header

« Terug naar het overzicht

woensdag 5 oktober 2005

Een bloemetje voor alle onderwijspersoneelsleden op Wereldlerarendag

5 oktober is Wereldlerarendag. En dan verdient elke leraar een bloemetje. Zij krijgen dat bloemetje van de onderwijsvakbonden, voor hun engagement, hun inzet, hun vakbekwaamheid. Zij krijgen het van ons, omdat de overheid het hun niet geeft. Van de overheid krijgt het onderwijspersoneel niet meer dan een appel en een ei...

Wereldlerarendag draagt dit jaar als thema 'Kwaliteitsleraars voor kwaliteitsonderwijs'. De Vlaamse onderwijspersoneelsleden getuigen van grote kwaliteit. Zij zijn voor ons de échte BV's, onze Bekwame Vlamingen. Die kwaliteit kan echter alleen blijven als het onderwijs krijgt wat het nodig heeft, en als het onderwijspersoneel krijgt waar het recht op heeft.

Alle onderzoeken tonen het aan: de werkdruk voor de Vlaamse werknemer stijgt, stress en burn-out nemen toe, ook in het onderwijs. Het onderwijspersoneel doet zijn werk heel graag, maar krijgt steeds meer bijkomende (administratieve en andere) taken toegewezen.
Die werkdruk moet dringend omlaag en ook de overheid kan daartoe haar steentje bijdragen. Maar die overheid helpt niet, integendeel. Zo kosten de besparingen in het secundair onderwijs en in het volwassenenonderwijs meer dan 1500 voltijdse banen (plus het verlies van meer dan 2000 jobs door de schrapping van de vervangingspool). En dit terwijl er al meer dan vijftien jaar bespaard wordt op het aantal lesuren waarop een school recht heeft. Ook de besparingen bij het ondersteunend personeel zorgen voor meer werkdruk.
Ook voor onze leerlingen, studenten en cursisten zijn een te hoge werkdruk, te grote klassen, te weinig middelen en gesloten enveloppen nefast . Zij krijgen hierdoor minder individuele aandacht, minder zorg, minder ondersteuning, minder kansen op levenslang leren, een minder goede dienstverlening in de CLB's.
Om de kwaliteit van ons onderwijs te verzekeren, heeft Onderwijs een budget van minstens 7% van het Bruto Regionaal Product nodig. Nieuwe taken moeten met extra middelen omkaderd worden. Door slechts 28,5% van de bijkomende middelen te besteden aan onderwijs, zal het aandeel van onderwijs in de Vlaamse begroting (dat nu 43% bedraagt) dus verder blijven dalen.

Tot tweemaal toe, in 2001 en 2004, ondertekende de Vlaamse regering een collectieve arbeidsovereenkomst waarin gesteld werd dat het vakantiegeld van het Vlaamse onderwijspersoneel ten laatste tegen 2009 zou verhoogd worden tot een bedrag tussen 65% en 92% van de bruto maandwedde. De Vlaamse ambtenaren verkregen al een verhoging tot 92%. De parlementairen en ministers kenden zichzèlf een vakantiegeld van 92% toe, simpel.
Het onderwijspersoneel wacht nog steeds en vraagt zich af waarom het met minder tevreden zou moeten zijn.
Daarom zijn de onderwijsvakbonden van mening dat ook het onderwijspersoneel recht heeft op een vakantiegeld dat gelijk is aan 92% van de bruto maandwedde.
Minister Vandenbroucke wil die in een eerdere cao goedgekeurde verhoging een tweede keer verrekenen in de komende onderwijs-cao.
Het financiële keurslijf dat de minister voor die cao heeft voorzien, volstaat echter lang niet om zowel de beloofde verhoging van het vakantiegeld als alle andere noden qua werkdruk en omkadering waar te maken. De vakbonden vinden dat de minister ons geen tweede keer dezelfde rekening mag presenteren.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.