header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt december 2018

Dit schooljaar december 2018

De loopbaan van de leraar: relevante kwesties

Op 23 en 24 november 2018 organiseerde ICOR/TORB een conferentie over Onderwijs in Vlaanderen, 30 jaar na de Grondwetsherziening en 60 jaar na het Schoolpact. In dat kader sprak Prof. Dr. Geert Devos (UGent) over de loopbaan van de leraar. De discussie over de loopbaan van een leraar in Vlaanderen is erg complex en omvangrijk, stelde Devos. Hij formuleerde een aantal relevante vragen.

 Een belangrijke vraag is of we een bindende toelatingsproef tot de lerarenopleiding moeten overwegen. Zo’n proef, die zowel vakkennis en intelligentie als sociale competenties en motivatie zou moeten toetsen, kan een hefboom zijn om de kwaliteit van de uitstroom bij lerarenopleidingen te verhogen. Het kan ook de status en de aantrekkelijkheid van het lerarenberoep versterken. Misschien leidt dit op korte termijn tot minder inschrijvingen, maar op lange termijn kan het een troef zijn bij de aantrekking van kandidaten, aldus Devos. Een dergelijk initiatief moet wel afgestemd worden op de zij-instroom. En daarnaast: zijn we bereid om mensen die vanuit een ander beroep in de lerarenopleiding willen instromen te verwelkomen met behoud van anciënniteit?

Een andere vraag die Devos opwerpt, is die naar een eigentijdse definiëring van de opdracht van leraren. Veel scholen experimenteren vandaag met innovatieve onderwijsvormen, zoals co-teaching en teamteaching om meer gedifferentieerd onderwijs aan te bieden. Moeten we daarom niet op zoek naar een meer eigentijdse definiëring van de opdracht van de leraar? Devos pleit niet voor de afbouw van de arbeidsvoorwaarden, wel voor een duidelijk signaal naar álle scholen en naar de maatschappij: het klassieke patroon van één leraar voor één klas is stilaan achterhaald.

Een vraag die daarmee samenhangt, heeft te maken met professionalisering. Vlaanderen voorziet zeer weinig incentives voor professionalisering in vergelijking met andere landen. Moeten we niet meer investeren in praktijkrelevante en doeltreffende professionalisering? En moeten we er niet voor zorgen dat dit, meer dan vandaag, deel uitmaakt van de kernopdracht van leraren? Professionalisering kan toch niet als een activiteit worden gezien die na de uren gebeurt?

En wat met de rol van schoolleiders en schoolbesturen? Denken dat de loopbaan van leraren losstaat van de schoolomgeving waarin zij werken, is een grote onderschatting van het belang van de werkomgeving, stelt Devos. Daarom moet aandacht besteed worden aan de versterking van schoolleiders, die zowel naar schoolorganisatie, pedagogisch beleid als personeelsbeleid een uitdagende, motiverende en ondersteunende schoolomgeving moeten kunnen uitbouwen, waarin samenwerking centraal staat.

En tot slot nemen in sterke scholen ook leraren leidinggevende verantwoordelijkheden op, vaak op basis van bijzondere expertise of professionalisering. Dat biedt kansen om de loopbaan te verdiepen. Moet de overheid overwegen om deze leidinggevende verantwoordelijkheden of deze bijzondere expertise te formaliseren als een mogelijke trap in de loopbaan en/of een aparte salarisschaal? Hier ziet Devos een belangrijk risico. Onderwijs, net als de samenwerkingscultuur die in onderwijs steeds belangrijker wordt, steunt op een sterke gelijkheidscultuur onder leerkrachten. Daarin ingrijpen, is risicovol. De overheid moet daar voldoende rekening mee houden.

Bron: Devos, G. Lerarenopleiding en loopbaanpact. Het statuut van de leraar. ICOR/TORB Conferentie Onderwijs in Vlaanderen – 23 november.

Riet Nackom

 



 
Onze website maakt gebruik van cookies.