header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt februari 2006

Dit schooljaar februari 2006

COC neemt deel aan cao-onderhandelingen, maar...

Met de goedkeuring van haar nationaal comité startte COC op maandag 30 januari jl. cao-onderhandelingen met minister Frank Vandenbroucke. De verhoging van de cao-enveloppe tot 309 miljoen euro (we komen van 215) en de verzekering dat het vakantiegeld tegen 2011 kan worden opgetrokken tot 92% van de maandwedde, waren positieve signalen voor het onderwijspersoneel. Anderzijds blijven er nog ernstige knelpunten die maken dat COC naar de onderhandelingen gaat met het nodige voorbehoud en dat er acties zullen gevoerd worden als de onderhandelingen niets zouden opleveren.

Startpositie onderhandelingen

De startpositie van de onderhandelingen is het voorstel dat minister Vandenbroucke half december deed aan de onderwijsvakbonden. Het kan als volgt samengevat worden:

1. Het vakantiegeld kan op termijn en in stappen opgetrokken worden tot 92% van het maandloon, maar sommigen zullen dit percentage maar bereiken in 2011. Om dit te realiseren, voegt de minister voor de jaren 2010 en 2011 65 miljoen euro toe aan de oorspronkelijk voorziene enveloppe van 215 miljoen euro.

2. De minister is niet bereid om de enveloppe die voorzien is voor tewerkstelling (20 miljoen euro) te verhogen.

3. De scheidingslijnen tussen de verschillende deelenveloppes (koopkracht, kwaliteit en tewerkstelling) zijn niet echt zeer strikt, m.a.w. er is een mogelijkheid om een beperkt deel geld van de ene enveloppe over te hevelen naar een andere.

4. De minister voegt aan de enveloppe van 215 miljoen de enveloppe toe van de zgn. vrije ruimte, dat is een enveloppe van ongeveer 16 miljoen euro die nog beschikbaar is omwille van de op 1 september 2005 doorgevoerde besparingen en de afschaffing van de vervangingspool.

5. De minister is bereid om op termijn de Vlaamse regering een uitbreiding te vragen van de enveloppe voor de personeelsleden die tot nu toe nog niet als 'onderwijspersoneelsleden' werden beschouwd. Hiermee wordt bedoeld het arbeiderspersoneel. Het zou hier gaan over een enveloppe van ongeveer 13 miljoen euro.

6. De minister is nog steeds van oordeel dat in cao-besprekingen ook punten moeten kunnen besproken worden die gevoelig liggen in het onderwijsveld. Hiermee bedoelt hij o.a. de inzetbaarheid van het personeel (lees: de schoolopdracht), de bekwaamheidsbewijzen, de evaluatie en de affectatie.

Grootte van de enveloppe

De 'ja' van COC betekent alleen dat er een poging tot het bereiken van een akkoord kan ondernomen worden, niet dat we akkoord gaan met de grootte van de enveloppe. De levensgrote vraag blijft immers of het mogelijk zal zijn een cao af te sluiten die, buiten de verhoging van het vakantiegeld, iets betekent. De enveloppe is immers nog steeds niet vergelijkbaar met die van de witte sector.

Verhoging vakantiegeld geen pasmunt

COC zal niet aanvaarden dat de verhoging van het vakantiegeld tot 92 % van het maandloon als pasmunt gebruikt wordt voor het doordrukken van maatregelen die een achteruitgang voor het onderwijspersoneel betekenen. Maatregelen die de rechtszekerheid van de personeelsleden aantasten, horen niet thuis in een cao.

Inzake de bekwaamheidsbewijzen blijven wij een appreciatiebevoegdheid van de inrichtende machten afwijzen omdat de bekwaamheidsbewijzen onlosmakelijk verbonden zijn met de draagwijdte van de vaste benoeming en de rechtszekerheid van het individuele personeelslid.
De evaluatie kan in het onderwijs maar (verder) ingevoerd worden als er een onafhankelijke beroepsinstantie bestaat met een beslissende bevoegdheid.
Inzake de inzetbaarheid (schoolopdracht) blijft COC bij haar eerder ingenomen standpunt. Over een nieuw opdrachtensysteem valt te praten, maar voorstellen die dezelfde of andere nadelen bevatten dan de huidige worden bij voorbaat afgewezen. De invoering van een nieuw soort opdrachtomschrijving moet bovendien leiden tot een taakvermindering en taakafbakening van de personeelsleden.
Wat de affectatie betreft, wijst COC erop dat hieromtrent enkele jaren geleden een akkoord werd bereikt met de inrichtende machten en de toenmalige regering. Toen werd als compromis de affectatie aan de pedagogische entiteit ingevoerd.

Twee cao-tafels

Zoals dat bij de vorige cao het geval was, zullen ook hier de onderhandelingen aan twee tafels gebeuren. De ene tafel is de tafel van het hoger onderwijs (hogescholen en universiteiten), de andere tafel is de tafel van het zgn. 'leerplichtonderwijs', alhoewel deze term niet letterlijk mag gelezen worden omdat ook de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs hieronder moeten begrepen worden. De start van de onderhandelingen 'leerplichtonderwijs' (cao VIII) werd voorzien op 30 januari, voor het hoger onderwijs (cao II-HO) werd nog geen startdatum vastgelegd.

Het is ondertussen duidelijk dat de inrichtende machten wel bij de onderhandelingen worden betrokken, maar dat zij niet zullen uitmaken of er een cao is of niet. Als er een cao zal worden afgesloten, dan zal dat een cao zijn tussen enerzijds de overheid en anderzijds één of meerdere vakbonden. Voor de luiken 'kwaliteit' en 'omkadering' zal de minister wel streven naar een akkoord met de inrichtende machten.

Jos Van Der Hoeven



 
Onze website maakt gebruik van cookies.