header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt oktober 2015

Dit schooljaar oktober 2015

Zonder controle een nieuwe vestigingsplaats in gebruik nemen? Neen!

In het kader van de operatie Tarra kunnen directies een nieuwe vestigingsplaats in gebruik nemen zonder een voorafgaand advies van de onderwijsinspectie over hygiëne, veiligheid en bewoonbaarheid. Een verklaring van de directie dat de infrastructuur voldoet aan deze inspectienormen, voldoet. Kan een directie vervolgens zomaar een nieuwe vestigingsplaats in gebruik nemen? Neen.

Voor een goed begrip: een vestigingsplaats wordt gedefinieerd als ‘alle gebouwde en ongebouwde onroerende goederen die ingeplant zijn op eenzelfde kadastraal perceel of op aaneengesloten kadastrale percelen en die door personeelsleden van de school gebruikt worden voor onderwijsactiviteiten’. Het zijn dus gebouwen die aansluiten bij bestaande gebouwen van een instelling of een domein waar meerdere gebouwen een geheel vormen. Een nieuwe vestigingsplaats is daarentegen een gebouw dat van de instelling afgezonderd ligt, bijvoorbeeld een paar straten verder.

Vroeger moest de directie bij een aanvraag een vragenlijst invullen. De inspectie kon daarna ter plaatse een controlebezoek brengen. Veel papieren voor niets. ‘Instellingen weten op voorhand dat ze bij de ingebruikname van nieuwe, andere gebouwen al in orde moeten zijn met deze normen,’ redeneert de onderwijsadministratie nu.

Mogen we nu op onze beide oren slapen? Neen!
We weten allemaal dat niet alle gebouwen in onderwijs voldoen aan deze normen. In 2014 ontving 6% van de instellingen een ongunstig advies van de onderwijsinspectie en werden in 28% tekorten vastgesteld die ze op een bepaalde termijn moeten wegwerken (Onderwijsspiegel 2015). In de schoolgebouwenmonitor van 2013 staat dat volgens de brandweerverslagen 18.6 % van de gebouwen niet voldoen. Bovendien hanteert de onderwijsinspectie haar eigen erkenningsnormen. Vergelijk je deze normen met de eisen vanuit de welzijnswetgeving, denken we maar aan de verplichte risicoanalyses, dan kleuren deze cijfers nog roder. Hoe hoort het in het werk te gaan?

In de welzijnswetgeving geldt het adagio dat de directies op voorhand moeten nagaan hoe ze risico’s kunnen voorkomen. Als risico’s toch onvermijdbaar zijn, hoe hun gevaar uit te sluiten. Hoe? Door de bevoegde preventieadviseurs en de comités zoveel mogelijk op voorhand bij de plannen te betrekken. Reken bij (nieuwbouw-)plannen niet volledig op de expertise van de architecten. Als mens maken ze ook fouten… Eis als comité dat tenminste de preventieadviseur van bij het begin van de bouwplannen betrokken wordt en aanwezig kan zijn op de werfvergaderingen. Werven verlopen zelden zoals gepland, de veiligheidscoördinatoren zijn vaak afwezig. De preventieadviseur is dagelijks aanwezig en is dan ook de ogen van de veiligheidscoördinator. Het is trouwens de preventieadviseur die vóór de ingebruikname een indienststellingsverslag van het gebouw opstelt. Bij bestaande gebouwen moet voor de ingebruikname de welzijnssituatie aan de hand van meerdere risicoanalyses onder de loep genomen worden. Een eerste stap zijn de keuringsverslagen van de installaties: elektriciteit, verwarming, liften, brandveiligheid… Vervolgens moeten deze installaties verder geanalyseerd worden aan de hand van de gebruikers of de omgevingsfactoren. Een verwarmingsinstallatie kan technisch in orde zijn, maar wanneer het lokaal bij onweer onder water komt te staan, is er wel een probleem.

Zet als comité nieuwe vestigingsplaatsen op de agenda. Bespreek alle beschikbare documenten. Zo vermijdt een instelling grote welzijnsrisico’s als de vestigingsplaats in gebruik wordt genomen. Het is immers een nieuwe werkomgeving waarover het comité op voorhand zijn advies moet verlenen.

Jos Wouters

Op de agenda
Het jaaractieplan 2015 loopt op zijn laatste benen, is een bijsturing nog mogelijk?
Tegen 1 november moet het nieuwe jaaractieplan besproken zijn. Dus hoog tijd om de speerpunten voor 2016 vast te leggen. Worden de nodige budgetten uitgetrokken?
Hoe zit met de samenwerking met de externe dienst? Is het contract aangepast aan de nieuwe wetgeving?
Evalueer het onthaal van de nieuwe werknemers. Hoe is het verlopen? Wie zorgde voor wat? Welke informatie werd wel of niet verstrekt?



 
Onze website maakt gebruik van cookies.