header

« Terug naar het overzicht

donderdag 18 januari 2007

Openbare publicatie doorlichtingsverslagen geeft geen actueel, objectief en waarheidsgetrouw beeld van de kwaliteit van scholen

COC heeft ernstige bedenkingen bij de publicatie van de huidige doorlichtingsverslagen van Vlaamse scholen in een of meerdere kranten.
Dat er geen zuivere juridische argumenten zouden zijn om deze publicaties te verhinderen, dat hier het decreet Openbaarheid van Bestuur van kracht zou zijn en dat lezers recht hebben op informatie over scholen, zijn geen afdoende argumenten om een en ander te rechtvaardigen.

COC verzet zich als vertegenwoordiger van het onderwijspersoneel tegen deze publicatie, en wel om volgende redenen:

1/ Dat dergelijke publicatie juridisch kàn, is aanvechtbaar.
Zie het decreet Openbaarheid van Bestuur zelf: "De met toepassing van dit decreet verkregen bestuursdocumenten mogen niet voor commerciële doeleinden verspreid of gebruikt worden." Kranten zijn ongeloofwaardig als ze zouden stellen dat de publicatie van doorlichtingsverslagen niet om commerciële en concurrentiële redenen gebeurt.

Zie ook artikel 14 van het besluit van de Vlaamse regering van 2 februari 1999: "Het verslag van de doorlichting mag niet worden gepubliceerd, noch gedeeltelijk, noch volledig. Het mag evenmin aan derden worden bekendgemaakt, tenzij wettelijke of reglementaire beschikkingen dit toelaten of opleggen". Ook hier is het duidelijk dat onder het mom van journalistieke vrijheid met dit artikel geen rekening wordt gehouden.

2/ Ouders en andere onderwijsbetrokkenen kunnen te allen tijde doorlichtingsverslagen opvragen bij de onderwijsinspectie. Het argument dat mensen de kranten nodig hebben om geïnformeerd te zijn over de een of andere school, is dus niet juist.

3/ Hoewel doorlichtingsverslagen op dit ogenblik de meest objectieve informatie is die geïnteresseerden van een school kunnen krijgen, betwijfelt COC toch of die verslagen hiervoor het meest geschikte middel zijn. Ze zijn immers in de eerste plaats bestemd voor de schoolteams en zijn dus niet geconcipieerd met het oog op het informeren van ouders en andere geïnteresseerden.

Het zijn bovendien momentopnames van inspecteurs van vlees en bloed die op hun manier naar het onderwijs kijken, elk met hun eigen achtergrond en visie op wat onderwijs zou moeten zijn.

Bovendien is op het ogenblik van de publicatie de informatie in de doorlichtingsverslagen wellicht niet meer actueel en kan ze dus allang achterhaald zijn, bv. omdat scholen de vastgestelde gebreken inmiddels hersteld hebben. Zo bestaat dus de kans dat onjuiste informatie wordt verspreid. Het argument dat scholen in dat geval op de publicatie in de krant mogen reageren, is niet valabel, want ondertussen is het kwaad wel geschied.

4/ Scholen krijgen middelen van de overheid en het is dan ook logisch dat zij over het gebruik van deze middelen verantwoording afleggen. Maar de overheid stelt zich zelden de vraag of de middelen die ze aan de scholen geeft wel voldoende zijn opdat ze hun taken zouden kunnen uitvoeren zoals ze dat zelf zouden wensen of zoals ze opgelegd worden. Meer zelfs, op dit ogenblik krijgen de secundaire scholen, omwille van de nog steeds doorlopende besparingen, nog steeds niet de middelen die ze in 1990 hadden. De vraag is dan ook of de inspectie hiermee rekening houdt en zo ja, in welke mate.

5/ De informatie die men over een school krijgt via een doorlichtingsverslag is één ding, de concrete keuze voor een school is een heel ander ding. Belangrijk is dat een jongere een school kan kiezen die qua aanbod van studierichtingen én schoolproject nauw aansluit bij zijn of haar mogelijkheden. Het zou de jongeren geen dienst bewijzen, als hun ouders een school zouden kiezen op basis van een krantenbericht.

Om die redenen beschouwt COC de publicatie zoals ze nu zal gebeuren als een kwalijke vorm van journalistiek. Scholen en personeelsleden dreigen onterecht openbaar te worden terechtgewezen en de concurrentie tussen scholen dreigt te worden aangewakkerd.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.