header

« Terug naar het overzicht

dinsdag 22 augustus 2006

Ontwerp van CAO VIII voorgesteld

De vier onderwijsvakbonden en minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke hebben een ontwerp van protocol uitgewerkt voor het sluiten van een collectieve arbeidsovereenkomst die loopt tot 2009. De zogenaamde cao VIII heeft betrekking op de overgrote meerderheid van de 178.613 personeelsleden van het onderwijs (het hoger onderwijs zit hier niet bij). COC, VSOA en COV zullen dit ontwerp verdedigen bij hun achterban, ACOD zal het voorleggen.

Blikvangers in de tekst zijn
- het optrekken van het vakantiegeld tot 92 % van een bruto maandloon uiterlijk in 2011,
- de aandacht voor personeelsleden met lage lonen en precaire werkvoorwaarden,
- de duidelijke afspraken over functiebeschrijvingen en over evaluatie van de personeelsleden,
- de betere bezoldiging voor directeurs van het basis- en het secundair onderwijs,
- het uitbreiden van de middelen voor zorg voor leerlingen met bijzondere behoeften of problemen,
- het voorzien in bijkomende middelen voor het gewoon en buitengewoon secundair onderwijs om alzo een beleid inzake functie- en taakdifferentiatie mogelijk te maken,
- het invoeren van bemiddeling, als er problemen zijn bij het collectief overleg in scholen.

In onderwijs bestaat de traditie om cao's af te sluiten met een looptijd van 2 jaar. Als cao VIII goedgekeurd wordt, zal die voor 4 jaar sociale vrede waarborgen (tot einde 2009) en qua uitvoering lopen tot in 2011. Het budget voor deze cao evolueert van 46,5 miljoen in 2006 tot 265,7 miljoen euro in 2011. Voor het hoger onderwijs wordt een aparte cao afgesloten. Daarvoor is een budget voorzien dat oploopt van 15,4 miljoen euro in 2006 tot 47,6 miljoen euro in 2011.

De onderhandelingen over cao VIII waren zeer intens en hebben een schooljaar geduurd. Dat heeft te maken met de lange looptijd van de cao, maar zeker ook met de beleidsthema's die op tafel lagen naast het eisenpakket van de vakorganisaties. De voorgestelde maatregelen hebben bovendien betrekking op alle onderwijssectoren - behalve die van het hoger onderwijs - waarbij ook bijzondere aandacht gaat naar het meester- vak- en dienstpersoneel en het onderhoudspersoneel. Bij de besprekingen waren voor het eerst ook het gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels betrokken. Dit alles maakte het proces ingewikkelder, maar het zorgde tegelijk voor een breed draagvlak.

Het gemeenschapsonderwijs en de onderwijskoepels zullen dit ontwerp van cao VIII trouwens verdedigen bij hun instanties en leden.

Dit ontwerp van cao getuigt van de zware opdracht waar schoolteams vandaag dikwijls voor staan - wat samenhangt met ontwikkelingen in de samenleving die deze opdracht steeds breder maken - en wil er tegelijkertijd voor zorgen dat deze opdracht binnen de scholen hanteerbaar blijft en eerlijk verdeeld wordt, terwijl de motivatie van iederéén die bij het schoolteam betrokken is, ondersteund wordt.

Dat heeft zich vertaald in vier assen, die terug te vinden zijn in vier aparte luiken van het ontwerp van cao:
· het verhogen van de koopkracht, met extra aandacht voor personeelsleden met lagere inkomens,
· het investeren in de kwaliteit van de schoolorganisatie, de ontwikkeling van loopbanen, de inzetbaarheid van de personeelsleden en de eerlijke verdeling van het werk,
· de uitbreiding van de tewerkstelling en het verminderen van de werkdruk in samenhang met belangrijke nieuwe beleidsaccenten en
· het verder uitbouwen van de inspraak voor personeelsleden en hun vertegenwoordigers.

1. Koopkracht verhogen

Er komt een geleidelijke verhoging van het vakantiegeld. Hierdoor zal het vakantiegeld van alle personeelsleden in 2009 meer dan 65 % bedragen van het bruto maandloon van maart, de personeelsleden met de eerder lage lonen krijgen dan al 92 %. Uiterlijk in 2011 zal iedereen 92 % ontvangen . Van dan af wordt het vakantiegeld voor iedereen in het onderwijs berekend zoals dat nu reeds voor de Vlaamse ambtenaren het geval is. .

Bij de lagere lonen (in essentie gaat het om administratief en ondersteunend personeel met een diploma secundair onderwijs) wordt orde geschapen in de wirwar van salarisschalen (het aantal salarisschalen wordt op termijn herleid van 14 naar 2). Tegelijk krijgen de betrokken personeelsleden vanaf 1 september 2006 een gemiddelde opslag (naast het vakantiegeld) van bijna 6 %.

In de internaten worden de verschillen weggewerkt tussen de netten, wat voor 274 personeelsleden een gemiddelde loonsverhoging van 2,4 % betekent. Voor het meester- vak- en dienstpersoneel en het onderhoudspersoneel wordt de regeling van het gemeenschapsonderwijs en van het gesubsidieerd vrij onderwijs gelijkgeschakeld.
Tot slot worden ook de bijzondere competenties betreffende enerzijds de zorg en remediëring en anderzijds de kennis van de tweede taal in de Randgemeenten gehonoreerd met een bijwedde.

2. Investeren in kwaliteit

Het tweede luik bevat een reeks investeringen in kwalitatieve maatregelen. Ze moeten de vakkundigheid van leidinggevenden en personeelsleden van scholen vergroten en de loopbanen aantrekkelijker maken.

Zo wordt geld uitgetrokken om het verschil tussen het loon van een directeur en van een leerkracht groter te maken. Deze loonspanning is belangrijk om bekwame directeurs aan te trekken en te behouden. Directeurs van middelgrote en grote basisscholen zullen vanaf 1 september 2007, naast de verhoging van het vakantiegeld, gemiddeld 7 % opslag krijgen. De directeurs van de andere basisscholen (die zelf nog les geven) krijgen een vermindering van hun lesopdracht. Voor directies uit het secundair onderwijs was de regeling al beter, zodat de vooruitgang daar minder groot is. Voor alle directies wordt ook meer opleiding en navorming voorzien.

Ook de lonen van de inspecteurs basisonderwijs en secundair onderwijs en van de pedagogische adviseurs worden opgetrokken, omdat het de bedoeling is voor deze betrekkingen mensen met ervaring aan te trekken, onder wie ook directeurs. Ook voor sommige middenkaderfuncties wordt een loonsverhoging voorzien, namelijk voor de adjunct-directeur secundair onderwijs, de coördinator deeltijds beroepssecundair onderwijs en voor de technisch adviseur coördinator.

Om scholen in staat te stellen een constructief personeelsbeleid te voeren gericht op het verstrekken van hoogstaand onderwijs, worden stapsgewijs volwaardige functiebeschrijvingen en evaluaties ingevoerd in het volledige leerplichtonderwijs, het volwassenenonderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding en in het deeltijds kunstonderwijs.

Daarbij is het niet de bedoeling om de opdracht van het personeel te verzwaren, maar wel om tot een billijke en eerlijke verdeling te komen van alle taken en opdrachten in een school. Voor bepaalde taken en opdrachten wordt extra ondersteuning voorzien. Dit ontwerp van cao erkent dus de zware en brede opdracht waarvoor schoolteams vandaag staan, en wil er tegelijkertijd voor zorgen dat deze opdracht hanteerbaar blijft en eerlijk verdeeld wordt.

Op basis van de functiebeschrijvingen zullen tijdens de evaluatiegesprekken zowel de sterke punten als de te verbeteren punten van de personeelsleden aan bod komen. Zo kunnen tips om bij te sturen gegeven worden of andere taakafspraken worden gemaakt. Wie slecht presteert zal een negatieve evaluatie krijgen. Twee opeenvolgende negatieve evaluaties, of drie negatieve evaluaties over de hele carrière, leiden tot ontslag.

Tegelijk wordt een degelijke beroepsprocedure uitgewerkt. Daartoe wordt een college van beroep betreffende evaluaties opgericht, bestaande uit drie kamers (respectievelijk voor het gemeenschapsonderwijs, het gesubsidieerd vrij en het gesubsidieerd officieel onderwijs) dat paritair (werknemers en werkgevers) wordt samengesteld en dat wordt voorgezeten door een magistraat omwille van de morele garantie voor objectiviteit. Dit college doet in een met redenen omklede beslissing uitspraak over evaluaties met eindconclusie "onvoldoende" door enerzijds na te gaan of de evaluatie op een zorgvuldige en kwaliteitsvolle manier is gebeurd en anderzijds de redelijkheid van de sanctie te beoordelen.

Andere maatregelen in het luik "kwaliteit" zijn:
- het uitbreiden van de middelen voor mentorschap, zodat starters in het onderwijs beter kunnen begeleid worden,
- het harmoniseren van de ziekteverlofregeling, waardoor tijdelijke administratieve medewerkers in scholen en tijdelijke medewerkers in CLB's niet meer na 30 dagen moeten terugvallen op de ziekteverzekering,
- ruimere mogelijkheden voor loopbaanonderbreking,
- duidelijke prestatieregels voor het paramedische personeel in het buitengewoon secundair onderwijs en
- verbeteringen voor bepaalde personeelsleden van DKO en CLB.

3. Tewerkstelling uitbreiden - werkdruk verminderen - nieuwe beleidsaccenten

Het ontwerp van cao voorziet ook een uitbreiding van de tewerkstelling, samenhangend met belangrijke nieuwe beleidsaccenten

Voor de zorgcoördinatie in het basisonderwijs kunnen 415 à 615 voltijdse leerkrachten extra aan de slag gaan. Leerkrachten moeten zich daardoor extra ondersteund weten in de omgang met leerlingen die bijzondere behoeften of specifieke problemen hebben.

In het secundair onderwijs komen er onder andere bijkomende middelen voor meer functie- en taakdifferentiatie. Een aantal taken en functies zoals graadcoördinatie of "groene leerkracht" waarvoor scholen momenteel een beroep doen op BPT-uren (uren voor bijzondere pedagogische taken) zullen in de toekomst eventueel ook kunnen ingevuld worden met deze bijkomende middelen. Wanneer de school dat wenst, kunnen leerkrachten op die manier ontlast worden, ofwel omdat een aantal opdrachten door een ander personeelslid opgenomen kunnen worden, ofwel omdat het lesurenpakket minder moet aangesproken worden en meer kan gebruikt worden voor het lesgeven zelf.

Zowel bij de zorgcoördinatie als bij het beleid betreffende taak- en functiedifferentiatie wordt resoluut gekozen voor de scholengemeenschap als platform voor het verdelen van de bijkomende middelen. Daarbij kan een bepaald percentage besteed worden op het niveau van de scholengemeenschap, maar de meeste middelen moeten terugvloeien naar de scholen zelf.

Ook voor het buitengewoon secundair, het volwassenen- en deeltijds kunstonderwijs wordt meer ondersteuning toegekend.
Daarnaast zijn er ook nog een aantal andere beleidslijnen, onder meer voor de basiseducatie en de internaten van het gesubsidieerd vrij onderwijs, die een gunstig effect hebben op de werkgelegenheid

In totaal zal deze cao voor minimum 1.330 extra jobs zorgen.

Verder neemt ook de verbetering van de arbeidsomstandigheden van het meester- vak- en dienstpersoneel en het onderhoudspersoneel een belangrijke plaats in. Er wordt ook geïnvesteerd in vorming.

4. Inspraak verder uitbouwen

Het laatste luik van het ontwerp van cao schept de voorwaarden om de inspraak verder uit te bouwen door op het niveau van de scholengemeenschap in alle netten een onderhandelingsorgaan op te richten, bijkomende middelen te voorzien voor de ondersteuning van de vakbondswerking en toezicht uit te oefenen op de uitvoering van cao-afspraken. Opvallend is het invoeren van een bemiddelingssysteem voor het collectief overleg. Vakorganisaties, inrichtende machten of hun koepels en de overheid zullen een beroep kunnen doen op bemiddelaars voor problemen met de toepassing van het syndicaal statuut, de rechten en plichten van de sociale partners en de toepassing van de regels voor functiebeschrijving en evaluatie. Deze bemiddeling wordt gedurende een proefperiode van 2 jaar georganiseerd en dan door de sociale partners geëvalueerd.

In afwachting van een eventuele goedkeuring van cao VIII, zijn de vakbonden en de minister alvast begonnen aan de onderhandelingen over cao II voor het hoger onderwijs. Het einde van deze besprekingen is voorzien tegen begin september 2006.


 
Onze website maakt gebruik van cookies.