header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt maart 2007

Dit schooljaar maart 2007

Strijdpunt

Een onmogelijke opdracht voor de leerkracht

Onder deze gebalde titel vatte De Standaard op 28 februari jl. de visie samen van de christelijke onderwijsvakbonden COC en COV, het Vlaams Secretariaat van het Katholiek Onderwijs en de koepel van de Vrije Centra voor Leerlingenbegeleiding op het ontwerp van conceptnota 'Leerzorg' van minister Vandenbroucke. De minister wil via 'Leerzorg' de structuur van het gewoon en buitengewoon onderwijs veranderen zodat elk kind, als het kan in een school in de buurt van zijn woonplaats, de specifieke zorg krijgt die het nodig heeft.

De kritiek op het ontwerp van conceptnota 'Leerzorg' betekent niet dat COC, noch de voorvermelde andere organisaties, de zorg voor het kind niet centraal zouden stellen. Integendeel, hun visie is juist tot stand gekomen uit bezorgdheid voor het welzijn van ieder kind. Het heeft echter geen zin projecten te ontwikkelen die op papier zeer mooi en nobel ogen, maar die in de praktijk gedoemd zijn om te falen omdat sommigen de illusie dat leraars deskundig kunnen zijn in zoveel specialismen, voor waarheid aannemen. Door toch van dit uitgangspunt te vertrekken, geeft men de kinderen niet waarop zij recht hebben.
Voormelde organisaties hebben hun standpunt dan ook duidelijk naar voren gebracht in de Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) die op 15 februari een advies omtrent dit ontwerp van conceptnota uitbracht.

Nog wachten op de conceptnota

Men mag echter niet vergeten dat minister Vandenbroucke aan de Vlor een advies had gevraagd over een ontwerp van conceptnota. Dat betekent dat de minister dit advies nu moet ontleden en bepalen op welke wijze hij in zijn definitieve conceptnota rekening zal houden met de opmerkingen van de Vlor. Oorspronkelijk was voorzien dat deze conceptnota op 16 maart zou voorgelegd worden aan de Vlaamse regering en dat hij daarna in het Vlaams parlement zou besproken worden. Deze datum werd echter niet gehaald.

Uitgangspunt van de minister

Ook op 28 februari kwam het dossier Leerzorg eventjes ter sprake in het Vlaams parlement en dit naar aanleiding van een vraag van volksvertegenwoordigster Kathleen Helsen (CD&V) aan minister Vandenbroucke. Uit het kleine debat dat zich toen ontwikkelde, blijkt nu duidelijk dat minister Vandenbroucke met het dossier 'Leerzorg' in de eerste plaats het probleem wil oplossen van de ouders die grote problemen ervaren met het vervoer van hun kinderen naar een school voor buitengewoon onderwijs. Daarom moeten, volgens de minister, zowel scholen van het gewoon als scholen van het buitengewoon onderwijs hun schoolpoorten ruimer open stellen. Zijn uitgangspunt is dat alle kinderen een zo goed mogelijke opvang moeten krijgen en het liefst zo dicht mogelijk bij huis, zodat ook het vervoersprobleem kan aangepakt worden.
Hij gaat echter niet zover dat àlle ouders het individuele recht op inclusie krijgen op die plaats waar ze dat zelf willen. De minister wil wel dat het aanbod van de scholen, ook die van buitengewoon onderwijs, toegankelijker wordt voor kinderen met diverse types van problemen.  

COC heeft als sociale organisatie uiteraard oren naar het uitgangspunt van de minister, maar stelt wel dat onderwijs meer moet zijn dan 'opvang' en dat het oplossen van vervoersproblemen ondergeschikt moet zijn aan wat het beste is voor het kind. Wanneer ouders voor inclusie stellen dat hun kind moet kunnen opgevangen worden in iedere school in de buurt, dan lost men wel het vervoersprobleem op, maar de vraag blijft of hun kind wel steeds de aandacht én zorgen zal kunnen krijgen die het verdient én die het de ganse dag door ook nodig heeft.
Ouders voor inclusie hebben gelijk als zij stellen dat de school zich moet aanpassen aan de kinderen, maar zijn fout als zij dit verengen tot aanpassen aan hun kind. Bovendien heeft iedere school ook de plicht zorg te dragen voor haar andere leerlingen. Ook de ouders van diè kinderen hebben verwachtingen ten aanzien van de school.

Leraars zijn geen duizendpoten

Ook de Vlor heeft oren naar het uitgangspunt van de minister, maar plaatst een heleboel knipperlichten en stelt een heel aantal vragen. In het parlement heeft de minister gesteld dat hij het Vlor-advies aandachtig zal bestuderen en zijn voorstel zal bijsturen, dat hij deze problematiek op een zeer pragmatische manier tracht te benaderen en dat hij er heel goed kan inkomen dat scholen bezorgd zijn dat van hen inspanningen gevraagd worden waarvoor ze de deskundigheid niet hebben. Hij is van oordeel dat kinderen terecht moeten kunnen in gewone scholen als dat slechts relatief gemakkelijk door te voeren aanpassingen vereist.
Maar hier zal het schoentje wellicht blijven knellen. De minister heeft in zijn ontwerp van conceptnota oog voor de draagkracht van de scholen, maar de vraag zal blijven hangen of hij en andere buitenstaanders deze draagkracht - ook omwille van financiële redenen - niet te vlug overschatten. Het is niet omdat in allerlei documenten aan leraars tal van bekwaamheden worden toegeschreven, dat ze die allemaal ook hebben.
Wat er ook van zij, de minister mag de vervoersproblematiek niet oplossen op de kap van het personeel. Hij kan het onderwijspersoneel niet blijven overbevragen en denken dat men met de middelen van gisteren de problemen van vandaag kan blijven oplossen.
 
Versnipperde expertise

Ten gronde moet minister Vandenbroucke zich ook eens bezinnen over de visie van volksvertegenwoordigster Helga Stevens (N-VA). Als doof parlementslid - en dus ook als enige ervaringsdeskundige in het Vlaams parlement - stelde zij dat de discussie over de conceptnota Leerzorg moet losgekoppeld worden van de problematiek van het leerlingenvervoer. Deze problematiek moet volgens haar opgelost worden door aan de betrokken ouders meer middelen toe te kennen. Tezelfdertijd stelde ze dat het belangrijk is dat in de scholen expertise aanwezig is en dat als je die gaat versnipperen over heel Vlaanderen, er heel wat expertise verloren gaat. De vraag is of de minister oor zal hebben naar de raad van een echte ervaringsdeskundige. 


                 Jos Van Der Hoeven

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.