header

« Terug naar het overzicht

woensdag 8 juni 2005

Verhoging vakantiegeld moet buiten CAO VIII gehouden worden - vakbonden vragen open discussie over gesloten enveloppe die te klein is als onderhandelingsmarge

Minister Frank Vandenbroucke liet vorige week via een persbericht weten op welke manier hij de onderhandelingen over onderwijs-CAO VIII en over de verhoging van het vakantiegeld voor onderwijspersoneelsleden wil voeren.
Het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs (ACOD - COC - COV - VSOA) is niet tevreden over de manier waarop dit naar de publieke opinie werd gecommuniceerd. De absolute maxima in de vorm van gesloten enveloppes en het strikt onderhandelingskader dat de minister aan de onderwijsvakbonden opdringt, leggen meteen een zware hypotheek op het verdere verloop van de onderhandelingen.
Dit is niet de manier om op een serene manier cao-gesprekken aan te vatten. Het debat wordt zo op straat gegooid en de onderwijsvakbonden worden van bij het begin in de hoek geduwd en voor schut gezet. Elke manoeuvreerruimte wordt onmogelijk gemaakt.

Het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs wijst erop dat er ook voor de onderwijsvakbonden een duidelijk omlijnd kader is waarbinnen de cao-besprekingen moeten worden gevoerd.
Het eerste principe hierbij is dat wat verworven is, door de overheid moet worden gehonoreerd en uitgevoerd. In die zin moet op grond van de recent afgesloten onderwijs-cao's en van de  intersectorale akkoorden van 21 juni 2001 en 4 juni 2004 het vakantiegeld buiten CAO VIII worden gehouden. In die zin moet ook hetzelfde gebeuren met de eenmalige financiële injectie van de hogescholen, die onder meer beloofd was in het regeerakkoord.

Het tweede principe is dat het gemeenschappelijk vakbondsfront onderwijs een open en bilaterale discussie wil over het te besteden bedrag. Het constateert dat het bedrag van 214,88 miljoen euro dat door de minister én de Vlaamse regering als onderhandelingsmarge voor een toekomstige onderwijs-cao (voor 2005-2009) wordt uitgetrokken, te klein is om zelfs alleen de belangrijkste eisen uit hun gemeenschappelijk cahier voor 2005-2006 te dekken.

Bovendien houdt een streven naar parallellisme met het eerder bereikte akkoord voor de non-profit sector ook in dat er voor een akkoord voor het onderwijs een parallel bedrag wordt voorzien voor de totaliteit van de enveloppes tewerkstelling, koopkracht en kwalitatieve maatregelen. Het voormelde bedrag van 214,88 miljoen euro beantwoordt ook hier geenszins aan. A fortiori is dit zeker het geval wanneer de duurtijd van een sociaal akkoord voor het onderwijs mogelijkerwijs zou worden verlengd.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.