header

« Terug naar het overzicht

zondag 13 juni 2004

Geldelijk statuut tijdelijke personeelsleden: enkele wijzigingen

Op 11 juni jl. verscheen een omzendbrief die enkele wijzigingen aanbrengt aan de bezoldigingswijze van tijdelijke personeelsleden. Over het algemeen betreft het aspecten van vroegere CAO's die nu wettelijk worden bekrachtigd, maar vroeger reeds werden toegepast. Nochtans is er één maatregel bij die nieuw is en die ook onmiddellijk effect zal sorteren, met name een verregaande versoepeling van de regeling die van toepassing is opdat de uitgestelde bezoldiging als definitief verworven kan beschouwd worden.

  1. Dat het bevallingsverlof, het verlof wegens moederschapsbescherming en het verlof wegens een bedreiging door een beroepsziekte in aanmerking komt voor de berekening van de uitgestelde bezoldiging is niet nieuw. Deze CAO-bepaling wordt nu echter wettelijk verankerd.
  2. Dat er geen leeftijdsdrempel meer bestaat opdat men recht zou hebben op deze uitgestelde bezoldiging is ook niet nieuw, maar ook deze CAO-bepaling wordt nu wettelijk verankerd.
  3. Dat personeelsleden die een selectie- of bevorderingsambt uitoefenen, ook recht hebben op een uitgestelde bezoldiging, is niet nieuw, maar deze regeling wordt met ingang van 1 september eerstkomend afgeschaft. Deze personeelsleden kunnen immers ook aangesteld worden in de zomervakantie. Vanaf 1 september 2004 worden deze personeelsleden betaald volgens de periode waarin zij effectief zijn aangesteld.
  4. Tijdelijke personeelsleden ontvangen in de zomervakantie een uitgestelde bezoldiging, maar ze konden deze slechts behouden als zij aantoonden dat zij niet behoorden tot één van de categorieën personeelsleden die van het recht op de uitgestelde bezoldiging waren uitgesloten. Deze omslachtige procedure wordt met onmiddellijk ingang afgeschaft. Dat betekent echter niet dat alle personeelsleden voortaan recht hebben op een uitgestelde bezoldiging. Worden hiervan nog steeds uitgesloten:
    a) de personeelsleden van wie de prestaties als bijbetrekking worden bezoldigd, behalve deze die hun bijbetrekking uitoefenen in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan;
    b) de personeelsleden die hun loopbaan onderbroken hebben (volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking) met dien verstande dat personeelsleden die hun loopbaan gedeeltelijk onderbroken hebben wel een uitgestelde bezoldiging ontvangen voor dat deel van hun opdracht die ze werkelijk uitoefenden;
    c) de personeelsleden die gedurende de zomervakantie nuttige ervaring verwerven. Ook hierop zijn enkele uitzonderingen.

    Alle andere personeelsleden hebben voortaan recht op de uitgestelde bezoldiging en zij moeten geen formulieren meer indienen om deze te behouden.
  5. CAO IV bevatte een bepaling die stelde hoe wettelijke feestdagen, de weekends en de herfst-, kerst-, krokus- en paasvakantie moesten bezoldigd worden als deze dagen of perioden begrepen waren tussen twee tijdelijke aanstellingen. Deze bepaling werd reeds enkele jaren toegepast, maar hieromtrent waren er enkele betwistingen. Deze betwistingen zijn nu voor een groot stuk van de baan en ze werden opgelost in het voordeel van de personeelsleden.

Meer informatie hieromtrent vindt men in de omzendbrief "Sommige aspecten van de bezoldiging van tijdelijke personeelsleden van het onderwijs"


 
Onze website maakt gebruik van cookies.