header

« Terug naar het overzicht

maandag 26 november 2007

Financiering leerplichtonderwijs: ligt de lat nu gelijk?

De ACV-onderwijscentrales COC en COV hebben kennis genomen van het akkoord dat de koepels van inrichtende machten hebben afgesloten met minister Vandenbroucke aangaande de financiering van het leerplichtonderwijs.

COC en COV zijn blij dat de meerderheid van de scholen (waaronder alle basisscholen) door dat akkoord bijkomende middelen krijgt, maar moeten ook vaststellen dat een aantal scholen (van het secundair onderwijs) erop achteruitgaat.
Zij nemen er ook akte van dat het Gemeenschapsonderwijs en alle koepels van inrichtende machten dit akkoord zien als de realisatie van het gelijkheidsbeginsel zoals in de Grondwet voorzien. Dit akkoord zou dan ook een einde moeten maken aan de jarenlange discussies over de ongelijke behandeling van het vrij onderwijs.

Toch plaatsen COC en het COV bij dit akkoord enkele belangrijke kanttekeningen. 

Onderwijsvakbonden niet betrokken

De onderwijsvakbonden COC en COV werden, ondanks hun expliciete vraag, op geen en-kele wijze betrokken bij de totstandkoming van dit akkoord. De reden die hiervoor wordt opgegeven, met name dat het hier alleen gaat over de toekenning van werkingsmiddelen en dus geen personeelsmaterie betreft, is niet juist. Volgens de discussienota van de minister kunnen werkingsmiddelen immers ook gebruikt worden om personeelsleden aan te stellen.

Bovendien is het ook niet meer dan normaal dat de werkingsmiddelen ook gebruikt worden om de kosten die personeelsleden maken in de uitoefening van hun opdracht te betalen. Een evidentie die tal van inrichtende machten nog steeds weigeren in te zien… en waar dit akkoord ook geen oplossing aan geeft. Voor wat dit aspect betreft, nemen de betrok-ken inrichtende machten - en hun nationale vertegenwoordigers - hun verantwoordelijkheid als werkgever dus nog steeds niet op.

Nog meer fundamenteel is echter de bedenking dat de werkingsmiddelen die een school krijgt in belangrijke mate bepalen hoe de school zich kan kwijten van haar kerntaak, met name het inrichten van onderwijs. Het organiseren van onderwijs is uiteraard de taak van de inrichtende machten, maar zoals een inrichtende macht deze taak maar goed kan uit-voeren in samenspraak met haar personeel, is het ook aangewezen dat de overheid op Vlaams niveau het onderwijs organiseert in samenspraak met alle betrokkenen.

Bovendien: als de overheid van mening is dat cao-onderhandelingen moeten gevoerd worden in aanwezigheid van de inrichtende machten, dan moeten ook onderhandelingen over de financiering van het onderwijs gevoerd worden in aanwezigheid van de vakbonden.

Gelijke behandeling niet gegarandeerd in het Gemeenschapsonderwijs

Met zijn nieuw financieringsmechanisme beoogde de minister de gelijke behandeling, d.w.z. dat ieder kind in iedere school en iedere school in dezelfde situatie dezelfde middelen van de overheid zou krijgen. Tegen dat principe is niets in te brengen, integendeel. De vraag is evenwel of het nieuwe financieringsmechanisme aan dit principe voldoet.
De middelen voor de scholen van het Gemeenschapsonderwijs worden immers toegekend aan de scholengroepen (lokale inrichtende machten) volgens een verdeelsleutel bepaald door de Raad van het Gemeenschapsonderwijs (RaGO). M.a.w. de scholen van het Gemeenschapsonderwijs blijven voor hun financiering afhankelijk van beslissingen van de Raad. Iedere beslissing van de Raad fnuikt het gelijke behandelingsprincipe, tenzij de Raad iedere school de middelen zou geven waarop ze recht zou hebben volgens het nieuwe financieringsmechanisme. Maar in dat geval is de omweg via de Raad overbodig…

De kleuter nog steeds minder waard in het basisonderwijs

Ondanks het 'Jaar van de kleuter' wordt ook voor de kleuter de gelijkheid over het hoofd gezien. Inzake kleuterparticipatie moeten scholen met een minimum aan middelen in het onderwijsveld een verbeterde deelname van kleuters aan het onderwijs realiseren. Terwijl zowel de koepels als de minister nu de kans hadden om eindelijk het verschil tussen een kleuter en een leerling lager onderwijs af te schaffen, wordt dit niet gerealiseerd. Het COV en COC betreuren het vooral dat men akkoord gaat om het omrekeningspercentage in stand te houden.

"Gelijke behandeling" in het secundair onderwijs ten koste van een aantal scholen

In zijn discussienota gaf de minister al aan dat de gelijke behandeling in het secundair on-derwijs wellicht niet kon gerealiseerd worden met de voorziene 40 miljoen euro. Dat blijkt nu toch te lukken, maar enkel omdat aanvaard wordt dat een heel aantal gemeenschapsscholen er ten opzichte van nu op achteruit gaan. Om deze achteruitgang min of meer te compenseren, wordt een "transitiefonds voor het Gemeenschapsonderwijs" van 1.250.000 euro in het leven geroepen dat over een periode van 10 jaar in gelijke delen zal worden afgebouwd.

Het is merkwaardig dat de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs akkoord gaan met een systeem dat een beduidend deel van haar scholen minder middelen oplevert. De stelling dat de Raad van het Gemeenschapsonderwijs door het bepalen van een eigen verdeelsleutel het verlies kan spreiden over al haar scholen, houdt zeker geen steek omdat daardoor de gelijke behandeling van leerlingen en scholen louter afhankelijk wordt gemaakt van een beslissing van deze Raad.

Gelijke behandeling nog niet gerealiseerd in het buitengewoon onderwijs

Het akkoord tussen de minister en de koepels heeft alleen betrekking op het gewoon onderwijs, niet op het buitengewoon onderwijs. Nochtans had de discussienota van de minister ook betrekking op deze scholen. Ook de financiering van het leerzorgkader blijft in volledige duisternis gehuld.
 
Middelen voor bijkomende omkadering?

De ACV-onderwijscentrales wijzen er tenslotte op dat de injectie van 125 miljoen euro voor het leerplichtonderwijs enkel kan beschouwd worden als een eerste belangrijke stap in de richting van een betere financiering van het onderwijs. De tweede stap in dit proces moet een verhoging zijn van de middelen die aan de personeelsomkadering worden besteed. Ze wijzen er nogmaals op dat sinds de Vlaamse Gemeenschap bevoegd werd voor het onderwijs bespaard wordt op de personeelskosten. Qua omkadering krijgen de scholen dus nog steeds niet de middelen waarop ze recht hebben.  Ook aan deze onrechtvaardigheid moet na 20 jaar Vlaamse onderwijsautonomie een einde komen!


 
Onze website maakt gebruik van cookies.