header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt juli 2017

Dit schooljaar juli 2017

Hervorming DKO: daar zit nog geen muziek in!

Op vrijdag 12 mei 2017 gaf de Vlaamse Regering haar eerste principiële goedkeuring aan het voorontwerp van decreet voor het deeltijds kunstonderwijs (DKO). De ingangsdatum is 1 september 2018. Toen de conceptnota in 2015 verscheen, gaven de vakbonden die het DKO- personeel vertegenwoordigen al aandachtspunten mee voor de Vlaamse Regering. Een evaluatie.

Het DKO moet de artistieke aanleg en competenties van de leerlingen ontwikkelen door kunst te beoefenen, te maken, te beleven en te beschouwen, zodat ze kunnen uitstromen naar kunstbeoefening en -beleving in de vrije tijd of de arbeidsmarkt of doorstromen naar het hoger kunstonderwijs. Het DKO moet artistiek onderwijs organiseren, leerlingen begeleiden en verworven competenties beoordelen en certificeren. Verdieping en verbreding van dat artistiek onderwijs gebeurt via leeractiviteiten op maat, terugkommomenten en innovatie van onderwijs.

Dat zijn de doelstellingen en de opdrachten voor het DKO. COC ging na of de voorwaarden vervuld zijn om dit te realiseren. Het spreekt voor zich dat kwaliteit bieden één van de voorwaarden is. We kijken wat de gevolgen kunnen zijn voor het personeel en belichten ook nog enkele andere belangrijke aandachtspunten.  

Kwaliteitsvol en transparant?
Vanuit alle vier de domeinen (COC vertegenwoordigt zowel het personeel uit de beeldende en audiovisuele kunsten (BAK) als uit de podiumkunsten (PK)) kwamen dezelfde commentaren op de voorgestelde maatregelen. Enkele voorbeelden:

DKO is minder kwaliteitsvol en/of transparant voor de gebruikers:

- wanneer er geen verplichte vakken(combinaties) meer zijn. Wanneer elke academie de vakken kan kiezen. Dit gaat leiden tot concurrentie. Bovendien is het ook niet duidelijk hoe de einddoelen dan gehaald kunnen worden.

- bij maximale flexibiliteit.

- bij de keuzemogelijkheid tot organiseren van 50 of 60 minuten lestijd voor domeinoverschrijdende initiatie.

- wanneer de klassen te groot zijn.

- wanneer andere actoren zonder onderwijsdoelstellingen op het DKO ingrijpen.

- wanneer een academie bij gelijke bezetting minder omkadering krijgt.

- bij een traject met twee snelheden.

- wanneer leerlingen van zes tot elf jaar in de eerste graad samen zitten in één klas.

Arbeidsvoorwaarden en tewerkstelling
De voorgestelde coëfficiënten (hoewel al enigszins bijgesteld ten opzichte van een eerder voorstel) en aanwendingspercentages zullen ertoe leiden dat we niet alleen niet meer de beoogde kwaliteit zullen kunnen afleveren, het kan ook zijn dat leerlingen afhaken met tewerkstellingsverlies tot gevolg. Het huidige aanwendingspercentage als vertrekbasis voor de financiering is eenvoudigweg een besparing. Daarbovenop nog de mogelijkheid voorzien om een aanwendingspercentage op te leggen, is voor ons onaanvaardbaar.

Het invoeren van de solidariteitsfactor gaat niet uit van de noden van een academie. Het komt er in het kort op neer dat de academies moeten opdraaien voor de gevolgen van de programmatie van een academie.

DKO krijgt meer opdrachten, die het zal moeten uitvoeren zonder bijkomende middelen. Het is positief dat de zes- en zevenjarigen nu ook in woord en muziek kunnen starten. Het is positief dat leerlingen begeleid moeten worden. Het is positief dat er kan samengewerkt worden met andere onderwijsniveaus. Maar dit alles kan niet gerealiseerd worden met liefde en goede wil alleen!

Bovendien veroorzaakt de administratie van de samenwerkingsverbanden planlast, en heeft bijvoorbeeld het CLB geen opdracht ten aanzien van het DKO (al willen we de CLB niet met nog meer werk opzadelen zonder bijkomende middelen).

Dat de verschuiving van reguliere omkadering naar leeractiviteiten op maat de vastbenoemde personeelsleden niet zal raken, zoals de memorie van toelichting (MvT) bij de decreetstekst vemeldt, overtuigt de personeelsleden totaal niet. Vooral niet omwille van de volgende passage  : ‘Door de flexibele invulling zowel in tijd als inhoud van de leeractiviteiten zal de deelname van leerlingen aan deze activiteiten heel wisselend zijn. Sommige leerlingen zullen slechts één dag deelnemen terwijl andere verschillende meerdaagse activiteiten zullen volgen. ‘

Van een aantal vakken weten we nog altijd niet waar en of ze sowieso in de structuur zullen ondergebracht worden. Het personeel verwacht een minder gunstige verloning (nog los van de vele vragen die er zijn naar een correcte verloning), en vreest voor verlies aan tewerkstelling wanneer het zou vaststellen dat bepaalde vakken of opties niet meer voorkomen in het curriculum of verplaatst worden. Niet denkbeeldig, want we lezen in de MvT dat bepaalde vakken zoals muziekgeschiedenis en beeldende audiovisuele cultuur ondergebracht worden in de kortlopende opleidingen. Of dat er geen vakkencombinaties vastgelegd worden, en dat de academies de vakken kunnen kiezen.

Samenwerkingsverbanden kunnen een meerwaarde zijn. Maar ze moeten op vrijwillige basis ontstaan. Er is een verschil tussen een samenwerking met het leerplichtonderwijs en de samenwerking met een hogeschool.

De werkingsmiddelen zijn ontoereikend in alle domeinen.

Leerlingen en academies
Voor de leerlingen vragen we dat de bijdrage in de kosten (naast het inschrijvingsgeld) niet oploopt. Dit geldt ook voor de leeractiviteiten op maat. COC wil geen elitair systeem.

We vragen aandacht voor de situatie in de Brusselse academies, met betrekking tot het inschrijvingsgeld.

De nieuwe programmatie-en rationalisatienormen leveren problemen op, zowel in Vlaanderen als in de academies in Brussel. We vragen normen die aangepast zijn aan de actuele noden en situaties.

Er moeten middelen voorzien worden voor infrastructuur.

Bij het bepalen van (generieke) eindtermen, vragen we dat deze voldoende inhoudelijk zijn. In de doelen moet de onderwijsinhoud duidelijk zijn, niet enkel het leerresultaat.

Er lijkt meer ingezet te worden op verbreding dan op verdieping: dat zien we bijvoorbeeld bij de samenwerkingsverbanden (kennismaking met het DKO). De verdieping die mogelijk gemaakt wordt via kortlopende trajecten of leeractiviteiten op maat, is meer op vrijblijvende basis, waardoor het niet zeker is dat meer leerlingen aan verdieping zullen doen.

Nog vele vragen
We herhalen onze vraag naar de opties en de instrumentenlijst in de PK. We willen onze huidige vakken en opties terugvinden. We willen daarbij alle aspecten van onze rechtspositie behouden. We vragen bijkomende middelen om de bijkomende taken te kunnen doen. We vragen nogmaals simulaties voor een kleine middelgrote en grote academie, en voor PK een simulatie van een lestijd van 50’ met twee leerlingen per lestijd. We vragen middelen voor het ambt begeleider, voor vorming voor het personeel en om alle taken in de academie te kunnen doen. Hoe kan iedereen na de voorgestelde verschuivingen terug aan het werk in het DKO?  

Harde noten om te kraken!
De evaluatie is dus niet positief. We vroegen lang geleden al naar respect voor het personeel. Dat respect moet zich uiten in het feit dat het voor dit hoogopgeleide personeel mogelijk blijft om dezelfde kwaliteit te blijven leveren, en dat het niet aan de kant dreigt gezet te worden. We blijven herhalen dat het personeel niet wil opdraaien voor de hervorming.

COC is blij dat in muziek en woord nu ook zes- en zevenjarigen kunnen starten. COC vindt het positief dat DKO in onderwijs wordt verankerd. Dat maakt dat het DKO als een volwaardige sector in het onderwijsveld wordt aanzien. Dat betekent ook dat de Vlaamse Regering ervoor moet zorgen dat deze sector volwaardig haar opdrachten zoals bepaald in het voorontwerp van decreet kan vervullen. We hopen dus nog op een bijsturing in die zin tijdens de onderhandelingen na de zomervakantie.

Sylvie Vanspeybroeck



 
Onze website maakt gebruik van cookies.