header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt maart 2008

Dit schooljaar maart 2008

Strijdpunt

Beleid op de kap van het personeel

In de poppoll die De Standaard op 15 maart publiceerde, klom Frank Vandenbroucke van de elfde naar de vierde plaats. 37% van de 1.000 ondervraagde Nederlandstalige kiezers overweegt een stem te geven aan de Vlaamse minister van Onderwijs, Werk en Vorming. Waar dat stemgedrag op gebaseerd is, blijkt - net zomin als voor de andere politici - nergens uit. Wellicht heeft een en ander gewoon veel te maken met de perceptie. Maar is deze perceptie wel juist?

Wie stelt dat Frank Vandenbroucke ernst en degelijkheid uitstraalt, trapt een open deur in. Dat hij te dikwijls overtuigd is van zijn eigen gelijk en anderen graag wijst op hun ongelijk, weet iedereen die zich in Vlaanderen bezighoudt met werk en onderwijs inmiddels ook.
Minder bekend bij de modale Vlaming is dat hij zich soms even koppig gedraagt als een ezel. Dat bleek nog maar eens tijdens de onderhandelingen over het voorontwerp van Onderwijsdecreet XVIII. Dat voorontwerp is een decreet zoals de meeste onderwijsdecreten: een verzameling van zóveel los van elkaar staande bepalingen dat de impact ervan op het volledige onderwijsveld onbestaande is. Nochtans verdient een aantal bepalingen in het voorontwerp van Onderwijsdecreet XVIII wel degelijk onze aandacht omdat ze ons sterk doen twijfelen aan de rechtlijnigheid van onze minister van Onderwijs.

Zorgmiddelen niet voor alle basisscholen

Vooreerst is er de bepaling die stelt dat basisscholen die niet tot een scholengemeenschap behoren, nog slechts voor de volgende drie jaar middelen krijgen voor een zorgbeleid. Vanaf het schooljaar 2011-2012 worden, volgens de memorie van toelichting, middelen voor het voeren van een zorgbeleid alleen nog toegekend aan scholengemeenschappen. De reden waarom dit zo is, vindt men nergens terug.
Deze bepaling is een minister van Onderwijs die er prat op gaat een zorgbeleid te voeren, onwaardig. Als de minister vindt dat het niet langer kan dat er scholen zijn die niet behoren tot een scholengemeenschap, dan moet hij dat ook zo zeggen. En dan moet hij tegelijk ook de mogelijkheden creëren opdat iedere basisschool wèl tot een scholengemeenschap kan behoren.
Het kan echter niet dat kinderen de dupe worden van politieke spelletjes. Zoals de teksten nu voorliggen, krijgen scholen een verschillende omkadering voor het zorgbeleid naargelang ze al dan niet behoren tot een scholengemeenschap. Wensen de scholen die niet tot een scholengemeenschap behoren hun leerlingen toch nog de nodige zorg te geven, dan zal de school daar uiteindelijk andere middelen moeten voor uittrekken. De leerlingen en de personeelsleden zullen hiervan de dupe zijn.
Het is echter algemeen bekend dat de minister van mening is dat het onderwijspersoneel nog steeds een tandje kan bijsteken.

Modulair onderwijs zonder bijkomende middelen

Vervolgens is er zijn visie omtrent de verderzetting van het modulair onderwijs in het beroepssecundair onderwijs. Terwijl de minister in het begin stelde dat het modulair onderwijs organiek ging ingevoerd worden, is hij nu bereid het lopende experiment verder te zetten. Maar dan wel… zonder bijkomende middelen.
De minister verwijst hiervoor o.a. naar de gelijkheid die er qua omkadering moet zijn tussen het lineair en het modulair onderwijs. Frank Vandenbroucke is verstandig genoeg om te weten dat hij ook hier politieke inzichten laat primeren op onderwijskundige. Hoe men het ook draait of keert, in het modulair onderwijs worden er meer gedifferentieerde onderwijsactiviteiten georganiseerd dan in het lineair onderwijs. Deze activiteiten vragen een bijkomende omkadering. Door deze bijkomende omkadering niet te geven, zet hij de betrokken scholen het mes op de keel.
Wellicht weet hij dat de meeste scholen de klok niet zullen terugdraaien en is hij ook hier van oordeel dat het personeel nog altijd een tandje bij kan steken.

Lerarentekort

Ondertussen is het ook duidelijk geworden dat Vlaanderen kampt met een lerarentekort in het secundair onderwijs. Dat heeft ongetwijfeld te maken met het feit dat het economisch goed gaat met Vlaanderen. Wanneer dat het geval is, zijn er veel minder mensen die voor een onderwijsloopbaan kiezen. Wellicht zal deze keuze ook te maken hebben met de onzekerheid van een onderwijsloopbaan.

Maar het zou fout èn hypocriet zijn om alleen hiernaar te verwijzen. Zou het niet kunnen dat de leerlingen van nu niet meer kiezen voor een job in het onderwijs omdat ze - als de beste ervaringsdeskundigen - beseffen dat zulke job heel wat energie vergt van wie ze uitoefent? Omdat ze dag na dag vaststellen dat leraars alle moeite van de wereld moeten doen om de interesse van hun leerlingen op te wekken? Omdat de job van leraar stilaan verschuift naar de job van welzijnswerker? Omdat van het onderwijs verwacht wordt dat het alle maatschappelijke problemen van vandaag oplost met de middelen van eergisteren? Omdat de minister van Onderwijs wel steeds grootse plannen heeft, maar in deze plannen geen of alleszins te weinig oog heeft voor de draagkracht van het volk op de werkvloer?

Inmiddels gaan er stemmen op om de vervangingspool die minister Vanderpoorten jaren geleden creëerde, nieuw leven in te blazen. Zulke vervangingspool is wel een oplossing voor de personeelsleden die op deze manier verzekerd zijn van een jaarinkomen, maar lost het fundamentele probleem niet op.
Dat fundamentele probleem is dat de personeelsleden van het onderwijs niet de waardering krijgen die zij verdienen. Die waardering moeten ze niet krijgen door hen in toespraken alle lof toe te zwaaien, maar door een beleid te voeren dat hen daadwerkelijk waardeert. Dat is een beleid dat erin bestaat bij elke maatregel die men wenst in te voeren, zich af te vragen of deze maatregel haalbaar is op het terrein.
In die zin blijft COC eisende partij voor een personeelseffectenrapport bij elke nieuwe maatregel die wordt doorgevoerd, zowel op Vlaams niveau als op lokaal niveau. Waarop wacht de minister om een decreet inzake de herwaardering van de leraar te lanceren?
                                                   

                Jos Van Der Hoeven  


 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.