header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt maart 2009

Dit schooljaar maart 2009

CLB

CLB

Conferentie leerlingenbegeleiding en zorgbeleid
COC goed geplaatst om een breed gedragen en onderbouwd standpunt te laten horen

Onder de titel "Wat verwachten leerlingen en ouders van school en CLB?" blikte Brandpunt 5 van januari 2009 al even op de conferentie van 23 maart e.k. vooruit. We schreven toen dat leerlingenbegeleiding zich vandaag afspeelt in een context van groeiende zorgbehoeften die een prijskaartje hebben!

Aanleiding en kader van de conferentie

De Vlor organiseert de conferentie in de gebouwen van het Vlaams Parlement. Hij komt er naar aanleiding van het debat over het CLB-profiel. Het CLB-decreet van 1998 legt vast dat de school een eerstelijnsrol heeft voor de ontwikkeling van een visie op zorgverbreding en zorgverantwoordelijkheid. De CLB-sector heeft in het debat over het CLB-profiel altijd gesteld dat leerlingenbegeleiding niet alleen een zaak is van de CLB's en dat zij een conferentie over leerlingenbegeleiding wilden om die stelling uit te diepen.

In een mum van tijd bleek minister Vandenbroucke de idee van die conferentie krachtdadig te steunen. In zijn beleidsbrief onderwijs 2004-2009 had hij immers een beleidskader aangekondigd waarin de rol van iedere actor bij leerlingenbegeleiding (de school, leerlingen, ouders, het CLB, de pedagogische begeleiding, externen zoals welzijn en volksgezondheid) verduidelijkt zou worden en de specifieke positie van en de onderlinge relatie zou worden uitgeklaard tussen leerlingenbegeleiding in de scholen en leerlingenbegeleiding van buitenaf. Een ambitie die hij hoe dan ook niet meer zal kunnen waarmaken.
Tijdens de conferentie zal wel alsnog het eindrapport van het OBPWO1 -onderzoek dat het CLB-decreet evalueert, voorgesteld worden. Dat rapport lag al sinds eind augustus 2008 op de tafel van de minister.

Vijf invalshoeken en zes werkwinkels

De 360 deelnemers voeren een brede discussie over leerlingenbegeleiding en zorgbeleid in zes werkwinkels met actuele thema's die in de Commissie leerlingenbegeleiding van de Vlor en in haar diverse taakgroepen werden uitgespit. Vijf invalshoeken keren in de stellingen van elke werkwinkel terug.

De zes werkwinkels1. "Kiespijn" - over kiezen in het leven en de school- en beroepsloopbaan2. "Baanbrekend" - over het "baangericht" of beroepsgericht onderwijs3. "Niet storen, hier wordt geleerd!" - over effectief omgaan met leer- en ontwikkelingsproblemen en -stoornissen4. "Goed in je vel" - over psychosociaal welbevinden en zorgnoden van leerlingen5. "Help, een dokter op school" - over preventieve gezondheidszorg op school6. "Streetwise" - over het spijbelfenomeen

De laatste vier thema's illustreren bij uitstek dat leerlingenbegeleiding zich vandaag afspeelt in een context van groeiende zorgbehoeften. De laatste drie hebben te maken met de afgenomen draagkracht van de gezinnen en van de maatschappij in het algemeen. De school, het CLB en de welzijnssector zullen deze problematieken volgens COC ook niet kunnen oplossen zonder krachtige beleidsondersteuning.

De vijf invalshoeken die in de stellingen van elke werkwinkel terugkeren1. De omgevingsanalyse (situering van het thema)2. Wat betekent dit voor het schoolbeleid?3. Wat betekent dit voor het CLB?4. Wat betekent dit voor de samenwerking met welzijns- en gezondheidswerkers?5. Kritische succesvoorwaarden

COC schiet uit de startblokken met de huidige COC-visie op leerlingenbegeleiding2

Een ad hoc werkgroep "CLB-School" werkte deze visie uit op vraag van het Nationaal Bestuur van COC. Deze werkgroep telde vertegenwoordigers van collega's basisonderwijs, secundair onderwijs en CLB, zowel uit het gesubsidieerd vrij onderwijs als uit het gemeenschapsonderwijs. De werkgroep nodigde een vertegenwoordiging uit van de pedagogische begeleidingsdiensten basisonderwijs en secundair onderwijs. Op een studiedag in elk van de vijf provincies konden de vakbondsafgevaardigden in talrijke werkgroepen reageren op zeven stellingen over leerlingenbegeleiding.

In de komende periode zullen wij onze COC-visie in het licht van de nieuwe ontwikkelingen in dit dossier actualiseren. Onze werkgroep "CLB-school" wijdde al een eerste vergadering aan deze actualisering.

De COC-deelnemers aan de Conferentie leerlingenbegeleiding en zorgbeleid zullen hun inbreng in de diverse werkwinkels baseren op onze onderbouwde COC-visie. COC-deelnemers aan de Vlor-taakgroepen die de conferentie hebben voorbereid waren uiterst verbaasd dat ze van hun inbreng in die taakgroepen weinig of niets in de geformuleerde stellingen terugvonden. Intussen heeft COC begrepen dat de stellingen niet gezien mogen worden als voorgekauwd Vlor-advies of een voorgekauwd standpunt, maar integendeel de uitsluitende bedoeling hebben om de brede discussie uit te lokken.
Dat is overigens de enige juiste benadering om van deze conferentie een open debat te maken en geen doorgestoken kaart!

Dirk De Zutter

De visie van COC op leerlingenbegeleiding3

Samenvatting van de knelpunten die we zagen en van de standpunten die we innamen

Punten 6.1 en 6.2 kunnen niet los van elkaar gelezen worden. Samen maken ze duidelijk welke visie COC heeft aangaande de leerlingenbegeleiding.

6.1 De knelpunten samengevat
6.1.1. De taakafbakening tussen de verschillende actoren betrokken bij de leerlingenbegeleiding is erg onduidelijk. Er is dus een gebrek aan transparantie.
6.1.2 De personeelsleden van de school en de CLB-medewerkers worden te weinig betrokken bij de samenwerking tussen school en CLB. De afspraken worden boven hun hoofd gemaakt terwijl ze het voorwerp moeten zijn van onderhandeling in de bevoegde wettelijke inspraakorganen.
6.1.3 Er wordt van leraars, ondersteunend personeel, school en CLB heel wat verwacht inzake leerlingenbegeleiding. Maar op dit moment worden er te weinig middelen voorzien om de leerlingenbegeleiding op school en ook binnen CLB op een kwalitatieve manier uit te werken. Leerkrachten noch CLB-medewerkers hebben voldoende tijd en ruimte om daaraan tegemoet te komen.
6.1.4 Binnen het ondersteunend personeel in het secundair onderwijs is het ambt van opvoeder voorzien. De overheid heeft, onder het mom van lokale autonomie, nagelaten dit ambt te omschrijven. Mede door de besparingen heeft dat tot gevolg dat meer en meer opvoeders taken van administratief medewerker uitoefenen. Daarenboven is de overheid van mening dat ondersteunend personeel over geen pedagogisch bekwaamheidsbewijs moet beschikken. Een dergelijke houding ondermijnt een professionele benadering van leerlingenbegeleiding.
6.1.5 Communicatie tussen leraar, klasleraar, CLB-medewerker, ... is noodzakelijk opdat er zou kunnen teruggekoppeld worden. Deze communicatie en terugkoppeling wordt gehinderd door de onduidelijkheid rond het beroeps- en het ambtsgeheim.
6.1.6 Inzake leerlingenbegeleiding zijn er grote verschillen tussen de centra: sommige centra werken sterk leerlingengericht zoals het decreet betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding aangeeft, andere werken op vraag van de scholen veel meer schoolondersteunend. Er is dus onduidelijkheid omtrent het CLB-profiel.
6.1.7 In het kader van de integrale jeugdhulpverlening vertegenwoordigt het CLB het onderwijs en heeft het een scharnierfunctie in het netwerk van de diverse actoren in de jeugdhulpverlening. Maar de concrete invulling van de taak van CLB is nog onduidelijk.
6.1.8 Omdat de financiering van de CLB wordt berekend op basis van het aantal leerlingen in de betrokken scholen, is er minstens een schijn van afhankelijkheid. De werking van het CLB wordt hierdoor niet bevorderd.
6.1.9 Voor de cursistenbegeleiding in het volwassenenonderwijs en de leerlingenbegeleiding in het deeltijds kunstonderwijs zijn er geen middelen voorzien. De begeleiding van de cursisten en de leerlingen gebeurt dan ook te sporadisch.

6.2 De standpunten samengevat
6.2.1 Leerlingenbegeleiding maakt integraal deel uit van onderwijs en vorming en is inherent aan het beroep van leraar. De leraar moet in de eerste plaats het leer- en opvoedingsproces van de leerling begeleiden, waarbij hij/zij extra aandacht heeft voor die momenten waarop dit proces in het gedrang komt.
6.2.2 Als een personeelslid oordeelt dat er een specifieke deskundigheid nodig is, moet hij/zij kunnen doorverwijzen naar de klasleraar. Op zijn/haar beurt moet deze kunnen doorverwijzen naar een meer systematische structuur van leerlingenbegeleiding. Dat kan een cel Leerlingenbegeleiding in de eigen school zijn, maar ook het CLB. Het is essentieel dat leraars weten welke rol deze cel en welke rol het CLB speelt in de leerlingenbegeleiding.
6.2.3 De rol van de klasleraar en de rol van de klassenraad in het begeleidingsproces van de leerlingen zijn enorm belangrijk en zijn aan herwaardering toe. Deze waardering moet zich uiten door hiervoor bijkomende middelen aan de school toe te kennen.
6.2.4 Personeelsleden die inzake leerlingenbegeleiding een bijzondere verantwoordelijkheid dragen, moeten beschikken over pedagogische bekwaamheden die kunnen blijken uit een pedagogisch bekwaamheidsbewijs, een basisdiploma, een attest van socio-emotionele begeleiding,… .
6.2.5 Inzake leerlingenbegeleiding hebben zowel de leraars, het ondersteunend personeel, de cel leerlingenbegeleiding als de CLB-medewerkers hun rol te spelen. Welke rol precies elk van hen heeft, moet blijken uit een globaal schoolbeleidsplan inzake leerlingenbegeleiding. Dat plan moet tot stand komen in overleg tussen alle betroken actoren en ook besproken worden in de daartoe voorziene inspraakstructuren. Het is de taak van de vakbondsafgevaardigde er minstens op toe te zien dat de personeelsleden hierbij voldoende betrokken worden.
6.2.6 Het ontwikkelen van een globaal schoolbeleidsplan inzake leerlingenbegeleiding is niet voldoende. Een structurele inbedding van de leerlingenbegeleiding vereist bijkomende middelen op niveau van de school. Deze middelen mogen enkel voor leerlingenbegeleiding aangewend worden. Men moet nagaan op welke wijze deze middelen best toegekend worden: ofwel lineair ofwel via een weging in functie van de nood aan begeleiding. In het laatste geval moet nagegaan worden welke rol het CLB, dat dan wel onafhankelijk moet kunnen opereren, hierbij kan toebedeeld krijgen.
6.2.7 Leerlingenbegeleiding mag niet beperkt worden tot het leerplichtonderwijs. Ook de onderwijssectoren buiten het leerplichtonderwijs moeten hiervoor van bijkomende middelen worden voorzien.

(1) Onderwijskundig beleids- en praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek.
(2) Terug te vinden op www.coc.be/standpunten/. De samenvatting van de knelpunten die we zagen en van de standpunten die we innamen staat in het kaderstukje.
(3)  Deze samenvatting staat in het volledige document onder punt 6. We nemen de oorspronkelijke nummering hier volledig over.



 
Onze website maakt gebruik van cookies.