header

« Terug naar het overzicht van Brandpunt april 2019

Dit schooljaar april 2019

Omarm meertaligheid in onderwijs

Steeds meer leerlingen spreken naast Nederlands ook een (of meerdere) andere talen en zijn dus meertalig. Scholen gaan daar op verschillende manieren mee om, maar in veel gevallen wordt meertaligheid afgekeurd, verboden of bestraft vanuit de veronderstelling dat het een belemmering is voor de ontwikkeling van het Nederlands. In zijn boek ‘Meertaligheid en onderwijs. Nederlands plus’ geeft Orhan Agirdag concrete suggesties over hoe onderwijs met deze meertaligheid kan omgaan. Verschillende experts uit het veld werkten mee aan dit boek, van taalwetenschappers tot docenten, advocaten en kinderartsen.

Terughoudendheid
De terughoudendheid van onderwijsprofessionals ten aanzien van meertaligheid is niet slecht bedoeld, stelt Agirdag. Er zijn verschillende redenen voor deze terughoudendheid. Er is de idee dat het toelaten van andere talen op school negatief is voor de ontwikkeling van het Nederlands. Of dat onderwijsprofessionals de controle zouden verliezen als leerlingen een taal spreken die ze niet begrijpen. Een laatste reden is de angst voor de gevolgen voor de sociale cohesie op school. Agirdag verwijst naar onderzoek dat aantoont dat er geen noodzakelijk verband bestaat tussen het toelaten van andere talen en de negatieve ontwikkeling van het Nederlands. Voldoende blootstelling aan het Nederlands is belangrijk, maar blijkt wel combineerbaar met de tolerantie voor andere talen. Ook de idee dat het toelaten van meertaligheid kliekjesvorming in de hand werkt, wordt tegengesproken door onderzoek. Groepsvorming gebeurt in de eerste plaats via genderlijnen, pas daarna via taalgebruik, ongeacht of die meertaligheid toegelaten wordt of niet. Het gevoel van controleverlies is wel een terechte bekommernis. Agirdag vraagt meer didactisch pedagogische handvatten om in te zetten zodat leraren de controle kunnen blijven bewaken.

Gevolgen van restrictief talenbeleid
Agirdag beklemtoont dat er ook gevaren verbonden zijn met een restrictief thuistalenbeleid. In de meerderheid van de gevallen blijkt, aldus Agirdag, dat leerlingen hun thuistaal gebruiken als hulpmiddel in de klas, bijvoorbeeld om een woord uit de instructie te vertalen voor een klasgenoot. Het gebruik van de thuistaal heeft dan een ondersteunende rol. Daartegenover staat dat een restrictief thuistalenbeleid negatief de onderwijsprestaties van leerlingen negatief beïnvloedt. Het wekt negatieve emotionele gevoelens op bij leerlingen en ze voelen zich er minder verbonden door met de school. Door leerlingen te straffen wanneer ze hun thuistaal spreken, terwijl ze er vaak niets fout mee doen, zorg je ervoor dat ze een negatieve attitude ontwikkelen ten aanzien van onderwijs. Dat is bijzonder jammer, stelt Agirdag.

Meertaligheid positief benutten
Agirdag pleit ervoor om meertaligheid zoveel mogelijk te benutten, zowel binnen de opvoeding als in onderwijs. Ouders moeten niet kiezen tussen de thuistaal of het Nederlands. Afhankelijk van de situatie zouden ouders de moedertaal of het Nederlands moeten spreken met hun kinderen, adviseert hij.  Hoe meer je kinderen taal aanbiedt, hoe taalvaardiger ze worden. Ook onderwijs moet sterk inzetten op Nederlands én meertaligheid. ‘Zet sterk in op het Nederlands dat de leerlingen nodig hebben om de eindtermen in een specifiek vak te bereiken,’ stelt Agirdag. Dat maakt het leren van Nederlands concreet en waardevol. Tegelijk benadrukt hij dat onderwijs zo veel mogelijk positief gebruik moet maken van de meertalige repertoires in een klas of school. Zo geef je leerlingen de boodschap dat hun thuistaal een belangrijke basis is om op verder te bouwen.

Riet Nackom

Meer weten?
Agirdag, O., & Kambel, E. (2018). Meertaligheid en onderwijs. Nederlands plus. Amsterdam: Boom.
‘Verwelkom en stimuleer als school de meertaligheid van je leerlingen’, interview met Orhan Agirdag in Caleidoscoop (2019, nr.1, p. 20-27).



 
Onze website maakt gebruik van cookies.