header

« Terug naar het overzicht

donderdag 19 december 2002

De kerstwensen van COC voor minister Vanderpoorten

COC ontving, zoals de andere vakbonden en de inrichtende machten, op 16 december de uitnodiging om op 17 december aanwezig te zijn op de voorstelling van het tweede deel van de loonstudie.

Noch de minister, noch haar kabinet getroostten zich de moeite om daarbij aanwezig te zijn alhoewel het duidelijk is dat deze loonstudie niet alleen het werk is van de HayGroup. Het is de visie van de minister en van het departement Onderwijs. Zij "stuurden", zoals het rapport zelf aangeeft, de HayGroup. Het rapport is dus niet objectief.

De schoolopdracht:
- betekent geen herwaardering
- leidt niet tot taakverlichting
- kan niet zonder bijkomende middelen

Met de invoering van de schoolopdracht wenst de minister het lerarenambt te herwaarderen en de taakbelasting te verminderen. Ze wenst "openbaar" te maken wat de leraars wel presteren.

COC is van mening dat de leraren zelf wel zullen bepalen of de invoering van de schoolopdracht een herwaardering van hun beroep betekent. COC had liever andere tekenen van waardering gezien. Als de Vlaamse regering het onderwijspersoneel echt zou waarderen, dan had ze vorig jaar de vervroegde uitstapregeling niet afgeschaft op de manier waarop ze dat heeft gedaan. Deze maatregel wordt door vele onderwijsmensen nog steeds ervaren als de grootste blijk van gebrek aan waardering.

Een taakverlichting zal er alleen maar zijn wanneer een leraar nauwgezet zijn aantal gepresteerde uren noteert en bij het bereiken van het aantal vereiste klokuren kan zeggen dat zijn prestatie erop zit. Want dit moet uiteindelijk toch de bedoeling zijn van het invoeren van een schoolopdracht uitgedrukt in klokuren. Is het dàt wat men wil?

De overheid voorziet op dit ogenblik alleen middelen voor de contacturen van de leraren. Als de overheid de schoolopdracht invoert, dan moet ze in bijkomende middelen voorzien opdat ook de bijkomende taken bezoldigd zouden worden. Het gaat immers niet op om de voor de contacturen voorziene middelen te gebruiken voor andere doeleinden.

Lokale autonomie:
- niet zonder goed lokaal overleg
- gevaar voor subjectiviteit en favoritisme
- leidt tot naijver en competitie
- enveloppenfinanciering: neen

Het nieuwe beloningsbeleid is nauw verbonden met de lokale autonomie. COC stelt echter constant vast dat het lokaal overleg op dit ogenblik niet is wat het hoort te zijn. Personeelsafgevaardigden in de inspraakorganen worden al te vaak beschouwd als bemoeizieke pottenkijkers. In de meeste gevallen mogen zij hooguit zeggen wat zij te zeggen hebben, maar daar blijft het dan ook bij. Van echt overleg of echte onderhandelingen is er nauwelijks sprake. Zelfs de meest elementaire informatie wordt hen dikwijls onthouden. COC is maar bereid om te spreken over een uitbreiding van lokale autonomie als aangetoond is dat de inspraak op alle vlakken ook werkt.

COC stelt ook vast dat minister Vanderpoorten inzake deze materie blijkbaar een onwankelbaar geloof heeft in de autonomie. Dat staat in sterke contradictie met haar geloof in de autonomie voor wat andere zaken betreft. In het secundair onderwijs wenst zij immers op verschillende vlakken de autonomie van de inrichtende machten terug te schroeven omdat zij vastgesteld heeft dat deze lokale autonomie (volgens haar) niet werkt. Voor personeelszaken de lokale autonomie verheerlijken, maar voor andere zaken de lokale autonomie inkrimpen: consequent is het niet.

De verantwoordelijkheid voor een deel van de verloning aan de directeurs toevertrouwen, zal volgens COC vaak aanleiding geven tot naijver en ongezonde concurrentie tussen leraars. Het gevaar voor subjectiviteit en favoritisme is groot. Hoe dat te rijmen valt met "teamwork" dat ook van de personeelsleden verwacht wordt, is voor COC een raadsel. Ook een raadsel is hoe zulke financiële beloning kan gerijmd worden met een conclusie van de eerste loonstudie, met name dat het personeel meer aandacht vroeg voor het werkcomfort en de verlichting van de taakbelasting dan voor het financiële aspect. COC is er trouwens ook van overtuigd dat de schooldirecties zelf niet staan te springen voor dit soort van autonomie.

COC vreest ook dat de invoering van een centenenveloppe voor de senior-leraar een nieuwe stap is in de richting van de volledige enveloppenfinanciering in het secundair onderwijs. Gelet op de ervaringen in het hoger onderwijs wijst COC zulke financiering resoluut af.

Herschikking onderwijslandschap:
- de boodschap van de minister: meer, maar met minder
- directeur is geen manager

Minister Vanderpoorten wenst in de eerste plaats de bezoldiging van het bestuurspersoneel te herzien. COC is daar niet tegen, want een gezonde loonspanning tussen het onderwijzend personeel en het bestuurspersoneel stond ook in het eisencahier voor de zesde Vlaamse onderwijs-CAO. De minister geeft echter ook aan dat "de verandering (zij bedoelt het optrekken van de beloning van het bestuurspersoneel) moet samengaan met een herschikking van het onderwijslandschap waarbij minder, maar zwaardere bestuursfuncties gecreëerd worden". Hieruit blijkt duidelijk dat de loonsverhoging voor het bestuurspersoneel minstens voor een deel zal moeten bekostigd worden door de afvloeiing van andere personeelsleden. " Meer, maar met minder" is blijkbaar weer het leidmotief.

COC is bovendien van oordeel dat een onderwijsinstelling geen bedrijf is. Een school heeft geen behoefte aan een manager die alleen maar met cijfers bezig is. Wel aan een bezielende directeur die aandacht heeft voor zowel de materiële als pedagogische aspecten verbonden aan het runnen van een school. Deze visie blijkt echter niet overeen te stemmen met de visie van de minister.

COC wijst er ook op dat het eerste deel van de loonstudie er ook op wees dat niet al het ondersteunend personeel conform de markt betaald wordt. Als de Vlaamse regering een marktconforme beloning wenst, dan moet zij ook voor deze categorie van personeelsleden inspanningen leveren.

Nodige middelen:
onderwijs zélf zal moeten opdraaien voor de kosten

Uit de loonstudie volgt dat de uitvoering ervan op kruissnelheid tussen de 8 en de 10 % kost van de huidige totale loonmassa. COC vraagt zich af waar de Vlaamse regering deze centen zal halen. Tot bewijs van het tegendeel veronderstelt COC dat deze centen moeten opgehoest worden door de sector zelf en dit door middel van "heroriënteringen" en besparingen allerhande, of door het verminderen van bepaalde lonen. Deze veronderstelling wordt nog versterkt door de herrie die er is geweest over onze eis tot een loonsverhoging van 3 %. Alleen na een zeer lange en harde actie was de Vlaamse overheid toen bereid een gespreide loonsverhoging van 3 % van de toenmalige loonmassa toe te staan. COC eist van de Vlaamse regering dat zij terzake dus klare wijn schenkt.

CAO VI en CAO VII:
loonstudie niet als uitgangspunt

De zesde Vlaamse onderwijs-CAO stelt dat de tweede fase van de onderhandelingen over CAO VII zal gevoerd worden o.a. op basis van de elementen vervat in de loonstudie. Volgens COC betekent dat niet dat deze loonstudie het uitgangspunt kan vormen voor deze onderhandelingen. Elementen vervat in de loonstudie kunnen dat wel zijn. Deze elementen zullen dan getoetst worden aan de visie van COC daaromtrent. De visie van COC zal tot stand komen na een ruime consultatie.

Kerstwensen voor Marleen Vanderpoorten

Marleen Vanderpoorten zei bij haar aantreden dat zij rust zou brengen in het onderwijs. Alle hervormingen van de laatste jaren moesten nu immers rustig geïmplementeerd kunnen worden. Zelden is het op onderwijsvlak echter zo onrustig geweest als nu. De afschaffing van de TBS55+, de visietekst over het basisonderwijs, de discussienota over de hertekening van het onderwijslandschap secundair onderwijs, het structuurdecreet hoger onderwijs, Bologna, Kopenhagen, beroepsprofielen, basiscompetenties, hervorming lerarenopleiding, besparingen, heroriënteringen, … Het onderwijspersoneel krijgt er stilaan genoeg van en heeft nog maar één wens:

Marleen, stop ermee!

Stop met alles boven onze hoofden heen te bedisselen. Laat een leraar eindelijk nog eens leraar zijn. Laat al degenen die langs de zijlijn steeds weer zeggen hoe de leraar zou moeten werken, welk profiel hij moet hebben, aan welke eisen hij moet voldoen, … het voorbeeld geven. Stuur hen naar de klas en ga met hen mee …

Jos Van Der Hoeven
Christelijke Onderwijscentrale COC
02/285 04 30


 
Onze website maakt gebruik van cookies.