header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt april 2005

Dit schooljaar april 2005

Strijdpunt

Voor één keer komen bovenstaande woorden niet uit onze mond, maar uit de mond van meer onverdachte bronnen. Zowel Mieke Van Hecke, topvrouw van het katholiek on-derwijs, als Urbain Lavigne, topman van het gemeenschapsonderwijs, voelen zich door minister Vandenbroucke gepakt en bedrogen. Ook zij stellen dat minister Vandenbrou-cke de komende besparingen nu anders voorstelt dan pakweg een half jaar geleden. Ze zien hem graag, maar trop is teveel.

In De Standaard van maandag 21 maart wonden zij er geen doekjes om. Minister Vanden-broucke had ook hen eenmalige maatregelen beloofd, maar door zijn latere verklaringen dat de besparingen toch blijvend zouden zijn, heeft hij ook hen bedrogen. Daarom verlenen zij met veel sympathie medewerking aan onze actie van 20 april.
Zij zijn beiden welkom, net als de vertegenwoordigers van de andere netten trouwens, de vertegenwoordigers van de ouderverenigingen en van alle verenigingen die ook maar iets met onderwijs te maken hebben. Want onze actie gaat tenslotte over de middelen die de Vlaamse overheid veil heeft voor kwalitatief onderwijs. Besparingen die inhouden dat voor een grote groep van leerlingen en cursisten geen middelen voorzien worden en de acties die daartegen gevoerd worden, mogen niemand onberoerd laten.

Voor meer dan vijftienduizend leerlingen geen middelen!

Het totale aantal leerlingen voor wie de overheid het vertikt om middelen te voorzien, loopt flink op, tot ver boven de vijftienduizend.
De 7.096 leerlingen uit het gewoon secundair onderwijs die er op 1 september 2005 méér zul-len zijn dan nu, de 8.000 leerlingen getroffen door oude maar nog steeds doorlopende bespa-ringen, de groep leerlingen uit de andere onderwijsniveaus (zoals het buitengewoon onder-wijs): voor Frank Vandenbroucke bestaan die niet als het er op aankomt om voor hen geld vrij te maken.

Voor de onderwijsvakbonden is het duidelijk dat ieder kind de middelen moet genereren die de Vlaamse regering zelf in haar eigen regelgeving heeft voorzien, maar die ze sinds 1990 nog nooit heeft toegepast. Iedere school heeft ook recht op voldoende ondersteunende func-ties. In een tijd waarin meer en meer leerlingen behoefte hebben aan meer begeleiding en on-dersteuning, bespaart de regering op de werkingsmiddelen van de centra voor leerlingenbege-leiding en geeft het Vlaams parlement aan de regering een blanco volmacht om het aantal ondersteunende functies naar goeddunken te verminderen. Zo is het Vlaams parlement mede-plichtig aan de aankomende besparingsronde en betoont het, net zo min als minister Vanden-broucke, respect voor de bepalingen van de zesde Vlaamse onderwijs-cao.

Het is dus duidelijk dat de vakbonden door hun actie het voortouw genomen hebben in de verdediging van de belangen van het kind, van de cursist en van de school. Het is verheugend te mogen vaststellen dat de koepels ons volgen in die strijd.

Bovenstaande vaststellingen mogen ons niet doen vergeten dat ook het hoger onderwijs nog steeds op zijn honger blijft zitten voor wat betreft de eenmalige financiële injectie. Ook deze personeelsleden staat het water aan de lippen. Een overheid die hoge eisen aan zijn onderwijs, kan niet blijven teren op de goodwill van zijn personeelsleden. Op een bepaald ogenblik zal ook hier trop teveel zijn.

Evaluatie van personeelsleden

In het parlement herhaalde Frank Vandenbroucke ondertussen dat hij in september 2006 de evaluatie in het onderwijs zal invoeren. Waarom hij dat deed, blijft de vraag. De evaluatie in het gemeenschapsonderwijs bestaat al sinds mensenheugenis en in het gesubsidieerd onder-wijs is al jaren geleden bepaald dat de evaluatie in 2006 zal worden ingevoerd. Geen groot nieuws dus, al begrepen de media dat anders.
Dat er ook uit het onderwijsveld heftige reacties kwamen, is beter te begrijpen. De evaluatie werd immers onmiddellijk gekoppeld aan bestraffing en ontslag, waardoor het eigenlijke doel van de hele evaluatieprocedure ineens pijnlijk en in alle eenvoud duidelijk werd.
COC heeft zich nooit uitgesproken tegen evaluatie, maar een evaluatie dient in de eerste plaats een hulp te zijn voor de personeelsleden, een hulp die hen in staat stelt om beter te functioneren. Voor een evaluatie die alleen bestraffing tot doel heeft, bedankt COC.
COC eist trouwens ook dat de aangekondigde gesprekken over de evaluatie voorafgegaan worden door gesprekken over de fase die aan de evaluatie voorafgaat. Evaluaties op basis van onrealistische en eenzijdig opgelegde functiebeschrijvingen kunnen niet. Ze zijn immers hét middel bij uitstek om zich op een gemakkelijke manier van personeelsleden te ontdoen. Als bovendien evaluaties ook nog kunnen gebeuren door personen die daarvoor in het geheel geen opleiding hebben genoten, dan is het hek helemaal van de dam.
Volgens COC dient de hele evaluatieprocedure ook zeer doorzichtig te zijn. Dat veronderstelt dat de decreten rechtspositie op dat punt compleet herschreven worden. Bovendien blijft het nog steeds de vraag waar de directeurs de tijd en de middelen zullen vinden om deze taakbe-lasting er nog bij te nemen. Zij hebben nu al geen tijd om hun personeelsleden op pedagogisch vlak op te volgen. In ieder geval moet er ook een beroepscommissie komen die beslissings-recht heeft. Dat dat nodig is, is al verschillende keren aangetoond in het kader van tuchtproce-dures. Ook de zaak Vanheeswijck maakte duidelijk dat inrichtende machten niet steeds vrij zijn van zonde zijn.

Urbain Lavigne heeft dan ook ten dele gelijk wanneer hij in De Standaard stelt dat vakbonden alles in vakjes en regeltjes willen. Personeelsleden hebben een statuut en de vaste benoeming maakt daar inherent deel van uit. Wenst men deze benoeming door middel van een evaluatie te ontnemen, dan is het niet meer dan logisch dat daar strikte regels voor bestaan.
Misschien moet de baas van het gemeenschapsonderwijs eens nagaan of hij op de plaats zou zitten waar hij nu zit, als er geen vakjes en regeltjes zouden bestaan hebben.

Jos Van Der Hoeven



 
Onze website maakt gebruik van cookies.