender gelet op de verkiezingen begin juni. Het antwoord van de minister liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Er is nog heel veel te regelen. Gelet op dit antwoord, zou het verstandig zijn dat de onderwijsminister zijn prioriteiten vastlegt en geen tijd meer verliest met het omploegen van het onderwijsveld, maar de hem resterende tijd besteedt aan de zaken die nog moeten afgewerkt worden. Hij zou bijvoorbeeld kunnen beginnen met de scholen eindelijk de omzendbrief te bezorgen inzake mentoruren. Het begint er immers op te lijken dat deze minister niet in staat is om dit simpel, klein en praktisch dossier op een deugdelijke manier af te ronden. Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd!


Jos Van Der Hoeven

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.