header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt mei 2015

Dit schooljaar mei 2015

Politieke verantwoordelijkheid

De Vlaamse Regering heeft ondertussen haar begrotingscontrole achter de rug. Het goede nieuws is dat ondanks de tegenvallende resultaten het onderwijs geen bijkomende besparingen te slikken krijgt. Het slechte nieuws is dat de al vroeger aangekondigde besparingen gewoon doorgaan.

COC is in ieder geval tevreden met de ommezwaai die de Vlaamse Regering heeft gemaakt door een begrotingstekort te aanvaarden. De zoektocht naar de in september al besliste onderwijsbesparingen heeft immers aangetoond dat die niet meer mogelijk zijn zonder de ordentelijke organisatie van een school of centrum in gevaar te brengen. Voor nog maar eens nieuwe besparingen is dan ook geen enkele ruimte meer.

Evenwichtsoefening
De besparingsmaatregelen die minister Crevits op 24 april aankondigde1, waren voor de sociale partners geen totale verrassing omdat ze vooraf geraadpleegd werden. Dat betekent niet dat zij het met al deze maatregelen eens waren, maar het kabinet Crevits had de moeilijke opdracht een evenwicht te zoeken tussen wat politiek haalbaar was (ook de regeringspartijen hebben hun mening) en de visies van de verschillende sociale partners. Met het resultaat van deze zoektocht is niemand gelukkig, integendeel. Bij iedere maatregel worden nu vragen gesteld. Het antwoord op de ene is al gemakkelijker dan het antwoord op de andere. Maar uiteindelijk is het de Vlaamse Regering die verantwoordelijk is voor de besparingen die zij oplegt.

Vervroeging van de benoeming
Deze maatregel wordt bekritiseerd vanuit twee oogpunten. Is dit echt wel een goede maatregel voor de tijdelijke personeelsleden? Want hij kan leiden tot een terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking op 1 september met alle gevolgen daaraan verbonden voor de kwaliteit van hun tewerkstelling. Is deze maatregel niet asociaal omdat hij ervoor zorgt dat het tekort in de sociale zekerheid nog groter wordt? Voor vastbenoemde personeelsleden worden immers minder RSZ-bijdragen aangerekend dan voor tijdelijke personeelsleden.
Het is uiteraard mogelijk dat er personeelsleden zijn die op 1 juli benoemd en op 1 september ter beschikking gesteld worden. Maar op Vlaams niveau bekeken, geeft deze maatregel een heel aantal tijdelijke personeelsleden wel een grotere werk- en inkomenszekerheid. En het is inderdaad zo dat de kwaliteit van een tewerkstelling van een ter beschikking gesteld personeelslid dikwijls niet optimaal is. Maar is die van tijdelijke personeelsleden dat nu ineens wel?
Op de vraag of deze maatregel asociaal is, kan je een wedervraag stellen. Zou het voor de sociale zekerheid beter geweest zijn om een maatregel te nemen die 700 jonge personeelsleden in de werkloosheid zou duwen? Wat zou hiervan uiteindelijk de kostprijs zijn? COC heeft zich in deze discussie laten leiden door het principe dat de besparingen de tewerkstellingsmogelijkheden zo weinig mogelijk mochten raken. Ook deze zienswijze is een vorm van solidariteit.

Niet-vervangingsregels
Het moet niet onder stoelen of banken gestoken worden dat de maatregelen die in dat verband werden genomen, slechte maatregelen zijn. Zij verhogen immers ontegensprekelijk de werkdruk van alle aanwezige personeelsleden, zij brengen de schoolorganisatie in gevaar en zij wekken door de verschillen in behandeling van groepen personeelsleden de indruk dat bepaalde groepen - ook voor COC - minder belangrijk zijn dan andere.
Het is goed om te weten dat het politieke uitgangspunt voor de zoektocht naar besparingen was dat de ‘leraar in de klas’ zoveel als mogelijk moest gespaard blijven. Besparingen moesten gerealiseerd worden in de randomkadering. Tal van scenario’s werden besproken en uiteindelijk heeft de Vlaamse Regering de gordiaanse knoop doorgehakt. Er worden besparingen gerealiseerd door afwezig onderwijzend personeel in bepaalde periodes niet te vervangen, maar ook door het afwezig ondersteunend personeel minder vlug te vervangen. Vooral die laatste besparingen haalden het nieuws omdat zij de schoolorganisatie - en dan vooral in september - in het gevaar zouden brengen. Ook COC had de impact van deze maatregel verkeerd ingeschat omdat deze niet-vervangingen nu ook betrekking blijken te hebben op de afwezigheden die al lopende zijn. Daarom vindt COC het goed dat minister Crevits beloofde om deze regels opnieuw te bekijken en dat zij vroeg naar voorstellen. COC heeft die inmiddels ingediend en verwacht nu een antwoord. 

Jos Van Der Hoeven
1 Zie verder in dit nummer op pagina 4



 
Onze website maakt gebruik van cookies.