header

« Terug naar het overzicht

maandag 23 juni 2008

Inkorting van de evaluatieperiode: uitstel is niet voldoende!

De mededeling van minister Vandenbroucke dat het aantal evaluatiedagen in het secundair onderwijs teruggebracht zou worden van 30 naar 25 verwekte terecht veel wrevel bij het onderwijspersoneel. COC heeft het kabinet laten weten dat deze manier van besluitvorming niet door de beugel kan. Onderhandelen is iets anders dan beslissingen meedelen waarvan alleen akte kan genomen worden. Bovendien zou het verstandig geweest zijn dat er eerst voorafgaandelijk overleg zou geweest zijn met de vakbonden (zoals dat gebeurde met de inrichtende machten).
COC is al blij met de (verstandige) beslissing van de Vlaamse Regering dat de voorziene ingangsdatum van de nieuwe regeling verschoven wordt van 1 september 2008 naar 1 sepember 2009. Maar voor COC is dat niet voldoende. Voor COC kunnen de voor donderdag aanstaande voorziene onderhandelingen in deze omstandigheden niet doorgaan. Ze moeten verschoven worden naar een meer serene periode zodat er op een meer rustige manier over deze problematiek kan overlegd worden.

Omdat er nogal wat misverstanden zijn over wat de nieuwe regeling zou inhouden, geven we hieronder weer wat de huidige regeling is (die dus ook nog geldt voor het schooljaar 2008-2009) en het voorstel van de Vlaamse Regering dat dus in werking zou treden op 1 september 2009 indien de Vlaamse Regering zich, na onderhandelingen, houdt aan haar beslissing.

Huidige regeling

Art. 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs

§ 1. In het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs mogen per schooljaar maximum 30 lesdagen aan evaluatie worden besteed. Deze dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.

Onder "evaluatie" wordt verstaan:
1° de organisatie van vooraf aangekondigde examens of proeven over grotere leerstofgehelen met uitzondering van de geïntegreerde proef;
2° het besluitvormingsproces, waaronder de deliberatie, van de klassenraad;
3° de evaluatiegesprekken met de leerlingen en, eventueel, de betrokken personen;
4° de evaluatie van het didactisch beleid.

De lesdagen die vallen tussen het laatste examen of de laatste proef en het begin van de kerst-, de paas- respectievelijk de zomervakantie, zijn steeds in hogervermeld maximum begrepen tenzij er, voor wat betreft de kerst- en de paasvakantie, tijdens bedoelde dagen pedagogische activiteiten worden georganiseerd.

Voor scholen die uitsluitend een systeem van permanente evaluatie hanteren en de onder 1° bedoelde examens of proeven niet organiseren en voor het buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvormen 1, 2 en 3, wordt het maximum op 9 lesdagen vastgesteld. Deze dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.

§ 2. De inrichtende macht kan beslissen dat op de in § 1 bedoelde dagen de leerling, op voorwaarde van akkoord van de voor kwestieuze leerling betrokken personen, enkel tijdens zijn examens of proeven en bij zijn evaluatiegesprekken verplicht op school aanwezig moet zijn.
Indien de voor kwestieuze leerling betrokken personen niet akkoord gaan, dan moet de school in opvang voorzien voorzover het lesdagen betreft die worden besteed aan examens, proeven of evaluatiegesprekken.

Voorstel van de Vlaamse Regering

Art. 5 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs (zoals het er zou uitzien met ingang van 1 september 2009)

§1. In het voltijds gewoon en buitengewoon secundair onderwijs mogen per schooljaar maximum 25 lesdagen aan evaluatie worden besteed. Deze dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.

Onder evaluatie wordt, voor wat betreft de toepassing van voormeld maximum, verstaan:
1° de organisatie van vooraf aangekondigde examens of proeven over grotere leerstofgehelen van de basisvorming en het specifieke gedeelte van de opleiding met uitzondering van de geïntegreerde proef;
2° het besluitvormingsproces, waaronder de deliberatie, van de klassenraad, tenzij de school de aanwezigheid van alle leerlingen van de betrokken leerlingengroep verplicht stelt;
3° de evaluatiegesprekken met de leerlingen en, eventueel, de betrokken personen;
4° de evaluatie van het didactisch beleid, tenzij de school de aanwezigheid van alle leerlingen van de betrokken leerlingengroep verplicht stelt.

Voor scholen die uitsluitend een systeem van permanente evaluatie hanteren en de onder 1° bedoelde examens of proeven niet organiseren en voor het buitengewoon secundair onderwijs van de opleidingsvormen 1, 2 en 3, wordt het maximum op 9 lesdagen vastgesteld. Deze dagen kunnen verschillen per leerlingengroep.

§2. Tijdens de lesdagen die aan evaluatie worden besteed, kan de school de aanwezigheid van alle leerlingen van de betrokken leerlingengroep verplicht stellen. Is dit niet het geval, dan heeft de school een verplichting tot opvang indien de betrokken personen er om vragen. Behoudens indien de afwerking van het leerprogramma wordt verder gezet, moet de school tijdens die dagen een pedagogisch en didactisch verantwoord activiteitenaanbod organiseren waarover ze vooraf heeft gecommuniceerd via het schoolreglement.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.