header

« Terug naar het overzicht

zondag 29 april 2007

De basiscompetenties en het beroepsprofiel van de leraar

Op 20 april jl. keurde de Vlaamse Regering de ontwerpen van besluit goed inzake de basiscompetenties van de leraar en het beroepsprofiel van de leraar. Uit de persberichten die verschenen, zou men kunnen afgeleid hebben dat leraars maar zouden moeten beschikken over drie competenties: ze moeten correct Nederlands kunnen spreken, ze moeten om kunnen gaan met verscheidenheid in de klas en ze hebben een minimum aan computervaardigheden nodig. Deze vrij banale voorstelling was het gevolg van het persbericht dat minister Vandenbroucke op 20 april verspreidde. Niettegenstaande dit persbericht op zich meer zei dan dat, legden de media alleen de focus op datgene wat in het begeleidend schrijven bij deze persmededeling stond. De persmededeling op zich was al een samenvatting van de twee besluiten van de Vlaamse regering, het begeleidend schrijven was een samenvatting van de samenvatting en alleen deze laatste samenvatting werd blijkbaar door de pers gelezen.

Begeleidend schrijven bij het persbericht

Alle leerkrachten moeten correct Nederlands kunnen spreken, moeten omkunnen met verscheidenheid in de klas en hebben een minimum aan computervaardigheden nodig. Dat staat in het besluit van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke over basiscompetenties en beroepsprofielen dat vandaag is goedgekeurd door de Vlaamse regering. De lerarenopleiding zal dus voldoende nadruk op de beleidsdoelstellingen rond o.a. gelijke kansen en taal moeten leggen. Tegelijk zorgt het besluit voor meer duidelijkheid met één gemeenschappelijk beroepsprofiel voor alle onderwijsniveaus (van kleuter- tot en met hoger secundair onderwijs).

U vindt meer informatie in bijgaand persbericht. Ook het nieuwe beroepsprofiel en de basiscompetenties (respectievelijk voor kleuter-, lager- en secundair onderwijs) zijn als bijlage toegevoegd. De basiscompetenties bieden de lerarenopleiders een richtsnoer om leerkrachten goed voor te bereiden op de job. De omvang toont aan dat het leerkrachtenberoep veelzijdig en veeleisend is.

Persbericht van minister Vandenbroucke

Alle leerkrachten moeten correct Nederlands kunnen spreken, moeten omkunnen met verscheidenheid in de klas en hebben een minimum aan computervaardigheden nodig. Dat staat in het besluit van minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke over basiscompetenties en beroepsprofielen dat vandaag is goedgekeurd door de Vlaamse regering. De lerarenopleiding zal dus voldoende nadruk op de beleidsdoelstellingen rond o.a. gelijke kansen en taal moeten leggen. Tegelijk zorgt het besluit voor meer duidelijkheid met één gemeenschappelijk beroepsprofiel voor alle onderwijsniveaus (van kleuter- tot en met hoger secundair onderwijs).

Wat van leraren verwacht wordt, is niet min. Leraar-zijn is een complexe opdracht met een zware verantwoordelijkheid. Leraars begeleiden kinderen en jongeren in hun ontwikkeling en bepalen zo mee het uitzicht van de maatschappij van morgen. Om dit goed te doen, moeten zij gelijke tred kunnen houden met de snel evoluerende samenleving.

Om hiervoor te zorgen zijn twee dingen essentieel: een goede lerarenopleiding en een duidelijke omschrijving van wat de overheid precies verwacht van de leerkrachten. Wat de lerarenopleiding betreft: die is veel slagkrachtiger gemaakt met de hervorming die ingaat op 1 september 2007 en die onder meer zorgt voor meer praktijkervaring en meer diepgang. Bovendien voert deze hervorming één beroepstitel in: er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen leraren die gestudeerd hebben aan een hogeschool, een universiteit of in het volwassenenonderwijs.

Voor het tweede luik was het nodig om de basiscompetenties en het beroepsprofiel, die dateren van 1997, te hervormen. Basiscompetenties omschrijven welke kennis, vaardigheden en attitudes van een beginnende leraar verwacht worden. Beroepsprofielen doen hetzelfde voor leraren die al een tijdje in de onderwijspraktijk staan.

Het besluit dat vandaag is goedgekeurd zorgt ten eerste voor meer duidelijkheid. De vier vroegere beroepsprofielen ruimen plaats voor één gemeenschappelijk beroepsprofiel van dé leraar. Deze robotfoto van wat een ervaren leraar is en doet, geldt dus zowel voor leraars in het kleuter-, lager en secundair onderwijs. Dit neemt uiteraard niet weg dat bv. een kleuterjuf over specifieke competenties moet beschikken in vergelijking met een leraar geschiedenis in het secundair onderwijs.

Ook de basiscompetenties, dus de startvoorwaarden voor de uitoefening van het lerarenberoep, zijn vereenvoudigd. Naast een afzonderlijke set van basiscompetenties voor de leraar kleuteronderwijs en lager onderwijs, is er een gemeenschappelijke set van basiscompetenties voor de leraar secundair onderwijs ontwikkeld. Het onderscheid tussen een leraar SO1 (het vroegere regentaat) en SO2 (de vroegere geaggregeerde voor het hoger secundair onderwijs) vervalt.

Bovendien is ervoor gezorgd dat de basiscompetenties en het beroepsprofiel duidelijker aansluiten bij de beleidsdoelstellingen en maatschappelijke noden. Centraal aandachtspunt is taalvaardigheid. Hiervoor is ten eerste duidelijk vastgelegd dat leerkrachten in de eerste plaats zélf het Standaardnederlands zeer goed moeten beheersen. Het is ook van belang dat ze de beginsituatie van hun leerlingen goed kunnen inschatten, zodat hun taalaanpak op maat van de leerlingen kunnen uitwerken. Leraren moeten ook de tweede taal op een aanvaardbaar niveau beheersen. Omdat sinds 2004 Frans verplicht is vanaf het vijfde leerjaar (lager onderwijs), krijgen de leraren lager onderwijs minimumniveaus opgelegd voor Frans lezen en schrijven, luisteren en spreken.

Een andere belangrijk aandachtspunt is dat leerkrachten goed moeten voorbereid worden op grootstedelijke uitdagingen, zoals het omgaan met verscheidenheid. Daarnaast wordt duidelijk bepaald dat ook leerkrachten uit het basisonderwijs over een basiskennis op het vlak van informatie- en communicatietechnologie (ICT) moeten beschikken.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.