header

« Terug naar het overzicht

vrijdag 24 april 2009

Hervorming secundair onderwijs: vrees voor een hervorming op kap van het personeel

Minister Vandenbroucke kreeg vandaag het rapport met de voorstellen van de Commissie Monard inzake de hervorming van het secundair onderwijs. Alleszins lezen we in dit rapport al dat geen enkele hervorming kan slagen als ze niet gedragen wordt door de leerkrachten. Jammer dat er in de 15 leden tellende Commissie Monard dan maar plaats was voor één leraar. COC hoopt dat de samenstelling van deze Commissie geen voorafspiegeling is van de waarde die men aan het oordeel van de leraars over de voorstellen van de Commissie zal hechten.

Het is evident dat de voorstellen in dit rapport grondig moeten ontleed worden vooraleer COC een definitief standpunt kan innemen. Dat vraagt tijd en het is vanzelfsprekend dat COC hiervoor haar tijd ook zal nemen. In een eerste oogopslag vallen ons toch al enkele positieve en negatieve punten op, maar ook een schijnbare contradictie.

Positief
- erkenning van de sterke punten van ons onderwijs (degelijke kennisoverdracht, brede vorming, goede voorbereiding op hoger onderwijs of arbeidsmarkt, gemotiveerde leerkrachten, …);
- erkenning dat een hervorming maar kans op slagen heeft als ze gedragen wordt door competente en gemotiveerde leerkrachten;
- ontwikkeling van (weliswaar verregaande) voorstellen als leidraad voor een debat en die dus niet te nemen of te laten zijn;
- voorstellen om een aantal zwakke punten van het secundair onderwijs (b.v. studiekeuze van leerlingen op basis van socio-culturele achtergrond) weg te werken;
- behoud van de missie en doelstellingen van het secundair onderwijs;
- behoud van een brede algemene vorming;
- geen voorstellen tot afbraak van de grote statutaire verworvenheden zoals de vaste benoeming en de soepele combinatie gezin-arbeid.

Negatief
- een aantal van de voorgestelde hervormingen (verplichte remediëring, herwaardering klasleraarschap, mandaatsvergoedingen, differentiatie in taken, realisatie middenkader, invoering schakeltrajecten, uitbreiding leerlingenbegeleiding en zorg, kwaliteitscoördinatoren, kosten infrastructuur, …) zijn onmogelijk te realiseren binnen het huidige budget, tenzij bij een herschikking van dat budget. Dit dan wellicht op de kap van het personeel (minder personeel voor de klas, grotere klassen);
- geen reflectie over het leren in het basisonderwijs en te sterke propaganda van het "anders" leren;
- veel voorstellen zijn ook het voorwerp van experimenten in de zgn. proeftuinen (de definitieve evaluatie van deze experimenten, die nog moet gebeuren, lijkt op die manier vooraf vast te staan);
- voorstellen inzake het statuut van de leraars die het niveau van het secundair onderwijs overstijgen (introductie van de senior-leraar met mandaatsvergoeding, enveloppe voor bijkomende bezoldiging van zij-instromers, …) en die niet nodig zijn om de doelstellingen van het secundair onderwijs te behalen. De overheid schuift hier bij gebrek aan voldoende financiële middelen haar verantwoordelijkheden door naar de scholen. Dit zal de nodige wrijvingen met zich meebrengen en de zo noodzakelijke teamgeest onmogelijk maken;
- verschuiving van de taken van de leraar secundair onderwijs terwijl hij voor deze taken niet opgeleid is (vakoverschrijdend werken, contacten met andere scholen en bedrijven, grotere mobiliteit, meer teamwerk, …) en zonder rem op deze taken. Zo wordt niet alleen de troef "thuiswerk" uitgehold, maar vrezen we voor een weer toenemende werkdruk voor het personeel.

Contradicties
De rode draad doorheen de voorstellen van de Commissie is dat geen enkele leerling wordt achtergelaten en dat iedere leerling zijn gading vindt op zijn eigen terrein en niveau. Maar sommige opties zullen het tegenovergestelde effect hebben:
- de optie om het aantal studierichtingen in de tweede en de derde graad te verminderen;
- de optie om de huidige beleidsopties (b.v. de verzwaring van taalcomponent) mee te nemen.
Ook staan de voorstellen van de Commissie diametraal tegenover de reeds genomen beleidsopties inzake de lerarenopleiding. Moet een hervorming van het onderwijs dan niet aansluiten bij de hervorming van de lerarenopleiding?

Tot slot
Deze voorstellen werden uitgewerkt door wat minister Vandenbroucke een "expertengroep" noemt. COC blijft niet alleen betreuren dat deze Commissie werd samengesteld op ondoorzichtige gronden, maar stelt ook vast dat 1/3 van deze groep deel uitmaakt van de commissie Accent op Talent en 1/3 van deze groep bestaat uit leden van het kabinet en/of de administratie. In deze zin kan er nog onmogelijk gesproken worden van een "onafhankelijk" advies. Integendeel: omdat dezelfde mensen altijd in verschillende commissies zetelen, ontstaat de valse indruk dat er een brede consensus over bepaalde beleidslijnen bestaat.

Niettegenstaande de Commissie Monard de leraren veel lof toezwaait, vreest COC ervoor dat een aantal voorstellen de werkdruk zullen doen toenemen. Maar over dat aspect lezen we niets in het rapport. Het is in deze zin duidelijk dat de Commissie rekening heeft gehouden met de vraag van minister Vandenbroucke om voorstellen uit te werken die in de lijn liggen van de Vlaamse beleidslijnen die de voorbije jaren werden uitgetekend. Jammer genoeg was een rode draad in dat beleid ook het gebrek aan aandacht voor de toenemende werkdruk voor de personeelsleden en niet enkel voor die van het secundair onderwijs …

 

Jos Van Der Hoeven
secretaris-generaal COC


 
Onze website maakt gebruik van cookies.