header

« Terug naar het overzicht

zondag 8 juni 2008

Vlaamse parlementsleden van plan om eigen unaniem goedgekeurde resolutie te omzeilen!

Op 28 mei 2003 keurde het Vlaams Parlement unaniem een resolutie goed betreffende de ordentelijke start van het schooljaar. In deze resolutie wordt aan de Vlaamse Regering gevraagd haar ontwerpen van decreet in verband met onderwijs in te dienen in het Vlaams Parlement vóór 1 mei als de inwerkingtreding gepland is op 1 september van datzelfde jaar. In deze resolutie zegt het Vlaams Parlement ook dat ontwerpen van decreet zeker niet in werking mogen treden bij de aanvang van het schooljaar als ze na 1 mei in het Vlaams Parlement worden ingediend. 
Het ziet er echter naar uit dat de Vlaamse parlementsleden hun eigen resolutie zullen omzeilen door, blijkbaar op vraag van het kabinet van de minister van onderwijs, zelf een voorstel van decreet in te dienen dat uitwerking heeft op 1 september e.k.
Voor COC is deze werkwijze onaanvaardbaar en is de maat nu meer dan vol.

Het is op het einde van dit schooljaar weer niet anders dan op het einde van vorige schooljaren. In de maanden mei en juni (en wellicht ook nog juli) legt de Vlaamse Regering een overvloed van ontwerpen van besluiten neer die nog moeten goedgekeurd worden met het oog op de start van het schooljaar 2008-2009. Schoolbesturen zullen ook nu weer in de maanden juli en augustus geconfronteerd worden met omzendbrieven die zij zullen moeten toepassen vanaf 1 september 2008.
Ten gronde getuigt deze werkwijze van weinig respect voor de directeurs en van een totaal gebrek aan kennis over welke werkzaamheden en verplichtingen de start van een schooljaar allemaal meebrengt voor de scholen. De kloof tussen wie die het beleid maakt en wie het beleid moet uitvoeren, wordt ook dit jaar weer niet kleiner.

Dit alles is op zich al erg genoeg, maar het wordt nog gortiger wanneer parlementsleden zich laten 'misbruiken' door het kabinet om voormelde resolutie te omzeilen.

Waar gaat het over?

1. Het kabinet van de minister van Onderwijs heeft een 'ontwerp van decreet' (in verband met het deeltijds kunstonderwijs) geschreven en wil dit nog dit schooljaar laten goedkeuren.

2. Gezien de voormelde resolutie kan dit echter niet meer.

3. Wat echter wèl nog kan (en waar de voormelde resolutie niets over zegt), is dat het Vlaams parlement dit schooljaar zèlf nog een zgn. 'voorstel van decreet' indient.

4. Dus zal er aan Vlaamse parlementsleden gevraagd worden om het door het kabinet geschreven 'ontwerp' in te dienen in de vorm van een 'voorstel' en op die manier dus de resolutie te omzeilen. Bovendien omzeilt men met deze werkwijze de verplichting om hierover te onderhandelen met vakbonden en inrichtende machten.

5. Indien die Vlaamse parlementsleden hierop ingaan, schenden zij dus hun eigen resolutie.

Deze manier van werken toont nogmaals aan dat onderwijshervormingen worden doorgevoerd zonder ernstig debat en zonder de tijd te nemen voor grondig sociaal overleg.

Concreet gaat het om een voorstel van decreet dat dringende maatregelen neemt inzake het deeltijds kunstonderwijs (DKO):
- verlenging en stopzetting van een aantal tijdelijke projecten deeltijds kunstonderwijs en kunstinitiatie ten gevolge van evaluatie door inspectie en administratie;
- verlenging van tijdelijke projecten intergemeentelijke samenwerking in het deeltijds kunstonderwijs;
- oplossing voor een aantal dringende knelpunten inzake het landschap DKO (invoering kunstacademie, nieuwe programmatievoorwaarden voor oprichting nieuwe hoofdinstellingen);
- regeling die het de Vlaamse Regering mogelijk maakt om toelating te geven om leerlingen tijdelijk buiten de bestaande vestigingsplaatsen les te laten volgen.

COC is niet tegen een inhoudelijke vernieuwing van het deeltijds kunstonderwijs, maar stelt (wat door de memorie van toelichting bij dit voorstel bevestigd wordt) dat er hierover nog geen overleg is geweest met de sociale partners (inrichtende machten en vakbonden) van het onderwijs. Dit voorstel van decreet is dan ook een voorafname op het maatschappelijk debat dat nog moet gevoerd worden en daardoor verwerpelijk.

Dat dit decreet zich 'dringend' moet uitspreken over de al dan niet verlenging van tijdelijke projecten, is bovendien belachelijk. Het evaluatierapport dienaangaande dateert immers reeds van juni 2007, maar werd nu pas (juni 2008) vrijgegeven. Het was gemakkelijk mogelijk geweest om dit rapport in de loop van het schooljaar te bespreken en de conclusies die eruit moesten getrokken worden, in het ontwerp van Onderwijsdecreet XVIII op te nemen. Op die manier was een normale bespreking met de sociale partners mogelijk geweest. Nu is dat onmogelijk omdat voorstellen van decreet niet moeten onderhandeld worden met de sociale partners. Alles wordt nog erger wanneer we vaststellen dat in dit decreet bepalingen opgenomen worden met verregaande personeelsconsequenties zonder dat die een oplossing krijgen. 

COC vraagt de parlementsleden van de meerderheid:

a) respect te tonen voor hun eigen resolutie - wanneer ze die omzeilen door toch nog een voorstel van decreet in te dienen dat uitwerking heeft op 1 september 2008, dan worden ze volledig ongeloofwaardig en verliezen ze ons respect;

b) dit voorstel van decreet ook om inhoudelijke redenen niet in te dienen - dit decreet is immers van zulke aard dat het de normale politieke weg moet volgen en dus ook de normale wegen van overleg en onderhandelingen.

Wordt dit voorstel van decreet toch ingediend, dan zal COC dit als een aanval op de normale regels van sociaal overleg beschouwen en hieruit de passende conclusies trekken.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.