header

« Terug naar het overzicht

vrijdag 5 juni 2015

Persmededeling ACV: Pensioenleeftijd naar 67: wars van verkiezingsbeloften, los van enig sociaal overleg

De onderhandelaars van de regering Michel beslisten tijdens de regeringsonderhandelingen de wettelijke pensioenleeftijd op te trekken.  Van 65 naar 66 jaar in 2025.  En 67 jaar vanaf 2030.  Vandaag heeft de regering het licht hiervoor definitief op groen gezet. Wars van verkiezingsbeloften. Los van enig sociaal overleg, nochtans cruciaal voor een gedragen pensioenhervorming. Ook de leeftijden voor vervroegd pensioen worden opgetrokken.

Door deze beslissing zullen heel wat werknemers, vooral vrouwen, niet kunnen genieten van het vervroegd pensioen  door een te korte loopbaan. En zullen dus tot hun 66/67 jaar moeten wachten voor hun pensioen. Hetgeen meest problematisch is voor de vrouwen zonder sociale uitkering op het einde van hun carrière.

Voorstanders van het verhogen van de pensioenleeftijd schermen met het argument dat we allemaal veel langer leven. Wat ze er niet bij zeggen is dat de levensverwachting in goede gezondheid  (op de leeftijd van 25 jaar) in België 64,8 jaar bedraagt. Dit is nog stukken lager voor mensen die lager opgeleid zijn en vaak de fysiek zwaarste jobs hebben.

Minister van pensioenen Bacquelaine heeft hier helaas echter allemaal geen oren naar. Dezelfde haast en spoed toont deze minister ook in zijn ingrepen in de ambtenarenpensioenen (bv. de afschaffing van de diplomabonificatie).  Bevorderlijk voor goed sociaal overleg is dit niet. Het nationaal pensioencomité nog moet geïnstalleerd worden en wordt dus helemaal uit dit cruciale maatschappelijk debat uitgesloten. Kennelijk mag dit pensioencomité enkel de scherpste hoeken afronden door de discussie over zware beroepen en deeltijds pensioen. Dit terwijl ook de discussie rond de rendementsgarantie voor aanvullende pensioenen nog op tafel ligt.

Concreet maakt Minister Bacquelaine nu haast om, zonder fatsoenlijk overleg en zonder enige betrokkenheid van het op te richten Nationaal Pensioencomité, nog voor de zomer een aantal teksten door het Parlement te jagen. Concreet gaat het om:

-              de verdere optrekking van de loopbaan- en leeftijdseisen voor het vervroegd pensioen:

2017: naar 62,5 jaar, mits 41 jaar loopbaan; of 60 jaar en 43 jaar loopbaan; of 61 jaar en 42 jaar loopbaan;

2018: naar 63 jaar, mits 41 jaar loopbaan; of 60 jaar en 43 jaar loopbaan; of 61 jaar en 42 jaar loopbaan;

2019: naar 63 jaar, mits 42 jaar loopbaan; of 60 jaar en 44 jaar loopbaan; of 61 jaar en 43 jaar loopbaan;

-             de optrekking van de wettelijke pensioenleeftijd (nu 65 jaar):

2025: 66 jaar;

2030: 67 jaar.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.