header

« Terug naar het overzicht

donderdag 11 maart 2010

Taalproef kleuters: oproep tot herbezinning en burgerlijke ongehoorzaamheid!

Bijna een jaar geleden keurde het Vlaams Parlement een decreet goed dat de toelatingsvoorwaarden voor kleuters in het lager onderwijs verstrengde. Nu kunnen we niet anders dan vaststellen dat dit decreet meer vragen uitlokt dan antwoorden geeft.

Kleuters die op 1 september 2010 nog geen zeven jaar oud zijn, dit ook niet meer worden in 2010 en die in het schooljaar 2009-2010 minder dan 220 halve dagen aanwezig waren in een door de Vlaamse Gemeenschap erkende Nederlandstalige school voor kleuteronderwijs, moeten slagen in een taalproef om naar het lager onderwijs te mogen gaan. De Vlaamse Regering moet de inhoud van deze taalproef bepalen en het centrum voor leerlingenbegeleiding (CLB) waarmee de school, waar de betrokken leerling zich aanbiedt, een contract heeft, is bevoegd om deze proef af te nemen.

Onmogelijke opdracht voor scholen en centra

Eén jaar na het stemmen van dit decreet en iets meer dan drie maanden voor het einde van het huidige schooljaar blijft het muisstil rond deze taalproef. Omdat de Vlaamse Regering in gebreke blijft, komen de scholen en centra nu voor een quasi onmogelijke opdracht te staan. Het is overduidelijk dat bepaalde centra voor leerlingenbegeleiding (geconcentreerd in centrumsteden) overbevraagd zullen worden. Deze bijkomende taak voor de centra - uiteraard zonder bijkomende middelen - zal  de dagelijkse begeleiding van de leerlingen van het basis- en het secundair onderwijs hypothekeren. De normale taken die aan het einde van het schooljaar in een doorsnee CLB op de agenda staan en waartoe de centra zich contractueel hebben verbonden, zoals doorverwijzingen, overstap van richtingen, (her)oriëntaties, … zullen door deze bijkomende taak ernstig in het gedrang komen. Het is onmogelijk om alle overeengekomen contractuele opdrachten uit te voeren én de taalproef individueel af te nemen bij een (moeilijk bereikbare) kleuter.
Ook de scholen krijgen het niet makkelijk. Zonder taalproef kunnen de betrokken kleuters immers niet toegelaten worden tot het eerste leerjaar.

Ook inhoudelijke bezwaren

Deontologisch hebben personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding ook heel wat problemen met de opdracht die hen zonder enige inspraak werd opgedrongen. Ze ervaren dit als een aanfluiting van de kwaliteitseisen van hun CLB-werk. De klemtoon van hun taak ligt dan niet meer op begeleiden en ondersteunen, maar op sanctioneren: een terugkeer naar de oude PMS-tijd. Een tijd waar veel politici zich trouwens smalend over uitlaten!
 
En wat met de kinderen? Wanneer weten de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding welke kinderen zij moeten testen? Wat gebeurt er met de kinderen die niet slagen in deze eenmalige proef? En wat als het schoolteam een andere mening heeft dan het CLB? Krijgen niet-geslaagde kleuters een aangepast taalprogramma in de derde kleuterklas? Wat zeggen de CLB-medewerkers tegen de ouders die hun kind nu al hebben ingeschreven? Dat hun kind toch niet kan starten in de lagere school?
Stimuleert deze taalproef niet eerder het zittenblijven of zal de lat zo laag liggen  dat (bijna) alle kleuters slagen? Wat is dan de zin van deze proef? En garandeert een aanwezigheid van 220 halve dagen voldoende taalvaardigheid? Moet deze taalproef eerst niet eens uitgetest worden op de huidige leerlingen van het eerste leerjaar? Dit zijn allemaal geen nieuwe vragen en bedenkingen, maar de overheid blijft zwijgen.
 
Oproep tot herbezinning

Voor COC is het niet alleen duidelijk dat de taalproef niet kan georganiseerd worden op cen-trumniveau, maar dat er ook heel veel inhoudelijke bezwaren zijn. Daarom roept COC het Vlaams Parlement op om minstens de invoering van deze taalproef met een jaar uit te stellen en zich grondig te beraden over eventuele alternatieven. Om misverstanden te vermijden: COC erkent de noodzaak van een voldoende kennis van het Nederlands om een succesvolle schoolloopbaan te doorlopen. Deze kennis is echter niet alleen nodig bij de overgang van het kleuteronderwijs naar het lager onderwijs, maar ook daarna (ook in alle leerjaren van het secundair onderwijs). Het is goed dat de overheid de deelname van kinderen aan het kleuteronderwijs stimuleert. Maar of deze sanctionerende manier de juiste is, betwijfelen we sterk.

Oproep tot burgerlijke ongehoorzaamheid

Als het Vlaams Parlement niet op deze oproep ingaat, dan vraagt COC aan de directies van de centra voor leerlingenbegeleiding dat zij hun personeelsleden geen opdracht geven om deze taalproef af te nemen. Dat kan geen probleem vormen. De centra zijn immers niet ver-plicht deze proef af te nemen. Decretaal is alleen bepaald dat zij hiervoor bevoegd zijn, wat alleen betekent dat andere instanties, zoals scholen, die bevoegdheid niet hebben. Vervolgens zijn de inhoudelijke bezwaren tegen deze proef zo groot dat het voor de betrokken directeurs geen probleem kan vormen om deze proef niet af te nemen. Ten derde kan COC niet anders dan te veronderstellen dat de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding hun handen nu al meer dan vol hebben zodat het praktisch onmogelijk is om deze proef af te nemen zonder dat andere taken in het gedrang komen. Als directeurs van de CLB de test toch willen afnemen, tonen ze dat hun personeel nog steeds een tandje kan bijsteken. Waarvan niet alleen COC, maar ook de overheid dan akte zal nemen!

 

Jos Van Der Hoeven
Secretaris-generaal COC


 
Onze website maakt gebruik van cookies.