header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt juli 2007

Dit schooljaar juli 2007

Dossier Leerzorg

Nota brengt onvoldoende oplossingen voor de problemen

De conceptnota Leerzorg  bestaat eigenlijk uit twee delen. In een eerste deel omschrijft de minister de problemen en knelpunten in het buitengewoon onderwijs. In een tweede deel stelt hij het leerzorgkader voor. De vraag is dan: lost het leerzorgkader zoals het is uitgetekend door minister Vandenbroucke de voormelde problemen op? Het antwoord op deze vraag is volgens COC overwegend "neen". Hierna gaan wij per knelpunt na in hoeverre de nota een oplossing biedt of niet.

Types te eng

De nota van de minister stelt dat de huidige types te eng en te stigmatiserend zijn. Ook is het onderscheid tussen type 1 en type 8 in een aantal gevallen moeilijk te maken.
Geeft deze nota een oplossing?
Neen, want in de toekomst zou worden gewerkt met doelgroepen. Doelgroep A omvat de leer-lingen met ernstige leer- en aandachtstoornissen, doelgroep B omvat de leerlingen met een licht mentale stoornis. In wezen wijzigt voor deze leerlingen enkel de naam "type" in "doel-groep", maar het gestelde probleem blijft, ook al omwille van het feit dat in cluster 2 de leer-lingen uit doelgroep A niet mogen doorstromen naar het buitengewoon secundair onderwijs.
Ook wanneer enkel zou gewerkt worden met clusters (i.p.v. met doelgroepen) blijft het pro-bleem identiek.

Leerlingen met een meervoudig functioneringsprobleem

Deze leerlingen horen niet thuis in een welbepaald type.
Geeft deze nota een oplossing?
Deze nota geeft een aanzet tot oplossing, maar het toewijzen blijft een probleem omdat deze leerlingen gespreid blijven over verschillende doelgroepen en verschillende clusters.
Hoort een leerling met een licht mentale handicap die ook een gedrags- en emotionele stoor-nis heeft, thuis in doelgroep B of in doelgroep G? Hoort deze leerling thuis in cluster 2 of in cluster 4?
De minister voorziet wel dat als bijkomende problemen op het gebied van het verstandelijk functioneren aanleiding geven tot de diagnose van een matige, ernstige of diep mentale stoor-nis, deze leerlingen zullen geplaatst worden in cluster 3. Ook voorziet de minister in een af-zonderlijk leerzorgniveau voor kinderen met zware meervoudige beperkingen.

Leerlingen met ASS

Voor leerlingen met autismespectrumstoornissen was er geen apart type voorzien. Nu sprin-gen verwijzers hier creatief mee om, o.a. naargelang van het net of de regio waar het kind woont.
Geeft deze nota een oplossing?
Ja en neen.
In zijn nota creëert de minister voor deze leerlingen een afzonderlijke doelgroep, namelijk doelgroep H, leerlingen met pervasieve stoornissen. Men kan zich de vraag stellen of hij dan niet evengoed een type 9 had kunnen creëren. Het enige wezenlijke verschil is dat deze leer-lingen in de nota in cluster 4 worden samengezet met leerlingen met gedrags- en emotionele stoornissen.

De verwijspraktijk

Uit studies blijkt dat het PMS veelal doorverwees op vraag van de school en dat ouders en leerlingen vaak niet bij de zaak betrokken werden. De vraag is of dit vandaag nog steeds zo is. Het PMS is al jaren omgevormd in het CLB dat toch een heel andere taakinvulling heeft dan het vroegere PMS.
Een knelpunt is ook de te grote verwijzing van kansarme leerlingen, bv. van allochtone leer-lingen wegens taalproblemen.
Geeft de nota een oplossing?
Wij denken van niet omdat men niet weet of niet kan voorzien wat ouders en leerlingen zelf zullen beslissen in het nieuwe leerzorgkader. Nu verwijzen de CLB's door omdat het echt niet anders kan, namelijk omdat kennis van onze taal essentieel is om les te volgen in diezelfde taal. Zal het systeem van differentiëren of compenseren een oplossing bieden voor het taal-probleem?

Het 'labelen' van leerlingen

Leerlingen worden ingedeeld, krijgen een etiket opgeplakt en worden daardoor gestigmati-seerd.
Geeft de nota een oplossing?
Neen, de types verdwijnen wel, maar er komen doelgroepen en clusters in de plaats. Ook in de toekomst zal een gediagnosticeerd kind een 'label' krijgen (vb doelgroep B of cluster 2).

Het geïntegreerd onderwijs (gon)

Geeft deze nota een oplossing?
De vastgestelde knelpunten in het GON worden zeker niet allemaal opgelost in deze nota. Het probleem van o.a. de te lage integratietoelage, de te grote afstanden die GON-begeleiders moeten afleggen, de te beperkte GON-ondersteuning die bv. leerlingen met leerstoornissen ontvangen, worden met het nieuw concept leerzorg niet opgelost.

De kloof in het ondersteuningsaanbod

Geeft deze nota een oplossing?
Vermoedelijk niet. De ouders die voor hun kinderen opteren voor het buitengewoon onderwijs omwille van het gratis busvervoer en de bijkomende paramedisch zorge,n zullen dit in het nieuwe leerzorgconcept ook doen, tenzij de overheid voor leerlingen met leerzorgniveau 3 het busvervoer naar het gewoon onderwijs ook gratis maakt en er voldoende paramedische zorgen kunnen geleverd worden in het gewoon onderwijs. Via het voorgestelde financieringssysteem (meenemen van dezelfde middelen als in het buitengewoon onderwijs) lukt dit niet wegens de versnippering van de middelen.

De onevenwichtige spreiding van BuO-scholen

Geeft deze nota een oplossing?
Als deze nota ervoor zorgt dat de inrichters van buitengewoon onderwijs hun aanbod uitbrei-den en verdiepen, dan is dit zeker een positieve zaak.
Wij stellen echter vast dat de types of doelgroepen die het meest gevat zullen worden diegene zijn die nu al het best over Vlaanderen gespreid zijn. We denken hierbij aan leerlingen van type 1 (licht mentaal) en type 8 (ernstige leerstoornissen) en in het BuSO aan leerlingen van OV 3 (opleidingsvorm gericht op het aanleren van kennis en vaardigheden met als doel de integratie in het gewoon leef- en arbeidsmilieu).
Leerlingen van type 6 (visuele handicap) en type 7 (auditieve handicap) die gewoon onderwijs kunnen volgen, zitten daar nu al (met ondersteuning via GON).

Een oplossing voor de onevenwichtige spreiding heeft ook te maken met de vrije schoolkeu-ze. Een blinde leerling die in Maasmechelen woont en naar het buitengewoon onderwijs moet,  heeft inderdaad een probleem. Die leerling vindt niet onmiddellijk een school in de buurt.
De oplossing is dan inderdaad een school opstarten voor blinden in de buurt van Maasmeche-len. De vraag is natuurlijk: wat is 'in de buurt van'? En als er een school van een bepaald net is, kan er dan geëist worden dat er ook een school van een ander net, of een school met een ander pedagogisch project moet komen?
Je kan het ook simpel voorstellen en stellen dat elk kind met om het even welke functiebeper-king kwaliteitsvol onderwijs moet kunnen genieten in gelijk welke school voor buitengewoon onderwijs die dit kind wil opnemen. Maar zo eenvoudig is het natuurlijk niet: het is niet om-dat je een kind met een bepaalde problematiek opneemt in een school, dat die school plotse-ling de nodige expertise daarvoor in huis heeft.
Dit alles gaat over een maatschappelijke keuze die gemaakt zal moeten worden: hoeveel geld willen we als samenleving besteden aan een oplossing voor dit probleem? Als we willen dat kinderen met om het even welke functiebeperking of zorgbehoefte overal in het land 'in de buurt' terecht moeten kunnen, dan zal het prijskaartje zeer aanzienlijk zijn.
Bovendien: hoe zorg je ervoor dat er overal voldoende expertise aanwezig is? Leerkrachten ASV Compensatietechniek braille bijvoorbeeld zijn niet zomaar overal te vinden. In een school voor blinde en slechtziende leerlingen moeten trouwens ook andere leerkrachten met deze problematiek kunnen omgaan.

In zijn nota stelt de minister dat in de toekomst de schoolgrootte bepalend zal zijn voor de programmatie (en rationalisatie) en niet zozeer de types of doelgroepen op zich. Deze visie kunnen wij niet goed kaderen maar wij stellen ons wel de vraag of dit niet eerder contrapro-ductief zal zijn. Zal een grote school (een school met veel leerlingen) zich in de toekomst vlot kunnen verbreden en/of verdiepen en een kleine school (een school met niet zoveel leerlin-gen) niet, ook al is er in de ruimere omgeving geen school voor buitengewoon onderwijs?

Uit een discussie in het Vlaams Parlement op 28 februari jl. bleek dat de minister met zijn conceptnota vooral het probleem van het leerlingenvervoer wil opgelost zien. Laat ons toe te stellen dat er ook andere mogelijkheden zijn om lange busritten voor de kinderen te vermij-den. Er bestaan andere vervoersmiddelen dan grote bussen, er zijn andere oplossingen denk-baar, maar net zoals bij alles heeft iedere mogelijke oplossing ook een prijskaartje.

Onmogelijke opdracht

Kortom: COC is het eens met de meeste van de knelpunten die de minister vaststelt, maar COC kan ook niet anders dan vaststellen dat vele van deze knelpunten ook in het nieuwe con-cept gewoon knelpunten blijven. Het zou bijzonder zinvol zijn als men in de commissie on-derwijs van het Vlaams Parlement (of in het Vlaams Parlement zelf) knelpunt per knelpunt zou nagaan welke oplossing eraan gegeven wordt en of die oplossing effectief is. Men zal kunnen vaststellen dat dit niet zo is.
Een politieke oplossing op papier (volgens de minister kunnen na 10 jaar de discussies beëin-digd worden) is geen oplossing als die oplossing op het veld niet kan waargemaakt worden. Voor COC en vele andere onderwijsactoren is het heel duidelijk: dit leerzorgkader is een on-mogelijke opdracht voor het onderwijspersoneel!

Peter Gregorius



 
Onze website maakt gebruik van cookies.